14 en 15 december 2019:3e Zondag van de Advent

Jesaja 35,1-6a.10 en Matteüs 11,2-11, A-Jaar

VERKONDIGING

3de zondag van de Advent: Gaudete

Gaudete in Domino semper, iterum dico, gaudete oftewel Verheugt u altijd in de Heer, ik herhaal het, verheugt u!

Hiermee zouden wij deze woorden van verkondiging kunnen afsluiten. Hiermee is alles gezegd. Verheugt u altijd in de Heer!

Was het maar zo eenvoudig. Wij, mensen van de kerk, zijn mensen van het woord. Alles moet via de oren naar binnen toe. Wij zijn gewend om te zitten op stoelen of harde banken. Luisteren naar wat ons wordt gezegd, mogen soms woorden spreken en ook af en toe een liedje zingen. Maar de vrouwen en mannen van de kerk die spreken. De tijd van de Waarheid ligt gelukkig achter ons. Wij durven gedachten aan te geven, vragen te stellen bij ons leven, stil staan bij wat ons bezig houdt en spreken over dat wat onuitspreekbaar is. Wij geven onze God een naam. Elohim, Adonia, Ik zal er zijn, God met ons. Die God die wij kennen, die er altijd met ons is.

In het boek Jesaja, lang voor de komst van Jezus, horen wij hoe de profeet ons oproept en zegt dat wij mogen vertrouwen op die God van het leven. Hij komt, Hij is. Gewoon nemen dus.

Gewoon nemen was voor Johannes de Doper ook niet zomaar een vanzelfsprekendheid. Hij die door het land was getrokken, hij die Koning Herodes de maat had genomen zat vast in de gevangenis en hoorde over de aanwezigheid van Jezus in zijn streek. Hij vroeg zich af of deze Jezus diegene was die zou komen of dat ze op iemand anders moesten wachten. Johannes die zo goed wist wie Jezus was, die uit zijn naam doopte in de Jordaan. En dan zit je in de problemen, verwacht je redding van Hem die zo groot is en dan weet je het niet meer. Ben jij het?

Een twijfel lezen wij in de woorden van Matteüs.

Maar Jezus geeft het antwoord. Die God van mensen is er, zal er altijd zijn. Vertrouw op het woord van de Heer.

Gaudete, verheugt u. Vandaag de derde zondag van de Advent. Mannen met gewijde handen droegen op deze dag in de liturgie een Rose kazuifel. Rose omdat ze uit de kast waren gekomen? Nee, Rose was de liturgische kleur tussen Paars en Wit in. Paars als kleur van bezinning, van inkeer en boete en Wit als kleur van Reinheid, als de kleur van God. Halverwege op weg naar Kerst. De toekomst is al zichtbaar in deze tijd van bezinning, van stilte.

Al twee volle weken bevragen wij onszelf over waar wij staan, wie we zijn, wat het doel is van ons leven. Worden wij uitgedaagd om rechtop te gaan staan en de schouders te richten. Worden wij uitgenodigd om die God van ons mensen binnen te laten, om ons verzet op te geven. En dan zijn er die mensen in het leven die we zomaar tegen komen. Die ons uitnodigen om de handen uit te strekken naar een ander en de handen van de ander gewoon aan te nemen. Vasthouden, de warmte voelen van die ander, zien dat het hart slaat in de bloedvaten van haar of zijn pols. Een ontmoeting waarin onmiddellijk duidelijk is dat het goed is. Onze God lijkt het niet anders te doen. Die Vader Moeder die uitreikt en die bij de hand genomen kan worden, die God die er is. Niet jij hebt mij maar ik heb jou uit gekozen staat er in de woorden van Johannes. Laten we die woorden toelaten tot ons hart. Dan kunnen wij komen de week elke dag uitroepen: Gaudete, Gaudete. Verheugt u, want Hij is er.

Amen.

Jan Claassen, participant Norbertijnen