10 januari 2021: Doop van de Heer

Jesaja 55,1-11 en Marcus 1,7-11, B-Jaar

VERKONDIGING

Het doopverhaal dat we zojuist hebben gehoord zoals opgeschreven door de evangelist Marcus is minder bijzonder dan je misschien zou denken. Hij is er kort en krachtig over, geen woord te veel. Johannes komt even aan het woord en kondigt Jezus aan: ‘Ik heb u gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de heilige Geest’. Vervolgens arriveert Jezus en laat zich dopen en wanneer hij uit het water komt, is er instemming uit de hemel: net als in den beginne zweeft er een vogel Gods over het water, en de stem leent woorden uit Jesaja 42: ‘Gij zijt mijn zoon, mijn veelgeliefde’. Ja, de hemel staat erachter, achter dit mensenkind dat zich laat dopen, als een vader achter zijn zoon. Meer woorden heeft Marcus er niet voor nodig. Hij gaat snel over tot de orde van de dag.

Het verhaal van deze zondag laat ons weten hoe Jezus zich door de doop in de Jordaan laat onderdompelen in de geschiedenis van zijn volk. Hij gaat door de stroom, zoals velen in die dagen dat doen, en verbindt zich met lief en leed van zijn volk: hij integreert, hij laat zich nadrukkelijk inburgeren. Hij sluit zich aan bij de geloofsgeschiedenis van zijn volk.

Velen onder ons, want de meesten worden als klein kind gedoopt, herinneren zich helemaal niets van hun doop. Voor velen wordt de doop dan ook pas werkelijkheid als we onze levensgeschiedenis proberen te zien als een geleidelijke groei. We raakten meer en meer verbonden met de geloofsgeschiedenis van hen die ons voorgingen en met hen die met ons optrekken. Hoe we ook denken over de kinderdoop, uiteindelijk gaat het er om of we bereid zijn ons leven te plaatsen in de geschiedenis van velen die eenzelfde geloofsweg gingen, in het spoor van Jezus die ons voorging.

Het verhaal van de doop van Jezus zouden we kunnen verstaan als de intrede van Jezus in de geschiedenis van zijn volk. Hij laat zich onderdompelen in de geschiedenis van mensen die zoeken naar perspectief in hun bestaan, mensen die zoeken naar God. Over dat zoeken en vinden van perspectief hebben profeten voor hem getuigd. Jezus gaat staan in deze geloofstraditie. Het is een eerste teken van solidariteit met het volk. Van hieruit worden zijn roeping en zending in gang gezet.

De doop betekent ook dat ook wij ons invoegen in lief en leed van de wereld om ons heen. Zoals de Jordaan een belangrijke overgang naar het land vormde, zo gaan wij door de doop de wereld binnen van allen die op tocht zijn en zoeken naar een land om te wonen en te leven.
Wij zullen waarschijnlijk niet de hemel zien opengaan en we zullen niet de woorden horen die tot Jezus als de geliefde zoon werden gesproken. Misschien kunnen wij wel elkaar in soortgelijke woorden aanspreken. Wie zich invoegt en laat onderdompelen in de geschiedenis van mensen, die mogen wij aanspreken met woorden als: ‘Jij bent een geliefde mens; op jou rust de Geest van God, Jij bent voor ons belangrijk.’

Alleen zo immers kan die boodschap je eigen worden: uitzuiveren wat echt is, de schone schijn links laten liggen, je niet laten ophitsen door iemand die zijn verlies niet kan en wil toegeven, steeds opnieuw beseffen wat je doet. Diegenen die hun toevlucht nemen tot opruiende retoriek moeten de verantwoordelijkheid opnemen voor het toenemende geweld zoals we dat zo nadrukkelijk zagen in de afgelopen dagen in Amerika, maar wat ook bij ons op de loer kan liggen. Er wordt ons vandaag met het vieren van de doop heel wat voorgehouden. Zou daarvoor echt te kiezen zijn, of … ?

Met handen, voeten, ogen en oren, ja met hart en ziel spreken en doen. Dat leven van God gestalte geven in de gewone dingen van iedere dag. Het zo tot je nemen dat het ook in jou gaat stromen. Dan kan het zich voegen in de stroom van leven die Jezus, vernieuwd, in gang heeft gezet, die bezield door zijn Geest de wereld door wil trekken zodat heel de wereld ervan kan leven, voorgoed. Een leven dat aantrekkingskracht heeft, waar mensen op af komen omdat ze geraakt worden door je stem, door wat je doet, door wat je aan te bieden hebt.

Geloven, gedoopt willen worden door het leven, heeft twee kanten. De ene is: ‘Jij bent ‘m …’ Het gaat erom je aangesproken, uitgedaagd, uit je tent gelokt te weten om handen en voeten te geven aan je geloof. En dat altijd binnen je vermogen. Niemand is gehouden iets te geven wat Hij niet heeft. En de tweede kant is: de ruggensteun, de geestkracht. Het gaat in het geloof niet om een leer of een theologie of wat dan ook van dien aard. Tot ieder van ons wordt gezegd: ‘Jij bent mijn geliefd mensenkind in wie ik vreugde vind’. En dan steeds weer gehoor geven aan die stem die tot ons klinkt. Gedoopt worden is niet iets van een keer. Het is een weg, het is een gaan, rechtop, met open handen, frank en vrij.
Amen.

Denis Hendrickx o. praem.
Abt van Berne