HET FEEST VAN DE MADRE DE DIO
Pieter Butz
Het is een veronderstelling, dus ik excuseer me bij voorbaat, maar ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de Italianen de Moeder
Gods even hoog achten als God de Vader. Ik werd in deze gedachte gesterkt door mijn belevenissen van 15 augustus. Het is de dag waarop
de Katholieke kerk de tenhemelopneming van Maria gedenkt. Ik weet dat dit begrip meer inhoudt dan een simpele reis naar het rijk van
God. Maar dit artikeltje is niet de geëigende plaats voor een theologische verhandeling. In de noordelijke landen is het een
gewone werkdag. In Zuid-Europa daarentegen wordt deze dag massaal gevierd. Ik merkte het onmiddellijk bij het opstaan om half zeven.
De drukke viale vóór het generalaat lag er stil en verlaten bij waar normaal het verkeer zich met veel drukte presenteert.
Ik wilde deze bijzondere dag in de Maria Maggiore vieren. Toen ik binnentrad, was de dienst net begonnen, maar er bleek nog plek in
overvloed voorbij het rode koord waar wachters de toeristen scheidden van de gelovigen. Ik werd in mijn verwachting niet teleurgesteld:
het was een viering met veel kleur en fleur, met een mannenkoor in kraakwitte superplies, met een kardinaal die aan alle kanten werd
ondersteund, met een gloed aan kaarsen en met veel beweeg rondom het altaar. Ter weerszijden zaten twee zeer oude mannen in goudkleurige
gewaden aandachtig hun best te doen alles mee te maken. Maar enig knikkebollen verried dat dit niet helemaal gelukte. Terzijde stonden
twee hoge heren, gezien hun hoofdbedekking, uit de Grieks- of Russisch orthodoxe kerk. Hun functie was mij niet helder. Halverwege de
dienst kwamen zij naar voren om de hoofdcelebrant ongetwijfeld iets kostbaars aan te bieden. Ik zou anders niet weten waarom de hele
kerk zo applaudisseerde. Na afloop van de dienst deelde de oudste van het tweetal prentjes uit. Die moesten wel een kapitaal waard zijn,
want er werd bijna om gevochten. Ach, wisten dat de Romeinse keizers al niet dat het volk koest gehouden kan worden met brood en spelen.
Vóór in de prachtige kerk werd het spel van de hemelse liturgie opgevoerd. Het zijn de onderdelen van iedere dienst in
een katholieke kerk, waar ook ter wereld. Maar hier gebeurde alles met zoveel knielen, buigen, zwaaien en knikken dat ik ervan onder
de indruk raakte. Wat is de catholica op dit punt toch ontegenzeggelijk warmer dan mijn koele reformatica. Ik kon mij levendig
voorstellen dat de Romeinen het alleszins de moeite waard vonden om voor zo’n pracht spektakel vroeg uit de veren te komen.
Bij de eucharistie kwamen ze bovendien ook uit de stoelen. Voorwaar een kunststuk, want de stoelen stonden dicht op elkaar en
knielbanken waren er niet. Achter mij zat een man die kennelijk zo gegrepen werd door wat daar voor in de verte gebeurde, dat hij de
hele dienst fortissimo meezong. Ook al gaf het koor soms een andere wending aan de melodie. De rest van de kerk spaarde zijn krachten
om die pas ten volle in te zetten bij het Sanctus en het Padre nostra. Alhoewel ik enig innerlijk verzet bespeur bij zulk soort massale
meetings, klonk ditmaal de stem des volks mij als muziek in de oren. Na afloop van de dienst schreed de kardinaal door het middenpad
van de kerk, royaal zegeningen uitzwaaiend over de gelovigen die nu alle remmen loslieten en naar het midden dromden. Misschien met de
gedachte dat men, des te dichter bij de prelaat, des te meer gezegend werd. Men beloonde de gulle gever met veel applaus, hetgeen de
man zichtbaar goed deed. Maria Tenhemelopneming in Rome, waarlijk een groots feest.
Wel vroeg ik mij af waar tussen al deze pronk en praal toch dat eenvoudige meisje uit Nazaret zou zijn met haar zoon rabbi Jezus, om
wie het ten diepste toch allemaal gaat?
Nu kan dit een goedkope opmerking lijken, ware het niet dat er een intrigerende vraag onder ligt. In hoeverre dekken wij, dek ik, de
opdracht van mijn geloof - het doen van Tora, van gerechtigheid af met vrome maar vrijblijvende kerkelijkheid?

U kunt blijk geven van uw waardering voor Stukwerk door overmaking van een
vrijwillige bijdrage op één van
de rekeningen van de
Abdij van Berne te Heeswijk:
Postbank 1082440 of Rabobank 1201.00.908 (vermelding: 'vrijwillige bijdrage')
Voor buitenlandse abonnee's:
Rabobank 12.01.00.908; IBAN: NL64RABO 0120 1009 08; BIC: RABONL2U
|
Alle vorige afleveringen van
Stukwerk-online zijn te vinden op
www.abdijvanberne.nl.