1 april 2021: Witte Donderdag

Exodus 12,1-8.11-14 en Johannes 13,1-15, B-Jaar

VERKONDIGING

Witte Donderdag en we lezen bij de Uittocht over hoe God de opdracht geeft aan Mozes en Aaron. Wat ze moeten doen met het lam, wat ze moeten doen met het bloed op de deurpost, dat ze het haastig moeten eten, dat het een bijzondere dag zal zijn en blijven. Klaarstaan om te vertrekken uit Egypte, weg uit de slavernij.
En bij Johannes horen wij het verhaal over de voetwassing tijdens de maaltijd. Wie wast wie de voeten? Jezus zet zich neer en doet het. Hij die de Koning van de Joden zou worden genoemd laat zich in met het minste werk. En daarna deelt hij brood en wijn, geeft hen het teken hoe ze moeten blijven doen als hij niet meer zichtbaar is voor hun ogen.

Je klaarmaken voor de vlucht is kiezen voor de vrijheid. Voor ons, autochtonen, hier in Tilburg Noord bijna niet voor te stellen. Wij hebben nog foto’s uit de eerste wereldoorlog waar Belgen massaal naar ons land trokken en uit de tweede wereldoorlog waar groepen Nederlanders vluchten en op zoek zijn naar eten. Nee, voor al die andere inwoners van Tilburg Noord is vluchten een andere realiteit. Is voor hen werkelijkheid geweest. Te voet, over het water, verstopt in levensgevaarlijke vrachtwagens gingen ze weg. Lieten huis en haard achter. Gaven hun moeder een kus en gingen op weg. Waar naar toe? Naar de vrijheid, waar die ook zou zijn. Ze gingen naar het beloofde land. Het werden eerst kampen met prikkeldraad en als het goed ging mochten ze door naar een land in Europa. Weer werden ze samen gebracht in een voorziening. Mochten niets, moesten wachten op goedkeuring van de overheid, jaren en jaren en dan het verlossende woord: “Je mag er zijn”!
Je komt uit Beiroet, miljoenen stad, in Tilburg Noord 3 hoog achter. En je bent blij. De oorlog is niet uit jou maar hier mag je wel zijn, mag je jouw mening geven, mag je jouw God belijden. Nieuw leven.

Jezus gaat aan tafel lezen we bij Johannes. Hij weet met wie hij samen is. Zijn vrienden met wie hij opgetrokken is, met wie hij gedeeld heeft de verhalen van zijn vader. Met wie hij door het land is gegaan en handen heeft opgelegd bij hen die het nodig hadden. Die mensen te eten heeft gegeven, die dienstbaar was aan de mensen om hem heen.

En dan het begin van deze bijzondere maaltijd. Jezus kiest er voor om de minste te zijn. Hij is het die zijn kleren aflegde om zijn vrienden de voeten te wassen. Hij zal de minste zijn om daarna te zegenen en te delen van brood en wijn. Hij geeft alsof het zijn lichaam en bloed is. Hij deelt en nodigt uit. “Doe zoals ik” zijn zijn woorden.

De ultieme uitnodiging voor zijn vrienden, voor ons. Wij die ons Christenen noemen. Wij die ingeschreven staan in de Rooms Katholieke Kerk. Wij …
Durven wij te zeggen dat wij een vriend, een volgeling zijn van Jezus?
Durven wij te gaan staan in deze wereld en een thuis te zijn voor die vrijheidszoekers? Die mensen die huis en haard verlaten hebben.

Maken wij de beweging om de kleinste te zijn en dienstbaar aan de ander?

Jezus roept ons op en zegt: “Kom maar”. Hij wil onze voeten wassen en wil met ons delen brood en wijn. Hij is ons voorbeeld. Wij mogen hem volgen.

Daarom vieren wij en herdenken wij die laatste maaltijd van onze Heer. Wij gaan met Hem mee, ontvangen dat gezegende Brood en die gezegende Wijn. Weten dat wij vrienden zijn.

Weten dat wij geroepen zijn om te ontvangen en te geven, om de minste te zijn.

Weten om stralende mensen te zijn!

Amen.

Jan Claassen, participant Norbertijnen