1 Januari 2019: Nieuwjaar

Numeri 6,22-27 en Lucas2,16-21, C-Jaar

VERKONDIGING

Heeft u in de afgelopen nacht, en misschien ook vanmorgen al mensen om u heen goede wensen toegesproken? Een gelukkig, vrolijk, vredig, gezond, leuk of gezond 2019?
En daarmee wensen wij elkaar ook heel oprecht veel goeds toe, een jaar waarvan wij later tegen elkaar mogen zeggen: het was een gezegend jaar!

Gezegend zijn, zegenen, het zijn woorden die wij niet makkelijk meer in de mond nemen. Hoe zou dat toch komen?
Misschien omdat het woorden zijn die meteen ook God meebrengen in onze wensen? Zegenen, het is iets heel bijzonders, het betekent niets anders dan: Goede dingen zeggen.
Een goed woordje voor iemand doen; niet kwaadspreken, maar iemands naam met respect en liefde noemen; de ander groot maken, leefruimte geven en dus je zo inzetten voor de ander dat hij of zij het leven aandurft en tot bloei komt.

Anders gezegd: zegenen is het allerbeste met de ander voorhebben, de ander liever sterken en stimuleren dan hem of haar op zwakheden betrappen. Zo spreken dat je in de ander de goede krachten oproept. Zegenen is vooral ook het goede in hem of haar heel bijzonder te benoemen. Daar maak je iemand groot mee!
En daar is God bij betrokken.

Jaren geleden hielden wij in onze parochie een groot jubileumfeest. Feesteling die keer was Wim Manders, onze pastor die dit voorjaar overleed.
Vaak benadrukte hij hoe belangrijk het is dat mensen elkaar zegenen.

En zei hij dan … dat is zeker niet voorbehouden aan priesters, dat moeten wij allemaal doen!
Zelf deed hij het ook, in contacten met mensen, liet hij hen voelen en ervaren dat Gods zegen op hen rust.
Een geweldige instelling natuurlijk, en wat menselijk is het dan om ook in te zien hoe lastig het soms is in de praktijk. Elkaar zegenen, het is een goede traditie aan het begin van ieder nieuw jaar, goede wensen met elkaar delen, zodat wij dat een heel jaar kunnen blijven doen.
Zo vaak als wij kunnen elkaar bij de naam noemen en het goede toewensen.

En met het noemen van de naam openen wij dan ook het goede nieuws dat Lucas ons vertelt over de herders die Maria en Jozef vinden bij de voederbak.
Afgelopen week was ik met mijn moeder, dochter en drie kleinkinderen in de Sint Jan in Den Bosch. Wij bezochten daar de kerststal. De kinderen raakten niet uitgekeken te midden van vele anderen bekeken wij de taferelen in de omgang van het koor.
“Waarom heet de baby eigenlijk Jezus?” vroeg een van de kleine jongens peinzend. En in kindertaal vertelden wij over die naam, heel gewoon in zijn tijd, zoals Luuk en Zoë, Milan en Sophie in onze dagen.
God redt, of God bevrijdt, zo luidt de naam van Jezus en wie kon weten dat die naam wereldwijd en duizenden jaren mensen zou inspireren en dichter bij God brengen?

Ieder van ons heeft zijn of haar naam gekregen en zoals het Joodse volk pasgeboren kinderen naar de synagoge bracht om besneden te worden en daar de naam te noemen, kennen wij ook een gebruikelijk ritueel: de doop van onze kinderen.
Ouders brengen hun kind naar de kerk om gedoopt te worden. Met water en zalving bezegelen wij de band die de dopeling aangaat met de gemeenschap van mensen, die de weg van Jezus van Nazareth wil gaan.
Met de zegening van de zintuigen wensen wij de dopeling en onszelf toe dat die nieuwe leven veel goeds om zich heen mag verspreiden en ook veel goeds ontvangen mag worden.

De handoplegging is al even indrukwekkend: een bevestiging die zegt: Jij mag erbij horen, voortaan ben jij een van ons, en wij horen bij jou.
Wij noemen de naam en wij zegenen, houden niet op met zegenen.
Goede dingen zeggen elkaar op handen dragen, bevestigen en bemoedigen. Vasthouden en door de tijd heen niet loslaten omdat het even lastig wordt.
Zegenen betekent goede dingen over elkaar zeggen.

Het oude jaar laten wij achter ons:
Tijdens de viering van Warmte en Licht in het Ronde Tafelhuis hier in onze parochie een paar weken geleden, schreven de deelnemers op een briefje wat zij uit het afgelopen jaar achter zich willen laten, omdat het niet af was, pijn deed of niet goed was.
Na afloop stonden wij met elkaar in een kring rond de vuurkorf. Ieder van ons gooide het briefje in het vuur en stilletjes zagen wij onze geschreven woorden verteerd worden door het vuur.

Binnengekomen stak ieder een kaars aan met goede wensen voor het nieuwe jaar. Alles mocht er zijn, alles was goed.
Zo elkaar zegenen en bevestigen geeft moed, goede moed.
Omdat wij met elkaar verder willen, wat je ook wilt meenemen naar het nieuwe jaar.
Mag jouw naam genoemd, steeds een goede klank hebben!
Mag het komend jaar een zegenrijk jaar zijn voor ieder van ons!
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen