14 Juni 2020: Feest van het H. Sacrament

Deuteronomium 8,2-3.14-16a en Johannes 6,51-58, A-Jaar

VERKONDIGING

Een mens leeft niet van brood allen. Met Sacramentsdag wordt vanouds nadruk en aandacht gevraagd voor de viering van de eucharistie. Maar is het niet zo dat we Sacramentsdag ruimer moeten verstaan. Een moment waarin je ervaart en voelt waar het Jezus ten diepste om ging.

Vandaag kunnen we spreken van een innige ontmoeting. Zo’n moment kunnen christenen beleven in het breken en delen van het brood. Ze kunnen het ook ervaren in het breken en delen van het woord en met elkaar de handen uit de mouwen steken. Vandaag nodigen de Schriftwoorden ons uit om te gedenken wat we van God ontvangen hebben: water, mannaverhalen als dierbare herinneringen, liefde, vrijheid, ruimte om te leven en dit alles delen met elkaar want dat is toch vooral het bindmiddel, dat bindt ons toch.

Niemand kan alleen leven. We zijn op elkaar aangewezen. Een mens kan ook niet zonder eten en drinken. We zijn als mensen brood voor elkaar: voedsel naar lichaam en geest. Levend brood dus.
Eigenlijk zou de Eucharistie een sacrament moeten zijn, waarvan de betekenis zonneklaar is, maar we weten denk ik allemaal dat dit niets steeds het geval is.

Wie zijn de handelende personen in de eucharistie? In de eerste plaats Jezus Christus zelf. Hij is het die het nieuwe verbond van God met de mensen viert. Hij reikt ons daarin bevrijding. Vergeving en leven aan. Van onze kant moeten wij dit aanbod in dank ontvangen. Eucharistie betekent immers ‘dankzegging’. En zo’n dankzegging krijgt concreet gestalte in het aanbieden van onszelf en de wereld aan God. Al wat goed is willen we terugvoeren tot die we God noemen.

Het tweede handelende subject in het vieren in de Kerk, de verzameling van ‘geroepenen’ door de Heer. Kerk is voor Jezus een dynamisch gebeuren. De eucharistie probeert mensen die er aan meedoen tot gemeenschap te brengen. Eucharistie slaagt er in die mate in dat we elkaars broeders en zusters worden, dat we ons één weten met elkaar en ons geroepen weten tot dezelfde zending als Jezus Christus. De Eucharistie is primair geen geschenk ván de kerk, maar vóór de kerk, in zover zij in en vóór de wereld is.

De derde handelende persoon is de voorganger, die handelt voor en namens de gemeenschap. Hij is geen middelaar tussen God en mensen. Er is immers maar één middelaar, namelijk Jezus Christus. In de loop der eeuwen zie je een priesterlijke spiritualiteit ontstaan, waarin Eucharistie en priesterschap nauw met elkaar verbonden zijn. En dit beeld is in de vorige eeuw danig genuanceerd. De priester wordt minder liturg, maar meer profeet, iemand die probeert iets te zeggen over het christelijk ideaal. Hij roept op tot christelijk leven en activiteiten.

En wat te denken over de aanwezigheid van Christus in de Eucharistieviering. De traditie heeft die aanwezigheid beperkt tot brood en wijn, die wezenlijk veranderen, maar is dat niet een te beperkte visie, want Jezus is toch ook aanwezig in de gemeenschap zelf, in het woord van de Schrift en in de persoon van de priester. Het vieren van de eucharistie is het vieren van de aanwezigheid van Christus in afwezigheid. Het schept nabijheid in afstand. Het is als een licht dat schijnt in duisternis. Het is een weldaad in een situatie van tekort. Het is een glimp die je opvangt van zijn gelaat. Het is een kijken in een spiegel en niet van aangezicht tot aangezicht.

Het voorbeeld van maaltijd houden met elkaar – ons realiserend dat met elkaar eten een bindmiddel is bij uitstek – is een prachtige uitdaging. Niet geroepen om mooie gebeden en wensen te formuleren en het daar dan bij te houden, niet geroepen om wetten en voorschriften te volgen als ze stammen uit vervlogen jaren en nauwelijks meer geworteld zijn in het samenleven van mensen anno nu. We worden geroepen tot gemeenschap van geloven en werken, een netwerk van mensen met veel onderlinge verbindingen en relaties, een netwerk van samenspel en gegroeide betrokkenheid. ‘Doe als ik’ wil Jezus ons vandaag met woorden van Johannes duidelijk maken. Deel met elkaar, maak verbindingen.

Het vieren van Sacramentsdag kan voor ons misschien een goed moment zijn om weer eens nadrukkelijk stil te staan bij de ware en diepere betekenis en tevens onszelf de vraag stellen of we buiten de kerk waarmaken wat we binnen de kerk onder tekenen beleven. Eerbied voor het Sacrament van de Eucharistie en zorg voor de naaste dienen bijeen gehouden te worden.
Het wonder van het gedeelde brood is de droom van Jezus, dat laatste gebaar, het teken van die laatste avond: dit brood en deze beker, gedeeld, ben ik ten voeten uit. En ik vraag jullie te doen wat ik heb voorgedaan: je brood delen is vermenigvuldigen van geluk.
Amen.

Denis Hendrickx o. praem
Abt van Berne