11 oktober 2020: 28e zondag door het jaar

Jesaja 25,6-10a en Matteüs 22,1-14, A-Jaar

VERKONDIGING

Zalig zijn wij die genodigd zijn aan deze maaltijd des Heren.

Beste Zusters en Broeders in Jezus Christus,

Volgens God’s woorden zijn wij zalig omdat wij God’s uitnodiging voor deze Eucharistie aanvaard hebben en hier digitaal bijeen en verbonden zijn.

In de lezingen van deze zondag staat het vieren van de maaltijd centraal. Een feestmaal voor alle volkeren.
De eerste lezing uit de profeet Jesaja schetst het beeld van een overvloedige maaltijd, een verbondsmaaltijd. Volgens Jesaja richt de Heer een feestmaal aan en Hij nodigt alle volkeren van de hele wereld uit. De Israëlieten dachten dat zij het belangrijkste en uitverkoren volk waren maar de Heer is een God voor alle volkeren, niet alleen voor de Israëlieten.
De plaats waar deze maaltijd plaatsvindt verdient aandacht, het is op een berg en niet zomaar een berg maar de berg Sion in Jeruzalem, de plaats van God, een plaats waar Mozes en Elia God ontmoetten.

In de evangelielezing van vandaag vertelt Jezus ons een parabel over een bruiloftsmaal waar iedereen wordt uitgenodigd. Gods liefde is wereldwijd, en kent geen aanzien des persoons.
In de gelijkenis staan twee categorieën naast en zelfs tegenover elkaar: de eerste groep genodigden, waarmee de joodse gemeenschap wordt bedoeld en de tweede groep zijn de arme mensen van de straat.

Matteüs heeft deze parabel symbolisch uitgewerkt.
De koning is God, zijn zoon is Jezus Christus.
De genodigden vormen de joodse gemeenschap en de mensen van de straat, de jonge kerk, de christenen. Voor Matteüs is het kenmerkend dat hij de kerk ziet als de nieuwe generatie gelovigen die het oude fanatieke Israël vervangt.

De mishandelde en gedode dienaren zijn hier waarschijnlijk niet alleen de oudtestamentische profeten, maar ook de christelijke verkondigers, zoals later, ook de ons bekende Martelaren van Gorkum.
Het verhaal dat deze parabel vertelt is dat iedereen die uitgenodigd wordt, welkom is maar het is aan de mensen zelf of ze komen of niet.

In Genesis 31 en in Exodus 24 lezen wij dat een maaltijd gemeenschap sticht en dat een verbondssluiting vaak samen ging met een maaltijd.
Wij mogen dus verstaan dat God een verbond sluit met alle volkeren met een maaltijd. Kortom met een Eucharistie.

Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren. Deze slotzin in de evangelielezing heeft, vooral in orthodoxe protestantse kringen, helaas veel angst en gevoelens van uitsluiting opgeroepen: Ben ik wel uitverkoren? Of ben ik verdoemd? Ook het verschil dat er in deze parabel lijkt te zijn tussen de genodigden: de joden en de christenen, de mensen van de straat. Dit heeft in het verleden tot verkeerde interpretaties geleid met als gevolg valse gevoelens en spanning met alle rampzalige gevolgen van dien.

In deze parabel doet Jezus een beroep op ieder van ons, om met Gods hulp voor elkaar het leven tot iets goeds en moois te maken. Hij vraagt ons in plaats van te vluchten in drukdoenerij en eigen zaken, tijd te maken voor elkaar.
God nodigt ook ons allen uit om naar het feest van zijn Zoon te komen, naar het feestmaal des Heren, oftewel naar zijn kerk te komen om Eucharistie te vieren.
Iedereen – ja, iedereen – van goede wil is immers welkom op het grote feest van Gods liefde. Hoevelen blijven niet onverschillig voor de smeekbede. Maar dat weerhoudt God niet. Wij zien dat Hij iedereen uitnodigt; de genade wordt aan iedereen geschonken. God laat immers de zon schijnen over iedereen en ook de regen neerdalen over goeden en slechten.

Het wordt nooit iets met onze samenleving, als niet iedereen zijn bijdrage levert. Als wij het laten afweten, te druk bezig zijn met onszelf en te weinig tijd hebben voor elkaar.
De wereld wordt geen heerlijke wijngaard, het leven geen feest, als we doen alsof we God niet horen.

Beste Zusters en Broeders in Jezus Christus,

Zalig zijn wij die genodigd zijn aan deze maaltijd des Heren.

Als gelovigen moeten wij zelf de keuze maken voor God, en er dan ook echt voor gaan. Wie alleen maar doet alsof of slechts voor de vorm meegaat naar het feest of naar de kerk, of wie wel de lusten, maar niet de lasten van een gelovig leven wenst te dragen die zal vroeg of laat zichzelf tegenkomen.
Een eredienst vooral de Eucharistie is een viering van onze verticale en horizontale relatie. Kortom onze relatie met God en met de medemensen.

De genodigden in de parabel hadden de gelegenheid om dicht bij God en de mensen te komen om hun lief en leed te delen maar hebben het te druk met andere dingen. Of dat echt zo is of dat ze het als smoesje gebruiken, dat is de vraag.
Wij hebben in ons dagelijks leven een tijd voor sporten, een tijd voor werken, een tijd voor vakantie, een tijd voor rust, een tijd voor boodschapen enz. enz. maar soms geen tijd om te bidden en verbonden te zijn met God.

In deze tijd van de corona pandemie, hebben wij de steun van God en de steun van anderen en van elkaar echt nodig. Een feestmaal van God, de Eucharistie, biedt deze gelegenheid.

In Matteüs 11,28 zegt Jezus: “Komt tot mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en ik zal u rust geven.”

Als wij deze zin van Jezus waarmaken in ons leven dan kunnen wij zeggen: Ja, wij zijn zalig omdat wij God’s uitnodiging voor deze Eucharistie aanvaard hebben en verbonden zijn met God en met de medemensen langs deze digitale weg.
Laten wij proberen dit te doen en wanneer het kan weer hier samenkomen en bidden voor God’s genade.
Amen.

Arockiadoss o. praem.