15 november 2020: 33e Zondag door het jaar

Spreuken 31,10-13.19-20.30-31 en Matteüs 25,14-30, A-Jaar

VERKONDIGING

Paus Franciscus heeft deze zondag in het jaar ingesteld als een terugkerende werelddag voor de armen. Volgende week vieren wij het feest van Christus Koning en nu worden wij aangesproken om het weer zelf te doen.

Dat mooie verhaal uit het boek Spreuken: Over die sterke vrouw. Zo’n vrouw die wij kennen. Een vrouw die IS. Niet afhankelijk van tijdelijke schoonheid of uiterlijke schijn. Nee, die vrouw die bloeit, die straalt, die in het donker Licht geeft. Vrouwen die, als je ze ontmoet, je even stil bent, en denkt: wauw indrukwekkend.

Die vrouwen die wij tegen komen in ons dagelijks leven, vrouwen die iets te vertellen hebben, die iets doen voor een ander. Vrouwen die nog steeds vanuit een achterstand moeten beginnen aan iets. Vrouwen die hun plaats ogenschijnlijk moeten verdedigen of anders moeten verdienen dan mannen. In de wereld is het zo, in de kerk is het zo. Ik weet dat we grote vrouwen hebben binnen onze kerk. Oud en uit een ver verleden, maar wel met opgeschreven verhalen. In het oude boek of anderszins.
Voor vrouwen van nu blijft het moeilijk om te kunnen gaan staan en voorganger te zijn. Maar ze zijn er. Vrouwen waar wij een voorbeeld aan kunnen nemen. Vrouwen die gemeenschappen dragen. Als teamleider, als abdis, als leraar, als directeur, als de kleinste onder de mensen. Vrouwen die ons het verhaal blijven vertellen van het kleinste zaad, van het woord dat mensen bindt. Die verbonden zijn aan die God van mensen.

En dan die woorden bij Matteüs. Wat doe jij met jouw talenten? Jezus is meer dan duidelijk. Hij roept ons op. Doe! Blijf niet staan maar doe iets!

Kom in actie, laat het niet aan een ander over.

Jezus zegt tegen zijn vrienden: “Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft
nog worden ontnomen.”

Hebben wij dan iets? JA, wij hebben!
Wij zijn die kinderen van dat Rijk Gods. Wij zijn die uitverkorenen. Wij zijn die mensen die geschreven staan in de palm van Gods hand. Wij zijn kinderen van dat Volk onderweg.
Wij zijn die gezegende mensen met talenten. Talenten op allerlei gebied. Er zijn mensen die met hun handen de wereld kunnen verzetten. Er zijn mensen die met woorden Gods wereld kunnen tekenen. Er zijn mensen die met stilte de Vrede kunnen bewerken.

Maar dan is het wel aan ons.

Als wij Godsmensen zijn gaat dan het leven van een leien dakje? Nee was dat maar. Dan zouden alle kerken van de wereld weer tot aan de nok gevuld zijn. Nee als Godsmensen moeten wij werken. Mogen wij het nemen wat Gij ons geeft, mogen wij kinderen zijn van die Vader Moeder God van mensen. Want dan zijn wij mensen die werken met onze talenten. Zijn wij mensen die rechtop gaan staan. Geen heilige maar mensen van vlees en bloed. Mensen die de zondigheid kennen, die de slechte kant van de mensheid kunnen zien. Die mensen dat zijn wij. Wij zijn gezegend door onze God, wij durven zijn naam uit te spreken. Wij kunnen een kruisteken maken als teken dat wij in zijn naam hier zijn.
Die uitgestoken hand aan die ander is het begin.

Jongeren met een andere naam als Janssen en Pietersen hebben het moeilijk in onze Nederlands wereld. Kom maar aan een baan of stage als je Mohammed Kudus of Fatma Taspinar heet. Onderzoek laat zien dat Janssen en Pietersen eerder uitgenodigd worden voor een gesprek dan Kudus of Taspinar.
Daarom is het ministerie samen met onderwijs en bedrijfsleven een nieuw initiatief gestart: KIES MIJ.
Discriminatie moet doorbroken worden zodat ongebruikte en aan de kant staande talenten weer ingezet kunnen worden. Ieders Talent is nodig in deze wereld want we kunnen niet zonder elkaar.

En als wij gelovige mensen zijn mogen wij vertrouwen op die God van ons mensen. In psalm 139 schrijft de psalmist: Toen ik in het verborgene gemaakt werd, kunstig geweven in de schoot van de aarde, was mijn wezen voor u geen geheim. Uw ogen zagen mijn vormeloos begin, alles werd in uw boekrol opgetekend, aan de dagen van mijn bestaan ontbrak er niet één.
Wij zijn dus gekende mensen, daar hoeven wij niet aan te twijfelen. Dat mogen wij tegen iedereen zeggen. Wij zijn bij die God van mensen gekend, alle talenten die wij in ons leven inzetten zullen een groot effect hebben. Want wij zijn nooit alleen!
Amen.

Jan Claassen, participant Norbertijnen