02-02-2018, Abdij van Berne Heeswijk

Tekst verkondiging abt Denis Hendrickx bij de uitvaart van Ton Baeten

tonbaetenTon Baeten, voormalig abt van de norbertijnen in Heeswijk-Dinther, is eerder vandaag onder grote belangstelling begraven, een week na zijn overlijden. Hieronder de tekst van de verkondiging van abt Denis Hendrickx bij de uitvaart van Baeten.

Uitvaart Ton Baeten – vrijdag 2 februari 2018
Titus 2,11-14 en Johannes 10,1-6

Verkondiging

Medebroeders, medezusters, familie van Ton en u allen die gekomen bent om dit moment van afscheid kracht bij te zetten.
Het evangelie dat we zojuist gehoord hebben, roept ons op om goede herders te zijn voor elkaar. We worden geroepen om de deur te openen en elkaar de weg te wijzen naar vrijheid en geluk. Naar plekken dus waar echt leven te vinden is. En we moeten de deur voor elkaar dichttrekken om elkaar te beschermen en te beschutten, warmte en rust te bieden. We worden uitgenodigd om woorden te spreken die anderen ruimte geven, opbeuren, bemoedigen en richting wijzen. Een deur staat voor openheid en voor beschutting.

De woorden van Titus en van de evangelist Johannes zijn woorden die Ton had gekozen bij de viering van zijn 60-jarig priesterfeest, nu ruim 1,5 jaar geleden. Woorden welke de spanning aangeven van binnen – en buitenkant, van bezinning en actie, van schijnbaar vaste formules en praktijk van dagelijks leven, ‘volstromen van genade om gemaakt te worden tot Gods eigen volk’, om de woorden van Titus te herhalen.

Het uitvoerige levensverhaal van Ton dat enkele jaren geleden in boekvorm verschenen is, geeft ons een brede inkijk in zijn roerselen, in zijn voortdurende zoektocht naar een goed evenwicht. Je voelt door de woorden zijn gestoei, zijn wikken en wegen in de invulling van zijn persoonlijke leven als religieus, in het functionele leven als student, als docent, als prior en abt, als bisschoppelijk gedelegeerde voor de religieuzen. Uit de vele inleidingen die hij heeft gehouden en de vele geschriften die hij ons heeft overgeleverd wordt al snel en voortdurend duidelijk dat hij geen man was van vergrendelde deuren. Zijn visie op religieus leven en kerk-zijn toont ons een warm voorstander van open deuren waar iedereen wordt geteld, van plekken waar men de oren spitst om te luisteren naar het woord van de herder die de weg wijst naar de binnenkant, de motor van ons hart, en die ons vervolgens weer naar buiten begeleidt om daar elkaar van harte te hoeden met groot respect voor ieders waardigheid. De herder stuurt je naar buiten om te zorgen dat mensen niet in verdrukking komen, dat ze niet langer honger hebben of dorst. Twee kanten van een en dezelfde medaille. Het is de binnen- en de buitenkant, inspiratie zoeken bij de bron om vandaaruit de wereld in te gaan. Tijd nemen voor bezinning en tijd om je in te zetten zodat niemand tekort komt. En tussen die twee in, tussen binnen en buiten, staat de goede herder: Jezus Christus.

In zijn openbaar optreden heeft Ton voortdurend en met nadruk hiervan getuigt. Jezus vraagt een dienstbaarheid die niet naar rang of stand kijkt. Niet de plaats of functie die iemand bekleedt, is het criterium dat bepaalt hoe je de ander moet benaderen. Je moet jezelf geringer achten dan de ander zegt Hij. Zijn visie op kerk-zijn en leiding geven aan de weg om kerk te worden, te zijn en te blijven bracht hem in conflict met de kerkelijke hiërarchie van ons land. Hij kwam onder vuur te liggen van nieuw benoemde bisschoppen die hem tot in Rome aanklaagden. Hij bleef getuigen dat het niet primair ging en gaat om het overeind houden van het instituut ‘kerk ‘in zijn bestaande structuren. Hij gaf aan dat het allereerst gaat om het in stand houden van de beweging die door Jezus Christus in gang is gezet: levend lichaam van Christus zijn als de kern van ons kerk-zijn. In een van zijn vele geschriften formuleerde Ton het aldus: “Er moeten in een kerk, die meer de nadruk legt op instituut en individu, plaatsen komen waar de nadruk ligt op beweging en gemeenschap. Plaatsen waar niet het onderhouden van wetten en bepalingen het belangrijkste is, maar waar de onderlinge verbondenheid en de daaruit voortvloeiende verplichtingen het hoofdaccent krijgen”.

Wat hij formuleerde voor het ‘kerk-zijn’ van morgen verhaalde hij ook voor het Religieuze Leven in de toekomst: dat gold in algemene zin maar vooral ook voor zijn eigen gemeenschap van Norbertijnen en meer nadrukkelijk die van Berne. Het is tegen deze achtergrond dat hij zijn en onze abdij van Berne uitriep tot een plek voor iedereen, een vrijplaats om kerk te zijn in de lengte, diepte en breedte. Het wandkleed in die periode gemaakt hangt nog steeds bij de ingang van deze gebeds- en ontmoetingsruimte. “Religieuzen hebben”, zo formuleerde hij het, “de plicht om terug te keren tot hun profetische roeping, met de bedoeling een kerkgemeenschap te realiseren die niet de nadruk legt op wetten en structuren, maar op leven en beweging. Ze mogen de droom van Jezus niet opgeven dat de opbouw van het Rijk van God mensen vrij moet maken en hen niet aan knellende banden moet vastketenen”. Het moet hem goed hebben gedaan als jaren later – in het bijzondere jaar van het godgewijde leven – Paus Franciscus in soortgelijke bewoordingen over de toekomst spreekt, want het heeft hem heel veel pijn gedaan hoe hij soms door kerkelijke ambtsdragers werd bejegend.

Voor velen is Ton tijdens zijn arbeidzaam leven in woord en geschrift een groot inspirator geweest voor vernieuwend religieus leven en een open en transparante kerk. Hij vond daarvoor ook brede maatschappelijke erkenning getuige zijn koninklijke onderscheiding  van officier in de orde van Oranje Nassau. De regio onderscheidde hem in 1995 als knoergoeie Brabander en in India werd hij geëerd met het geven van zijn naam aan een grote school. En de vele reacties van de afgelopen dagen, de aandacht in de media zijn daarvan eveneens levende getuigen .

De laatste jaren van zijn leven zijn niet de gemakkelijkste voor hem en zijn omgeving geweest. Mede vanwege lichamelijke gebreken moest hij zich gedwongen meer en meer terugtrekken uit het openbare leven. Hij sloot zich af, trok zich terug op de paar vierkante meters van zijn kamer. Hij moest zichtbaar en voelbaar wennen aan zijn positie van teruggetreden abt en aan een ander religieus en kerkelijk klimaat . Een verblijf van een paar dagen bij zijn jarenlange en trouwe maatje Loes in IJsselstein vormde nagenoeg de enige uitzondering.

Nu Ton voor de laatste maal in ons midden is, nu het uur van afscheid daar is, past ons grote dank voor de enorme betekenis welke Ton heeft gehad, niet in het minst voor zijn, onze abdij van Berne. Hij was een inspirerend leider. Onze bisschop Gerard de Korte formuleerde dezer dagen: ‘In het nabije verleden hebben mijn voorgangers en abt Baeten regelmatig, ook publiekelijk, verschillende visies laten horen. Ik ben onder de indruk van het diepe geloof dat spreekt uit de rouwkaart. Abt Baeten heeft op zijn manier God en de Kerk willen dienen. Ik bid dat zijn verlangen om God te mogen zien van aangezicht tot aangezicht voor hem nu realiteit is geworden’. Jammer dat hij zo’n erkenning onvoldoende heeft mogen voelen en ontvangen.

Met Ton mag ik persoonlijk wortels delen welke liggen in mijn geboorteplaats Alphen en de geboorteplaats van zijn voorouders, met Ton mag ik verbondenheid delen met Tilburg, zijn geboortegrond en mijn stad waarvan ik in leven en werken erg ben gaan houden en daarom deze woorden tot slot: Vaarwel Ton en…..’degge bedankt zet de witte’

Abt Denis Hendrickx o.praem.