1 mei 2019: 5e Zondag van Pasen

Handelingen 14,21-27 en Johannes 13,31-33a.34-35, C-Jaar

VERKONDIGING

Het is vandaag de zondag van de Oosterse Kerken. Toepasselijk als wij luisteren naar de woorden uit de eerste lezing. Paulus en Barnabas zijn op reis. Trekken door de wereld. Vertrekken uit Antiochië, een stad in Syrië, ligt op de hoogte van Aleppo, ver van huis, een stad toen van een half miljoen inwoners. En de mannen gaan op weg met in hoofd en hart het verhaal en de ervaringen van hun Heer. Een wereld waar zij het woord gaan vertellen, waar ze gaan laten zien wat die Jezus Christus voor een mens is geweest. Wat die God, Vader van de Zoon, ons te vertellen heeft. Paulus en Barnabas gevuld met het Goddelijke woord, gezonden door Hem, om te getuigen van het nieuwe Leven.
Als je landkaart bekijkt een indrukwekkende eerste reis. Geen ANWB, geen navigatie, samen op weg door die nieuwe wereld. Het woord moet wel goed zijn geweest wil je zo’n tocht overleven en ze kwamen ook weer terug in Antiochië al waar ze konden getuigen van de werkwijze van hun God en Heer.

In de ruimte waar wij in het Ronde Tafelhuis kerken hangen gordijnen. Prachtige mooie lange gordijnen, tot op de grond. Als wij gaan vieren sluiten wij de deuren en schuiven wij alle gordijnen op hun plek. Wij komen samen in een soort cocon. Wij gelovige mensen samen, afgezonderd van die buitenwereld, vieren in ons eigen clubje.
Afgelopen woensdag lazen wij in het Ronde Tafelhuis ook uit de handelingen, ook een verhaal over de reizen van de vrienden van het eerste uur. Mensen die zich bewegen in een voor hun gevaarlijke wereld en vertellen, getuigen, over dat nieuwe leven. Die gaan staan en zeggen hier is die God waarvan ik mag spreken. Die God die voor jou gekomen is. En wij? Wij sluiten de gordijnen, trekken ons terug in oude statige kerken. Veilig bij elkaar, spreken tegen elkaar het woord van onze God. Dragen wij ook nog uit zoals de vrienden van de eerste gemeenschap?

Toen de parochie Heikant veranderde in de Norbertijner parochie Heikant – Quirijnstok en Wim Manders de eerste onder zijn gelijken was, was de wereld nog een oude wereld. Onze kerken zaten bomvol, 4 kerkruimtes in gebruik: de Maria –, de Herders –, de Driekoningenkerk en het Bejaardenhuis. Op zoek naar mensen om het woord te vertellen was niet nodig. Ze waren er gewoon. Harrie van den Berg op de fiets en op bezoek in scholen. Iedereen kende hem. Hij was een man van de kerk, hij was een man van God. Duidelijk, herkenbaar. Harrie Wouters, die man van Maria, die man met dat baardje. Daar was iets mee, hij was anders dan die andere maar ook een man van de kerk, een man van God. Een tijd in de jaren zeventig en tachtig dat wij een onderdeel waren van de wereld. Wij waren de wereld, besteden vele uren per week aan het goede werk, ons geloof, de kerk.

En de wereld verandert, wij veranderen. Onze verhalen lijken minder oren te bereiken, alsof wij een andere taal spreken. Onze buren hebben een nieuwe God meegenomen en lijken anders te bidden dan wij. Mensen nemen afstand van de kerk. Het ogenschijnlijk moeten van vroeger verandert in een vrije keuze. Hier ga ik niet meer naar toe, zij hebben mij niets te vertellen, en ze nemen het zelf ook niet zo nauw.

De voeding van de moraal hoeft niet meer uit het instituut kerk te komen. “Dat kunnen wij zelf wel”.

Er lijkt een scheiding te ontstaan. Zij en wij. Gelovigen tegenover ongelovigen. In de leer versus buiten de leer. De ouderwetse tegen de mensen van de moderne tijd.

Een bijzonder proces.

En wij, mensen van de kerk?

Wij, wij blijven staan, stralen en nodigen uit. Want dat woord van de Heer is nog steeds het woord van de Heer. Uitnodigend, voor iedereen beschikbaar. Wel ontdaan van absolute waarheden maar nog steeds gevuld met het Goddelijke. Een woord wat wij willen delen met de mensen om ons heen. Grote en kleine.

Thea van Blitterswijk is een vrouw van de kerk, is een Godsmens. Is al jaren leidend in ons kerkenwerk, laat zien dat Gods woord geleefd kan worden. Arockiadoss is een man van de kerk, is een Godsmens. Is een voorbeeld van hoe Godswoord verstaan kan worden in een nieuwe wereld.

En waarom?

Omdat wij geloven in dat al oude gebod van de Liefde. Die liefde die zichtbaar is in hem die wij Vader Zoon en Heilige Geest noemen. De kruisdood die overwonnen wordt. De verrijzenis van de Heer.

Wij kunnen verder leven met die liefde. Want dat is ons de weg ten leven. Dat is het woord dat wij altijd kunnen spreken. Dat is laten zien dat wij Godsmensen zijn. Dat wij de taal van alle eeuwen kunnen blijven spreken.
Uitreiken naar elkaar, hier in dit huis maar zeker ook buiten op straat. In onze huizen, op ons werk, op school, bij onze buren. Stralen en getuigen van het Goede.

Amen.

Jan Claassen, participant Norbertijnen