15 en 16 februari 2020: 6e Zondag door het jaar

Jezus Sirach 15,15-20 en Matteüs 5,17-37, A-Jaar

VERKONDIGING

De Wet?

Het zijn weer grote woorden. Bij mijn voorbereiding dacht ik, blijft er nog iemand in de kerk zitten als wij deze lezingen gelezen hebben?
Jezus pakt ons zeer nadrukkelijk aan. Hij houdt zijn leerlingen, ons dus, de wet voor. De 10 geboden worden herhaald. Opnieuw geeft Hij aan van goed en slecht.
En daar staan wij dan als kleine mensen. Wat moeten wij met deze woorden? Relativeren totdat er niets meer overblijft? Zijn wij hier wel goed in of gaan we echt luisteren en als wij over de eerste schrik zijn nog een keer opnieuw lezen. Proberen wij die oude woorden te begrijpen. Begrijpen wanneer deze woorden geschreven zijn, door wie ze geschreven zijn en wat de boodschap in haar tijd was.

De verzen uit Jezus Sirach vertellen over onze vrije wil. Wij, jij en ik, beslissen over wat wij doen. Wij kunnen het niet bij een ander of bij God neerleggen. Nee, wij zijn aan zet. Telkens maken wij keuzes in het leven. Goede, minder goede en foute. Iedere keer opnieuw is het er weer. Afschuiven onmogelijk, wij zijn aan zet. Onze God is niet verantwoordelijk voor wat wij mensen doen. Alle kleine zaken maar ook de grote, wereldomvattende zaken, worden door ons mensen gedaan en daarom zal iedere mens daarvoor keuzes moeten maken. God heeft het niet gedaan, nee, onze God is er. Die God van ons mensen straalt van het goede. Het is aan ons ons om het te nemen. Onze God stuurt geen slechte boodschappen, een God van liefde is een goede God.

In Matteüs horen wij Jezus ogenschijnlijk helemaal losgaan. Spreekt over de wet, spreekt over enkele van de 10 Geboden, Houdt ons voor wat goed is en wat fout is. Hij die de mens is die het volbrengt. Hij laat zien hoe het moet.

Maar Hij gaat verder. Jezus laat ons in het Evangelie van Matteüs zien dat het niet in het grote zit maar in het kleine. Niet in de moord, in de dood, maar tijdens het leven in het klein maken van de ander. Niet in het daadwerkelijke overspel maar in de eerste blik met de gedachte aan.
“Gij zult” uit de tien geboden kunnen ons ook aanzetten tot het overdenken en het doen van het goede. Gij zult niet doden. Daarvan denken de meeste mensen: dat zal mij niet gebeuren, zo’n gebod kan ik wel handhaven. Maar als Jezus er dan een ander licht op laat schijnen, verandert de zaak. Want hoe doe ik dat? Ben ik zondeloos? Laat ik die ander in waarde? Verhef ik mij soms? Ben ik soms meer dan een ander?

En voor die andere 9 geboden. Kan ik het omdraaien zodat het dicht bij mij komt en hoe sta ik dan?

Daar zit volgen mij de uitdaging waar toe Jezus ons oproept in het Matteüs Evangelie, waar Jezus Sirach over spreekt. Wij mensen zijn aan zet. Die God van ons die is er. Geen twijfel mogelijk maar aan ons om het te zien. Om aan ons zelf kritische vragen te stellen en er dan naar te handelen zoals echte mensen doen. Met vallen en opstaan. Met buigen. Hardop sorry zeggen of een kus voor vergeving. Klein moeten wij beginnen, daar liggen onze mogelijkheden. Daar mogen wij onze God ontmoeten.

Afgelopen week hebben wij gelezen in Marcus 7 dat alles wat ons bezoedelt uit ons binnenste komt. Alle verkeerde gedachten en daden komen niet van buiten maar worden gevormd in ons hart. De schuld kunnen we nergens anders leggen dan bij ons zelf. Dus laat Jezus ons wederom zien dat wij aan zet zijn. Wetten en geboden zijn een goede zaak maar ons hart is nog groter. Daar zullen wij het moeten vinden. Die God van ons, die God van liefde spreekt ons aan. Spreekt ons aan in ons hart.

Luister ik? Versta ik wat die God aan mij vraagt?

Laten we trouw zijn aan ons hart en met kleine stappen onze weg voortzetten. Met goedheid de wereld aankijken en proberen met een oprecht hart te zeggen: dag buurman, fijn dat wij er mogen zijn!

Amen.

Jan Claassen, participant Norbertijnen