1 januari 2020: Nieuwjaar. Moederschap van Maria

Numeri 6,22-27 en Lucas 2,16-21, A-Jaar

OPENING

Vandaag op deze eerste dag van het nieuwe jaar staat in onze kerken Maria centraal: Heilige Maria, moeder van God, zo heet deze feestdag officieel.
Maria moet aan haar verhaal nog beginnen, met een kind van één week jong. Maria hoorde de herders die nog straalden van het licht.
Maria, de vrouw die hoorde dat zij gezegend was … maar hoe die zegen zal uitpakken is nog een raadsel … haar verhaal moet nog beginnen.
Maria, moeder van God, het klinkt wel heel groot, voorlopig is zij de moeder van een kind waar God zijn plannen mee heeft.
Voorlopig mogen ook wij, gezegend en wel, vanuit deze viering, wikkend en wegend, kome wat komt, in ons hart bewaren wat wij horen, zien en geloven, en God geve het, elkaar tot zegen zijn, omdat God achter, voor en naast ons staat, in oneindige trouw.

VERKONDIGING

De overgang van het oude naar het nieuwe jaar. Oudjaar vieren. In mijn herinnering waren dat geweldige dagen waarbij de hele familie in beeld was. Lang opblijven, oliebollen en dan het vuurwerk. En de volgende dag naar de kerk en daarna naar Opa en Oma waar altijd de televisie aanstond met het nieuwjaarsconcert en skispringen in Garmisch Partenkirchen.
En niet te vergeten de nieuwjaarsgroet: Zalig Nieuwjaar!
Later werd dat gelukkig of vrolijk nieuwjaar. ‘Beste wensen’ horen we velen ook zeggen.
Claudia de Brey nam het ook al op in haar conference … elkaar stevig bij de hand nemen, diep in de ogen kijken en dan het ‘Allerbeste’ toewensen.
Voor minder deden ze niet in haar dorp.

Velen van ons wensen elkaar ook vandaag nog: Zalig of Gezegend nieuwjaar!
In die woorden ligt een diepere laag verscholen, God is hier in het spel!

Ook in de lezing uit Numeri vandaag wordt een zegenwens uitgesproken:
‘Moge de Eeuwige jou zegenen en behoeden, moge de Eeuwige de glans van zijn gelaat over u doen schijnen, moge de Eeuwige zijn gelaat naar U keren en u vrede wensen’.

Woorden in die tijd vastgelegd in Numeri, richten zich niet op het individu, maar juist ook op het hele volk Gods.
De Eeuwige zegent het volk dat in zijn Naam op weg gaat, zegent de mensen die op weg gaan om vrede te stichten in een wereld.
Er zit iets magisch in, in dat woord zegenen. God die aan het begin stond van de Schepping is hier in het spel en zegent ons om te doen wat ons gegeven is: onze aarde doordringen met vrede en vertrouwen.

De Eeuwige zegent en heeft ons daarbij nodig, daarom is het goed als wij ook elkaar zegenen. Het is immers niet meer en niet minder dan elkaar een oprechte wens dat het ons goed gaat en tegelijkertijd een aansporing om het allerbeste dat wij in huis hebben in te brengen in onze wereld.
Een onmogelijke aansporing? Welnee!

Onze parochie, een klein onderdeel van het Rijk Gods gaat ook in het komend jaar weer op weg en doet goed in de kleine wereld om ons heen. Net als in het afgelopen jaar maken velen het mogelijk om hier bij elkaar te komen, om samen met de medewerkers van Peerke Donders en het Ronde Tafelhuis, rijke plaatsen van ontmoeting, inzet voor de meest kwetsbaren in onze wijk mogelijk te maken.
Plaatsen waar de Naam van God genoemd mag worden, plekken waar mensen dat ook in verband willen brengen met inzet voor de wereld.
Daar is zorg voor nodig, zorg voor ons gebouw waarin wij samenkomen.
Terwijl in de binnenstad stemmen opgaan om opnieuw een van de grote kerken te sluiten, heeft ons parochiebestuur de moed om na te denken over een goed beheer van onze Maria kerk, zo klimaatvriendelijk als redelijk en mogelijk is.

Ons pastoraal team gaat dit jaar op een nieuwe manier met jonge ouders en kinderen aan het werk. De inzet voor onze parochianen én voor onze partners in Zsámbék blijft onverminderd overeind.
En in het Ronde Tafelhuis blijven mensen de schouders zetten onder activiteiten die zich richten op kwetsbare mensen in onze wijk. Waar het nodig is mensen een duwtje geven om de kracht die in ieder van ons zit omhoog te halen. Dat is wat wij willen doen als wij elkaar zegenen.
Mensen, alle mensen dragen Gods zegenkracht in zich!

Als wij de Eeuwige God vragen om ons te zegenen, dan hebben wij het niet alleen over ons zelf, maar over ons allemaal, de gemeenschap van Gods mensen. Dan spreken wij het allerbeste in elkaar aan, en voelen dat wij willen omzien naar de mensen om ons heen.
Omdat ieder kind van Gods schepping, kostbare krachten in zich draagt die ook onze wereld goed doen. En als een zegenbede is uitgesproken, dan blijft deze op iemand rusten.
Wij nemen die zegen met ons mee, gaan verder ons leven tegemoet als gezegende mensen.

Precies om die reden wordt in de joodse traditie de zegenwens die vandaag centraal staat ook gebruikt bij de Naamgeving van een kind:
Als je alleen maar ademhaalt, huilt en eet, dan ben je er nog niet helemaal. Pas als er een naam over jou is uitgeroepen, dan ben je iemand, dan ben je er écht.
Zo ging het ook bij de besnijdenis van het Jezuskind op de achtste dag. Wij horen erover bij Lucas: “Maria, Gods moeder, kende zijn naam al toen zij Hem nog dicht bij zich droeg”.
De engel had zijn naam al genoemd. En Maria weet zich gezegend!

Maria, moeder van God, dat is de feestdag van deze eerste dag van het jaar. Het begin van het Johannesevangelie dat wij met Kerstmis hoorden, vertelt hoe God zélf in zijn schepping is gekomen, een nieuw verbond met zijn volk is aangegaan en onder ons is komen wonen.

Het is een kwestie van geloven. Leven rustend op een geloof dat goede dingen brengt omdat wij ons gezegend mogen weten.

Gezegend Nieuw jaar!

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen