‘Voorbij de akker’
Bauke Jan van Kampen
Het is begin januari. Oost-Groningen. Winter op zijn mooist. Een immense witte wereld. We wandelen met zijn vieren in een verlaten natuurgebied. De sneeuw valt gestaag in grote vlokken kaarsrecht naar beneden. De kleinste takjes dragen al gauw een laagje sneeuw. Geen kerstkaart kan hier tegenop. Er is geen wind, geen kleur, geen geluid. Ja, toch wel. Mijn kleindochter heeft een nieuw woord geleerd: ‘Opa’, zegt ze, ‘de sneeuw ‘knerpt’’. Maar dat is ook het enig hoorbare. Verder is er één en al verbazing dat de wereld er zó uit kan zien. Met recht Nieuw Jaar: al het oude is opgeruimd, schoongewassen, uitgepoetst. Een nieuwe witte laag luidt een nieuw begin in. En daar loop je dan wat over te mijmeren.
Totdat, naast het geknerp, een ander geluid hoorbaar wordt. Heel vaag, in de verte, wat gemurmel. Ik kijk om me heen, maar zie niets bijzonders. Langzamerhand wordt het geluid duidelijker: een grote groep gakkende ganzen. Donkergrijze vlekken in V-vormen mengen zich met de sneeuwvlokken. Ze praten met elkaar. Logisch, denk ik, je moet toch afspreken waar je naar toe moet. De voorste geeft door, nu naar links, nu rechtdoor. Ze zien geen hand voor ogen, maar er is iets beslists in hun vlucht. Een doel. Het heeft naast het fascinerende ook iets ontroerends. Geen kaart, geen Tom-Tom, geen zicht, en dan toch maar op weg. Het gaat over leven. Misschien praatten ze ook niet, ik denk dat ze zingen.
Met die gedachte ben ik terug naar hartje zomer, afgelopen jaar. Fietsen van Haarlem naar Polen (zie ook Stukwerk 175). Een paar dagen voor het einde van de tocht zijn we op weg naar Czestochowa. Nog ruim vijfendertig kilometer te gaan. Het is warm, het is kleurrijk. Goudgele velden met graan, groene loof- en dennenbossen, een blauwe lucht met witte wolken. Er is alleen het monotone geluid van fietsbanden over het asfalt. En dan plotseling het geluid van zingende mensen, een grote groep midden in het landschap op weg. Met één doel: Czestochowa. Daar zit ik dan als protestant op mijn fietsje temidden van bedevaartgangers op weg naar de Zwarte Madonna. Voornamelijk jonge mensen, vrolijke gezichten, opgewekt zingend en gedisciplineerd wandelend met verkeersbegeleiders voor en achter de groep.
Het is midden op de dag, ze nemen rust en wij fietsen door. Het is ongelooflijk druk in Czestochowa. Van heinde en ver stromen de bedevaartgangers toe. Grote groepen, allemaal zingend en de uitbundigheid neemt toe naarmate ze het Pauliner klooster naderen op de Jasna Gora (Heldere berg). Voor het eerst ben ik in een bedevaartsplaats. Het is niet de wereld waarin ik ben grootgebracht. Het zijn niet de emoties die in mijn religieuze bedding stromen, maar het is fascinerend, het is ontroerend, de vroomheid, de toewijding, ik kan beter zeggen de devotie is indrukwekkend. Acht miljoen bedevaartgangers per jaar. Het merendeel jongeren.
En daar sta ik dan, ook als pelgrim, als peregrinus, als komend uit den vreemde, als ‘per agrei’, ‘voorbij de akker’. Hoeveel akkers lagen er tussen Haarlem en de Zwarte Madonna? Ontheemd? Nee. Ik had het overleefd, veel meer nog, het ging juist over leven.
Voor het eerst in zestig jaar ‘op bedevaart’. Ik was jaloers op die ganzen: die deden het elk jaar.

U kunt blijk geven van uw waardering voor Stukwerk door overmaking van een vrijwillige bijdrage op één van de
rekeningen van de Abdij van Berne te Heeswijk: Postbank 1082440 of Rabobank 1201.00.908 (vermelding: 'vrijwillige bijdrage') Voor
buitenlandse abonnee's: Rabobank 12.01.00.908; IBAN: NL64RABO 0120 1009 08; BIC: RABONL2U
|
Alle vorige afleveringen van Stukwerk-online zijn te vinden op
www.abdijvanberne.nl.