12-10-2017, Abdij van Berne Heeswijk

Innerlijke tijd en uiterlijke kloktijd

alarm-clock-2116007_1280

Meestal hebben we niet in de gaten dat we met twee klokken werken, maar het is wel zo. We hebben een klok aan onze pols, we hebben ook een levensritme in ons eigen lichaam en in onze geest. Deze innerlijke klok is oorspronkelijker dan de klok aan de pols; we hoeven ze niet te leren en ook niet op te draaien. Ze zit namelijk als een ingebouwd uurwerk in onze natuur. We worden er mee geboren.

Door: Theo van de Vossenberg o.praem

Meestal hebben we niet in de gaten dat we met twee klokken werken, maar het is wel zo. We hebben een klok aan onze pols, we hebben ook een levensritme in ons eigen lichaam en in onze geest. Deze innerlijke klok is oorspronkelijker dan de klok aan de pols; we hoeven ze niet te leren en ook niet op te draaien. Ze zit namelijk als een ingebouwd uurwerk in onze natuur. We worden er mee geboren.

Deze innerlijke biologische klok hebben we gemeen met heel de natuur. Ook daar is een ingebouwde klok aanwezig. Zon, maan en sterren hebben hun vaste ritmen of cycli.

Ook onze aarde heeft dat: morgen en avond, lente, zomer, herfst en winter. In het leven van een mens zitten eveneens een aantal vaste programma’s ingebouwd.

Door deze cycli heeft elke mens een innerlijke stem die zegt: “Nu is het genoeg. Nu moet je ophouden met werken of met feesten. Nu is het tijd om ontspanning te nemen, om iets te gaan eten, om te gaan slapen”. Deze innerlijke klok stoort zich niet aan de uiterlijke kloktijd, aan voornemens en afspraken. Ze zegt gewoon wat er eigenlijk zou moeten gebeuren.

Maar de uiterlijke klok wint meestal toch! Het werk moet af. Alles moet op tijd binnen zijn. Het is zo gezellig op het feest en je wilt geen spelbreker zijn. De wedstrijd krijgt een verlenging; er moet een overwinnaar komen! Van een nacht wordt zodoende vaak een dag gemaakt. We laten de innerlijke klok maar luiden of leggen die gewoon het zwijgen op. Het gevolg is dat mensen te ingespannen leven en overspannen worden. Ze worden nu gedwongen zich te ontspannen. Of ze krijgen een burn-out; de energie is opgebrand en ze moeten het wat kalmer aan gaan doen. Ze hebben niet naar zichzelf, naar de innerlijke klok geluisterd. Ze zijn blind en doof doorgegaan en worden nu daarvoor gestraft.

De pendule
Naast deze innerlijke klok hebben we dus ook een uiterlijke klok. Overal is die opdringerig aanwezig: op kerken en openbare gebouwen en daarbinnen aan alle muren. Aan onze pols hebben we het horloge dat voor ons de uren leest (hora legere). Een prachtig symbool voor de uiterlijke klok is voor mij de pendule, die door de pendelbeweging de tijd aangeeft. Zoals een meter een afgesproken standaardmaat is om de ruimte te meten, zo zijn een aantal constante slingerbewegingen de maat om de tijd te bepalen. Die uiterlijke klok werd verder ingebouwd in wasmachine, broodbakmachine, drukpers en allerlei andere machines. Die geven met een duidelijk geluid de tijd aan; de machines zijn als dictators het leven van mensen gaan overheersen. De mensen moeten aan de klok in de machine gehoorzamen en worden zelf daardoor soms kille machines.

De macht van de uiterlijke klok
De uiterlijke klok heeft meer macht dan de innerlijke, omdat ze universeel is. Over heel de wereld zijn uiterlijke klokken op elkaar afgestemd. We hebben hier in het westen overal dezelfde tijd, gerelateerd aan de Greenwich Mean Time.

De innerlijke klok daarentegen is puur individueel. Er zijn mensen die ’s morgens in betere doen zijn (ochtendmensen) en mensen die ’s avonds beter kunnen werken (avondmensen). Dit kan ook nog veranderen als iemand ouder wordt. Omdat de algemene machinetijd over de individueel verschillende mensen heerst, heeft dit – zoals gezegd – tot gevolg dat mensen overspannen raken of met een burn-out te maken krijgen. Langzamerhand dringt dit mechanisme in het bedrijfsleven door; meer aandacht en tijd worden aan de innerlijke tijd besteed. Pauzes worden ingelast voor gym, voor meditatie etc. ‘Elke manager die creatief wil werken, heeft dagelijks de heilzame onderbreking van de pauzes nodig’, schrijft Anselm Grün.

Tijd in het kloosterleven
Deze Benedictijn Anselm Grün heeft een boek geschreven over de tijd in het kloosterleven. ‘Tijd van je leven. Omgaan met een waardevol goed’. Dit boek zou je ‘De belijdenissen van Anselm Grün’ kunnen noemen. Hij verhaalt daarin hoe hij persoonlijk de tijd in het klooster beleeft. In het klooster is een vaste tijdsindeling. Er is een tijd van werken en van studeren, van eten en van rusten. Bovendien zijn er ook vaste tijden ingebouwd om je te bezinnen, om je af te vragen waarom je alles doet wat je doet. Het werk dus even onderbreken, even loslaten; dat kan verfrissend van invloed zijn op studie en werk.

Toch moest het kloosterleven zich aan de moderne universele kloktijd aanpassen. Waar kloosterlingen aan het moderne leven deelnemen met lezingen, cursussen, besprekingen, vergaderingen en parochiewerk is dat onvermijdelijk. Maar men blijft er nauwlettend op toezien, dat de basale indeling van gebeds – en andere tijden in stand blijft.

Om het voorbeeld van het kloosterleven van de norbertijnen in Heeswijk te geven. Vroeger waren er zeven canonieke uren. Tegenwoordig zijn er drie gebedstijden waarin we het koorgebed bidden of zingen: het morgengebed (metten en lauden), de eucharistieviering en de vesper (avondgebed). Daar houden we zoveel mogelijk aan vast. Dat schept een regelmatige en gezonde levenswijze. Daarom worden vele kloosterlingen misschien ook zo oud!

Levenswijze voor iedereen
Kloosterlingen willen deze wijze tijdsbesteding ook aan anderen doorgeven. Daarom zetten ze de kloosterpoort wijd voor gasten open om enkele dagen het kloosterleven mee te beleven. Gasten merken dan dat die onderbrekingen op vaste tijden weldadig aandoen. “Ze rukken je los uit je werkzaamheden en zorgen er voor dat je overzicht houdt en frisser en objectiever blijft”.

Anselm Grün wijst er in zijn boek ook op, dat de feesten die in de liturgie gevierd worden de eentonigheid van de tijd verdrijven. Gebeurtenissen uit het leven van Christus worden nadrukkelijk gevierd: Kerstmis en Epifanie, Pasen, Hemelvaart, Pinksteren en Christus Koning zijn hoogtijdagen in een christelijke geloofsgemeenschap. Deze feesten doorbreken de saaiheid van alle dag.

De verschillende tijdsperiodes krijgen steeds een ander gezicht, een andere geestelijke kleur. Feesten zijn daardoor een soort vernieuwing van de tijd. Die hebben we nodig om niet te verzanden en te verdorren in eentonigheid en verveling.

Door met Jezus Christus op weg te gaan, leven we in een tijd die de kloktijd te boven gaat; die meer aansluit bij onze innerlijke tijd, die hunkert naar een verre eeuwige toekomst.

___

Bent u door het lezen van dit artikel, dat eerder werd geplaatst in BERNE (september 2017), geïnteresseerd geraakt in BERNE, vraag dan een abonnement aan bij: secretariaat@abdijvanberne.nl. Of Secretariaat Abdij van Berne. Abdijstraat 49, 5473 AD Heeswijk. Losse exemplaren vindt u ook in Berne Boekhandel in de Abdij/ Priorij de Schans/ Priorij de Essenburgh/ Sint Catharinadal en in de verschillende parochies van de Norbertijnen.