1 november 2020: Allerheiligen

Apocalyps 7,2-4.9-14 en Matteüs 5,1-12a, A-Jaar

VERKONDIGING

Door God bevestigd.

Vandaag Allerheiligen en morgen Allerzielen. Twee bijzondere dagen in onze kerken. Je zou het bijna vergeten als je leeft in de realiteit van elke dag. Afschuwelijke aanslagen vinden er in de wereld plaats. In Nice en waar ook ter wereld zijn er aanslagen op onschuldige mensen. Zijn daders individuen en kijken wij een bevolkingsgroep aan als de schuldige. Terwijl het veelal om eenlingen gaat. De neiging van vechten is groter dan de neiging om te bidden.

En dan Allerheiligen.
In onze traditie komen dan grote namen boven drijven. Veelal uit een oude geschiedenis. We hebben geen foto of videomateriaal, geen geluidsbanden. Nee, wij hebben verhalen uit de overlevering. Verhalen zijn opgeschreven over die man of vrouw die binnen onze kerk groot en belangrijk is geweest. Bij religieuzen weten we van de verhalen, dat als je van het paard valt, je helpt bij het Heilig worden. Een lang ziekbed is ook een pré voor het Heilig worden. En zo zijn er nog meer van die opvallende zaken.

Maar als je verder leest en je verdiept in het leven van zo’n man of vrouw kom je bij de andere kant uit. Bijna het kleine. Het er zijn voor die ander. Die kleinste, die armste, nabij zijn. Mens voor een mens zijn.
In de geschiedenis van onze kerk hebben mensenhanden daar hard aan gewerkt. Wie of wanneer iemand heilig verklaard moest worden is wel terug te zien in de tijd. Voor mensen van nu ligt dit toch echt anders. Het is een status die bijna niet meer te begrijpen is. Het lijkt van een andere wereld. De Heilige Sinterklaas die kennen we nog wel maar dan houdt het op. Geen flauwekul willen wij mensen. Het moet begrijpbaar zijn, ons hoofd moet het snappen.

Dan herdenken wij deze week de geboortedag van de Zalige Petrus Donders. Nee, ons Peerke is nog niet heilig omdat hij nog niet voldoet aan de regeltjes. Maar voor de vrienden van Peerke is hij dat allang. Peerke Donders is een absoluut voorbeeld hoe grote mensen kunnen leven. Een man van zijn tijd. Recht in de leer, geen flauwekul met kerkelijke regels. Zoals het was zou het ook moeten zijn maar daarnaast was Peerke een mens onder de mensen. Een man die ging voor de armste, de kleinste, de ziekste. Die ging voor het uitschot van de Surinaamse samenleving. Peerke ging voor mensen!

Hij knielde en nam in zijn armen die mens van vlees en bloed. Die verstotene en liet die mens weer thuis zijn.
Voor de regels van de kerk missen we nog een wonder maar voor ons, vrienden van onze Peer, is het zo goed. Hij is ons voorbeeld, hij is de heilige van Suriname en van Tilburg.

In de woorden van Johannes lezen we weer van die grote verhalen. Verhalen over engelen, over onze God. Bijna niet te begrijpen zo groot, zo’n ander beeld als wat wij gewend zijn. Woorden als “Wie zijn dat in die witte gewaden en waar komen zij vandaan” en “dat zijn degenen die komen uit de grote verdrukking”.
Woorden die wij kunnen verstaan. Als we dat willen?

En dan de woorden van Matteüs. De zaligsprekingen van Jezus op de berg. Jezus die zijn vrienden en volgers toespreekt, hen onderwijst.

Jezus geeft ons een toekomstperspectief. “Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel.” En wat moeten we daarvoor doen?
Wat voor mensen moeten we dan zijn? Grote reuzen? Koningen of Keizers? De CEO’s van de wereld? Dictators? Terroristen die in naam van God aanslagen plegen? Nee, zegt Jezus we moeten juist van de andere kant komen.

Zalig de armen van geest, zalig de treurenden, de zachtmoedigen, die dorsten en hongeren naar gerechtigheid, de barmhartigen, de zuiveren van hart, die vrede brengen, die vervolgd worden om de gerechtigheid, wanneer men je beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Godswil.
Ogenschijnlijk moeten we dus kleine mensen zijn. Mensen die gericht zijn op die ander, die gericht zijn op God. Want dat is wat er mag zijn, gericht zijn op onze God. Dan kunnen we iedere dag opnieuw leren, mogen we fouten maken en het weer opnieuw proberen want die God van ons mensen blijft voor ons staan. Heeft voor ons een weg voorgeleefd tot heilig leven.

Ja ja, hoor ik u denken, het zal wel!

Ja, het is!
Maar dan is het wel aan ons om die keuzes te maken. Geen 7mijls stappen, nee, kleine stappen in de werkelijkheid. Weten dat jij gekend bent en dat jij er mag zijn. Weten dat die God van mensen er ook is. Misschien is Heiligheid voor ons een stap te ver maar een zalig mens kunnen we wel zijn. Want wij zijn die gekende mensen uit het verhaal van Johannes, die grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle rassen en stammen en volken en talen.
Een Godsmens.

Amen.

Jan Claassen, participant Norbertijnen