1-2 juni 2019: 7e zondag van Pasen

Handelingen 7,55-60 en Johannes 17,20-26

VERKONDIGING

Het Johannes evangelie maakt mij stil vandaag. Jezus is in gebed met zijn Vader. Hij spreekt tot Hem. Hij spreekt over de grootheid van zijn Vader en van zijn verlangen om het Goddelijke zichtbaar te laten zijn voor zijn vrienden in deze wereld. Het geeft ook een gevoel van verdriet. Je wilt het goede voor iemand, je wilt iemand het beste geven en die ander kan het niet verstaan of niet aannemen. Dat maakt je verdrietig. Jezus wist dat hij na dit gebed naar de Olijfberg zou gaan. Daar zou in vervulling gaan wat er over hem geschreven was.

En dan zijn vrienden. Hij wilde het beste voor hen. Alles wat zijn Vader hem gegeven had wilde hij door geven aan die ander.
Stefanus, in de woorden van de Handelingen, getuigde later over deze mens. Jezus van Nazareth, Jezus Christus. Hij vertelde over het leven, vertelde over de boodschap. Vertelde het oude verhaal van het volk onderweg. Vertelde over Abraham, Isaak, Jacob. Vertelde over Egypte, over de uittocht, over het beloofde land. En moest het met de dood bekopen. Er waren geen oren voor het verhaal van de Heer, harten gingen niet open voor het nieuwe leven.
Steniging was wat hem restte. En deze gelovige man riep vlak voor zijn dood: “Heer reken hen deze zonde niet aan”. Hij hield ruimte in hart en geest voor hen die zijn boodschap niet konden verstaan.
Jezus, in zijn gebed is eigenlijk niet anders. Ook hij weet dat het moeilijk is om zijn Vader binnen te laten in je bestaan en te getuigen van dat nieuwe leven.

Afgelopen zondag zijn er weer 8 kinderen toegetreden tot het volledig lidmaatschap van onze kerk. Voor de eerste keer ja zeggen tegen het brood van het nieuwe leven. Lichaam van Christus, brood van eeuwig leven.

In de beslotenheid van onze kerken kunnen wij getuigen van die Nieuwe Heer. Kunnen wij een hand uitsteken naar die ander en de vrede wensen aan elkaar.
Maar dan buiten die beschermende muren hoe is het dan. Durven wij die hand nog uit te steken of trekken we op voorhand terug? Is een steniging iets wat ons boven het hoofd hangt?

In deze Paastijd in afwachting op het feest van Pinksteren is het weer een oefening van jezelf openstellen voor die God die wij Vader Moeder God van mensen noemen. Dat openstellen mogen doen in kleine stappen. Onze lieve Heer zorgt wel voor de wonderen. Als wij hart en hoofd kunnen laten spreken, als wij hart en hoofd kunnen laten verstaan wat die aloude boodschap is zijn wij op de goede weg. Kleine stapjes, we hoeven niet te springen. Een teken van leven, een teken van liefde. Een woord, een gebaar dat de ander kan verstaan. Onze God is een God van liefde. Zijn eerste gebod.
Laat ons hart maar spreken, reiken wij maar uit. Al kunnen we maar een klein beetje getuigen zoals Stefanus dat deed. Dan zijn wij op de goede weg.
Zijn we zichtbaar voor onze wereld.

Elk jaar reikt onze Koning zijn onderscheidingen uit. Mensen krijgen die omdat ze iets goeds of iets gedurende een lange tijd hebben gedaan. Ik zou als man van de kerk dat ook wel willen doen. Mensen een onderscheiding geven voor wat ze belangeloos doen voor een ander, voor de kerk, voor God. Die mannen en vrouwen die er altijd maar weer zijn. Weer of geen weer, zin of geen zin. Gewoon er zijn omdat de ander ze nodig heeft.
Die een hand geven aan iemand die het nodig heeft, die er zijn als er grote klussen gedaan moeten worden binnen de parochie. Die gewoon iedere dag een deur open maken omdat ze er toch zijn.
Mannen en vrouwen die het woord proberen te verstaan, die weten van die Zoon en zijn Vader, die leven vanuit de liefde voor een ander.

Mensen waar we zuinig op moeten zijn want zij zijn de leerlingen van onze tijd. Laten zien dat God liefde is en dat als wij delen in die liefde het woord het juiste hart zal vinden.
Amen.

Jan Claassen, participant Norbertijnen