15 en 16 december 2018: 3e Zondag van de Advent

Sefanja 3,14-18a en Lucas 3,10-18, C-Jaar

VERKONDIGING

We hebben de derde kaars aangestoken op onze krans. Het licht wordt steeds sterker. Kerst komt dichterbij. Met de dag zie je de kerstsfeer groter worden. Velen bereiden zich voor.
Vandaag worden we als voorbereiding op Kerst opgeroepen door Johannes om plaats te maken voor de komst van de Heer. De lezingen doen ons stilstaan bij de vraag: Is er in onze wereld van dagelijks leven wel ruimte waar God kan wonen? Wat moet er in ons eigen leven en onze wereld rechtgezet worden wil er ruimte ontstaan voor een nieuw begin?

Johannes is van mening dat de mensen drastisch moeten veranderen. Hij spreekt dan ook rake woorden, waarmee hij ons een spiegel voorhoudt, want Advent gaat niet over een gebeurtenis die straks plaats gaat vinden maar over een gebeurtenis hier en nu: wat het met ons doet en van ons vraagt. We zijn geen toeschouwers, maar we worden opgeroepen om deel te worden van het verhaal. Johannes wijst ons een weg en de vragende handen van Zsámbék helpen ons met hun levensverhalen op die weg. Nieuw en eerlijk leven gunnen en verwachten: is dat niet de werkelijke achtergrond van de straatbewegingen van de gele hesjes (hoe jammer dan ook van de gewelduitbarstingen); is dat niet de noodzaak voor een echt klimaatakkoord van Katowice waarover zo moeizaam wordt gesproken.

Het verhaal van vandaag laat ons weten dat Johannes aan de overkant van de Jordaan staat. Hij verwacht de Messias. Hij wil de mensen duidelijk maken dat de wereld moet veranderen wil er een nieuwe toekomst mogelijk zijn. Hij zegt: ‘Er staat iets te veranderen, bereidt je er op voor, kom tot inkeer en begin opnieuw. Laat je schoonwassen in het water.
Hij wil de mensen voorbereiden op de komst van de Heer door hen boete te laten doen en tot bekering en berouw op te roepen. Boete, bekering en berouw, dat is geen gemakkelijke boodschap of iets blijvends. Het vraagt heel wat van de mensen die naar hem toekomen.
Maar zijn vermaningen staat zeker niet op zichzelf, maar allemaal in het licht van de belofte dat God zal komen. Johannes weet mensen te raken. Hij gebruikt harde woorden en wijst de mensen op hun manier van leven. Dat het zo niet goed gaat en dat het anders moet, wil er toekomst zijn.

Telkens heeft het antwoord van Johannes te maken met de onderlinge verhoudingen tussen mensen: daar moet verandering in komen. Iedere mens wordt er persoonlijk op aangesproken. Want, zegt Johannes tegen de mensen: “De voorbereiding op de komst van de Messias kan niet anders dan bij jezelf beginnen”. Zo zegt hij tegen de tollenaars die naar hem toekomen: “vraag niet meer geld dan is afgesproken”. En tegen de soldaten: “Plunder niet, pers niemand af en wees tevreden met de soldij die je ontvangt”. En tegen de anderen zegt hij: “Wie dubbele kleding heeft, laat hij delen met wie niets heeft, en wie voedsel heeft, laat hij hetzelfde doen”.

Zo roept Johannes mensen op om niet meer te nemen dan nodig en roept hij op om te delen waar je kunt. De oproep klinkt om af te zien van een leven ten koste van anderen. Hij spreekt de mensen aan op het royale in henzelf om op zoek te gaan naar de kern waar je ruimdenkend bent en gul, een plaats waar God zou kunnen wonen.
Johannes spreekt mensen aan op hun persoonlijke verantwoordelijkheid en de mensen voelen zich aangesproken door de profetische woorden uit de mond van Johannes. Hij schildert een nieuw perspectief, een nieuwe toekomst. Het visioen van recht en vrede licht op en dat visioen is binnen handbereik, kan werkelijkheid worden, houdt Johannes ook ons voor. Binnen onze eigen menselijke mogelijkheden wordt ons gevraagd anders te handelen: niet leven ten koste van anderen – maar zo, dat ieders leven mogelijk wordt. We mogen meedoen naar menselijke maat.

In de eerste lezing van vandaag van de profeet Sefanja wordt gesproken over vreugde bij God en mensen. Ons meedoen naar eigen kracht en mogelijkheden kan tot vreugde leiden:
Vreugde bij God, om mensen die hun handen niet laten verslappen, vreugde bij God om mensen die hun handen laten wapperen.
Mensen die de vluchteling opmerken en steunen, mensen die de vreemdeling gastvrij onthalen. Mensen die opstaan tegen de machten die ons bedwingen. Zij werken aan gerechtigheid en vrede. Zij zijn de bode van een nieuwe tijd. Zij zijn de kiem van een nieuwe aarde.
Vreugde bij de mensen om een God die wil redden wat verloren gaat. Vreugde bij de mensen, om een God die liefdevol nabij wil zijn. Je talenten inzetten en aanwenden: Vreugde bij God en bij mensen vanwege het uitzicht op een nieuwe aarde.
Amen.

Denis Hendrickx o. praem
Abt van Berne