16 augustus 2020: Maria Tenhemelopneming

Openbaring 11,19a; 12,1-6a.10b en Lucas 1,39–56, A-Jaar

VERKONDIGING

Een zondag in het teken van Maria. Ik ben daar blij mee en ik weet met mij heel veel andere mensen. Tijdens de stille kerkopeningen op woensdag en zondag stond Maria in Vuur en Vlam. Indrukwekkende hoeveelheid kaarsjes stonden te branden. Licht en Warmte steeg op, omhulde ons en bleven kracht geven ook al waren wij niet meer in de kerk. Allemaal bij Maria. Als wij bij de familie komen waarbij zojuist een vader of moeder overleden is komt Maria vaak op tafel. Ons Vader of Moeder had meestal wel een lievelingsbeeld van Maria. Groot – klein – kostbaar of zo’n plastic beeldje met een blauwe schroefkroondop uit Lourdes. Soms is de Rozenkrans ook dichtbij. Ja, zeggen ze dan: “Maria had wel haar plek.” En het Ave Maria mag bij de viering van afscheid niet ontbreken.

Jongere mensen kijken ons dan aan met een blik van, Hè wat nou weer. Maria en Jozef kennen we misschien nog van de kerststal maar is dat dezelfde Maria als bij ons opa of oma? Helemaal verbaast. En kun je daar iets mee?

Afgelopen week had ik een afscheid van een jonge vrouw. In haar directe omgeving waren een aantal jong volwassen. Prachtige mensen met kleuren in hun haren die ik nooit zou durven dragen. En deze mensen luisterden naar de samenstelling van deze viering van afscheid. “We bidden een Wees Gegroet” hadden we afgesproken. Wat gaan we doen? Wees Gegroet bidden? Onbekend en dus ook onbemind. Daarom konden we deze jonge mannen en vrouwen uitnodigen om dit gebed met ons mee te bidden, probeer het maar. De avond voor het afscheid kreeg ik een mail van hun moeder: “Ze kennen het helemaal uit het hoofd.”
En daar stonden wij dan samen biddend die woorden van het Wees Gegroet, verbonden, zo samen op zo’n moment van verlies.

In de eerste lezing van de Openbaring van Johannes lezen we over een vrouw die een kind moet baren en de draak die klaar staat om het kind af te nemen. Maar voordat het kwaad kan toe slaan, is God daar en gaat staan. Zorgt voor Moeder en Kind. Een verhaal over goed en kwaad. Een verhaal over de toekomst van een volk, een verhaal over onze God. Door de eeuwen heen heeft Maria een plaats gekregen in de uitleg van dit verhaal. Maria de eerste van zijn gelovigen, gered door en levend in vertrouwen in.

Gisteren de herdenking van de bevrijding van Nederlands Indië. Dat onderdeel van ons koninkrijk wat anders bezet was door een vreemde mogendheid. Waar geleden is, waar mensen dood zijn gegaan, waar menswaardigheid ver te zoeken was. Waar moeders met hun kinderen opgesloten werden in kampen, waar jonge vrouwen misbruikt werden. Waar … Woorden ons te kort schieten.

75 jaar geleden werd de vrede getekend. Daarvoor waren twee atoombommen schijnbaar noodzakelijk om hem, die god genoemd werd, te bewegen om zich over te geven. Honderd duizenden mensen zijn overleden. Zijn mensen. Afschuwelijk.

En samen staan wij stil, overdenken, en bidden misschien een Wees Gegroetje. Zo’n klein gebed gericht aan een bijzondere vrouw. Een vrouw die ging staan voor haar zoon. Die niet wist hoe het leven eruit zou zien maar vertrouwen had en het deed.

Bij Lucas horen wij van de ontmoeting van Maria met haar nicht Elisabeth. Beide vrouwen zijn gezegend, dragen een kind in hun schoot. Weten al dat het bijzonder is wat er staat te gebeuren. Hun kinderen, geboren uit een stadse en dorpse vrouw, kinderen die het woord zullen voeren maar waar nu nog het geheim van omsluierd is.

En dan Maria, ze spreekt. Ze spreekt met de woorden van het Magnificat. Een lofprijzing aan de Heer. Woorden uit het oude boek, samen gezet tot deze lofprijzing. Tot deze oproep van onze God.

Want die God van ons, zegt ons dat wij moeten gaan staan. Dat wij moeten kiezen. Dat wij de kleinen van hart, de armen van geest, de manken en de blinden moeten omarmen. Moeten opnemen in ons huis omdat wij weten dat die God van mensen ons nabij is.

Maria deed het. Wist dat zij gezegend was en ging na drie maanden weer naar huis, naar haar man Jozef. Ze kregen het kind, een bijzonder kind, en voedden hem op tot een mens van de wereld. Een kleine vrouw met een grote opdracht.

Zo kunnen wij naar haar kijken. Zo kan ze voor ons een voorbeeld zijn. Een mens van vlees en bloed, een vrouw met groot vertrouwen een vrouw tot wie wij kunnen bidden:

Wees gegroet Maria,
vol van genade,
de Heer is met u;
gij zijt de gezegende onder de vrouwen,
en gezegend is Jezus,
de vrucht van uw schoot.
Heilige Maria, moeder van God,
bid voor ons zondaars,
nu en in het uur van onze dood.
Amen.

Jan Claassen, participant Norbertijnen