1 en 2 februari 2020: Maria Lichtmis. Opdracht van de Heer in de Tempel

Maleachi 3,1-4 en Lucas 2,22-32

VERKONDIGING

Om het feest van vandaag goed te kunnen begrijpen moeten we wat sprokkelen in traditie en overlevering. Februari was een kritieke maand. De langste winternacht – de kerstnacht – was geweest. Maar de winter was nog niet voorbij en misschien denken we hier nu wel … de winter moet hier nog beginnen. De etenswaren raakten op. De gezondheid van mensen werd door vochtige koude aangetast. Zo ontstond het lichtfeest halverwege de tijd tussen de langste winternacht, 24 december en het begin van de lente, 21 maart. Men wilde elkaar bemoedigen en troost zoeken in nood. Met vuur en licht wilde men elkaar herinneren dat de lente zal komen.

Het feest van Maria Lichtmis heeft daarom een soort scharnierfunctie in het kerkelijk jaar. Het sluit de kersttijd af en zet ons op weg naar Pasen.
Jezus wordt door zijn ouders – die verheugd zijn over zijn geboorte – opgedragen in de tempel: Jezus wordt toegewijd aan God. ‘Een licht dat voor de heidenen straalt en dat tot eer strekt van Israël uw volk’, zo klonken de laatste woorden van het evangeliegedeelte van vandaag.
Bij deze laatste zin – waaraan het feest van Maria Lichtmis zijn naam heeft ontleend – zou ik even willen stilstaan.

Het symbool van het licht speelt in alle godsdiensten een belangrijke rol. Ook in de Schrift en de Christelijke traditie is het een speciaal en belangrijk beeld. In het Nieuwe Testament is er sprake van ‘eeuwig licht’, en daarmee wordt God bedoeld. Het evangelie van het feest van Lichtmis stelt Jezus gelijk met dit licht. We zijn steeds geneigd om dit licht te zien als een verblindende bron, los van onze werkelijkheid. Wanneer wij echter van Jezus – in navolging van Simeon – zeggen dat Hij licht is, dan heeft dit te maken met de ervaring, van de lichtzijde van mensen en dingen uit onze wereld.

De vraag die deze dag en deze morgen ons doet stellen: is het verhaal van Lucas van de opdracht in de tempel een aandoenlijk verhaal? Het pasgeboren kind in de armen van een oude grijsaard; de toekomst van dit kind voorzegt met woorden die vol zijn van vreugde en dankbaarheid; Jozef en Maria zichtbaar onder de indruk van die gebeurtenis en Hanna profeterend over de bevrijding die onherroepelijk met dit kind in gang gezet is.

Een aandoenlijk verhaal: zeker! Maar ook ingrijpend: want reeds nu wordt gezegd dat het leven van Jezus niet zal bestaan uit een reeks van opeenvolgende successen en ook niet zal uitmonden in een zegetocht. Gelouterd door het leven en geïnspireerd door een Geest van heiligheid weet Simeon dat het onbegrip en het lijden dat daarop zal volgen niet aan Jezus voorbij zal gaan. Simeon en Hanna zijn vol begrip aanwezig.

Misschien mogen ze ook ons bemoedigen dat we uitkomst blijven zien met haalbare toekomstverwachtingen voor onze ogen. Misschien mag het extra kracht geven aan Paus Franciscus die toekomstgericht elan uitstraalt maar die tot in de hoogste regionen van onze Katholieke Kerk ook veel tegenwerking ondervindt.

Misschien mag het extra kracht geven aan het religieus leven in het zoeken naar de wezenlijke elementen welke samenzijn van mensen tot waarachtige gemeenschappen maken. Misschien mag het vrouwen en mannen die samen de beweging van Berne vormen licht en warmte doen uitstralen, zodat velen in de gemeenschappen mogen thuiskomen en thuis zijn.

Misschien dat deze dag van speciale aandacht voor het religieuze leven zo uitnodigend mag zijn, dat vrouwen en mannen licht en warmte mogen ervaren opdat keuzes werkelijk gemaakt kunnen worden. En mag het officieel toetreden van vier nieuwe leden tot de Vrienden van Prémontré op deze zondagavond een stimulans zijn van en voor een brede beweging van betrokkenen en verantwoordelijken rond norbertijnen van Berne.

Ons wordt gevraagd om dragers van licht en warmte te zijn, richting te wijzen opdat het aan zin niet vergaat. Ons wordt gevraagd warmte uit te stralen waarmee we anderen in vuur en vlam kunnen zetten.

Simeon leefde in de verwachting van Israëls vertroosting en Hanna zag uit naar de aanstaande bevrijding van Jeruzalem. Toch moesten ze beiden een hoge leeftijd bereiken om het ontluiken van die belofte met eigen ogen te kunnen aanschouwen. Dat zou ons – misschien wat onrustige mensen wellicht tot steun kunnen zijn. De wijsheid van het wachten. Gods plannen herkennen in alles wat nabij is, teder en kwetsbaar. Simeon en Hanna zijn oude mensen, maar niet verbitterd. Hun aanhoudend gebed was geen ‘gebed zonder end’, maar hield hen op de been met een verwachtingsvol licht in de ogen. Een licht dat zou blijven schijnen als hun eigen levenslicht gedoofd zou zijn.
Amen.

Denis Hendrickx o. praem
Abt van Berne