12 januari 2020: Doop van de Heer

Jesaja 42,1-4.6-7 en Matteüs 3,13-17, A-Jaar

VERKONDIGING

Buiten wordt het alweer wat lichter, de kerstversiering is nu wel verdwenen. In onze wereld staan weer andere vragen centraal: gemeentelijke bestuurders buigen zich over de vraag of wij ons niet moeten wapenen met een vuurwerkverbod. Wij schudden het hoofd en worden woest bij verhalen over aanvallen op hulpverleners van brandweer, politie en ambulancepersoneel.
Verder weg kijken wij verbijsterd naar mensenmassa’s die op de been komen om te rouwen nu raketten zijn afgevuurd op een Iraanse generaal en zijn metgezellen in een buurland.

Kerstmis, feest van licht en vrede, het is nog niet helemaal achter de rug. Pas in dit weekend sluiten wij in de liturgie de kersttijd af op een dag die wij noemen: Doop van de Heer, een van de momenten waarop ons wordt geopenbaard hoe Jezus de Gezalfde Gods is …

Het zijn lezingen die ons uitdagen om heel even terug te gaan in de tijd, ons aan de hand laten nemen door de metgezellen van Jezus, die ons de verhalen over zijn leven hebben verteld.
Immers, als je de toekomst vorm wilt geven, is het van belang om te weten waar je vandaan komt.

Voor velen moet het leven van Jezus van Nazareth een openbaring zijn geweest. Deze mens was een Godsmens, liet een beeld van God zien. Met zijn hele manier van doen, maakte Hij God zichtbaar heel dicht bij mensen. Dát was hoe God wilde dat mensen met elkaar zouden omgaan, naast elkaar staan, niet boven of onder elkaar, omzien naar de mens naast je.
Niet zo gek dat na de dood en opstanding van Jezus, een grote behoefte ontstond om de verhalen over zijn leven met elkaar te delen, opdat zij konden getuigen van dat waar mensen van onder de indruk waren, mensen die in Jezus God hebben gezien en ervaren.

Zo kwamen de evangeliën tot stand die wij iedere week horen, boeken vol verhalen geschreven voor mensen die stonden in de traditie van de Joodse bijbel.
Afgelopen donderdag vertelde Rabbijn Groeneveld in het Ronde Tafelhuis over die verhalen in de Torah en Tanach, ons Oude Testament. Maar waar haar Tanach niet verder gaat met de verhalen over Jezus, doet onze Bijbel dat wel.

Jezus van Nazareth, een in en in Joodse man, levend in een tijd waarin mensen snakten naar de komst van Gods Gezalfde, de Messias. Dan zou het volk gered worden, verlost van alle ellende en onderdrukking. In die dagen stond op iedere straathoek wel iemand te prediken, de een na de ander probeerde de mensen met zich mee te slepen. Het was dan ook niet zo vreemd dat de mensen aanvankelijk Jezus niet herkenden als Messias.

Maar meer en meer, beetje bij beetje, in drie stappen, openbaarde deze mens zich en werd gezien als Zoon van God. Misschien niet zozeer om wat hij zei, maar vooral om zijn consequente handelen, zijn nooit aflatende keus voor de mensen die het, het meest moeilijk hadden.
Zijn volgelingen gingen over hem vertellen, in verhalen doorgeven hoe in zijn manier van doen God zich in de wereld laat zien.

Zo kennen wij het Kerstverhaal, de Eerste Openbaring: Gods zoon komt niet in een paleis te midden van rijkdom ter wereld, maar in een stal, en de eersten die hem herkennen zijn de meest uitgestotenen van de wereld van toen, de herders. Dát moet Gods zoon wel zijn, zal men gedacht hebben.

Dan de Driekoningen, de Tweede openbaring: De Wijzen van toen, uit alle windstreken, verzamelen zich om het pasgeboren kind een bezoek te brengen. En zij knielen, naast de Herders, voor een kind in de stal, opnieuw die intuïtie: Zou dat Gods Zoon zijn?

Vandaag horen wij een derde verhaal dat hoort bij de Openbaring van de Heer, de Doop van Jezus in de Jordaan … Niet voor niets is dit verhaal helemaal geworteld op de profetie van Jesaja, die vele eeuwen eerder de komst van Gods Zoon in de wereld aankondigt: “De Eeuwige heeft gesproken: Hij zal alle volken het recht doen kennen, en ongebroken en vol vuur zal hij het recht op de aarde vestigen.” Even verder: “Ik neem je in dienst voor mijn verbond met de mensen, en maakt je tot licht voor alle volken, om blinden de ogen te openen, om gevangen te bevrijden uit het duister.”
Dát is wat God wil in onze wereld, mensen in zijn dienst nemen, opdat zij een licht kunnen zijn voor alle volken.

Daar staat Johannes aan de oever van de Jordaan en doopt een mens, die zichzelf niet belangrijker vindt dan de anderen, maar ook de rivier ingaat, om door het water gehaald te worden. En dan is er die stem uit de hemel: “Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde!” De derde openbaring.

Wat een enorm moment moet dat geweest zijn, een gebeurtenis van jewelste, van groot inzicht:
Daar staat Gods Zoon en hij vraagt ons om met hem mee te gaan. Zo werd de Doop van de Heer een moment dat voor velen, het begin van een nieuw leven betekent: “Je oude leven wordt begraven en je staat op met Christus in zijn nieuwe leven.” Door het water heen gaan, door het diepe en opstaan, zodat jouw leven kan staan in het teken van Gods bedoelingen met onze aarde.

De verhalen die ons worden verteld van Jezus, lezen wij in een tijd en een wereld die soms letterlijk in brand lijkt te staan, een wereld waarin opnieuw een vliegtuig door raketten is neergehaald, waar mensen elkaar met vuurwerk bekogelen.

Goddank is dat maar één kant van het grote verhaal van de mensengeschiedenis. Overal immers, in alle religieuze tradities bestaat de grootste groep uit mensen die het nieuws niet halen, maar die goed doen, iedere dag opnieuw. Mensen die gelovig of niet, als een vuur de wereld doorgaan.

De man van Nazareth werd herkend als Beeld van God en zouden ook wij niet, in onze beste momenten, van elkaar durven zeggen dat wij ‘Beeld van God’ zijn geworden?

Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen