16 en 17 februari 2019: 6e Zondag door het jaar

Jeremia 17,5-8 en Lucas 6, 17.20-26, C-Jaar

VERKONDIGING

Vandaag worden we in de beide schriftlezingen met krasse uitspraken overvallen. Het heeft er wel wat van weg dat het allemaal een beetje overdreven is. De woorden van zowel Jeremia als Lucas lijken alleen maar te vatten in een sterke zwart-wit benadering.

Jeremia schildert vandaag de gevolgen die het allemaal geeft als je je vertrouwen stelt op mensen, als je bewogen bent om mensen. Weliswaar dichterlijke woorden, maar wel helder: een steenwoestijn, een verzilt en verlaten land, een struik in een dorre vlakte. Vertrouwen op de Heer – zo wordt voorgehouden – loopt uit op beter: Hij is als een boom geplant aan water, tijden van droogte deren niet en bladeren blijven altijd groen.

Van veel latere tijden dateren de woorden van Lucas. Wee jullie die rijk zijn, want jullie hebben je deel al gehad. Wee jullie die nu lachen want je zult treuren en huilen.

Twee Schriftteksten vandaag welke al direct allerlei vragen oproepen. Geen eenvoudige boodschap voor ons welke veel weg heeft van een karikatuur van het echte leven. Hoe is zo’n boodschap eigenlijk ontstaan?

De grote woorden van trouw en ontrouw vallen bij de profeet Jeremia in een periode van ernstige crisis. Het oude Israël is al een eeuw lang bezet door buitenlandse machten. Van wie valt er dan nog redding te verwachten? Eigenlijk lijkt er niets nieuws onder de zon in het menselijk verkeer. Nog steeds zelfmoordaanslagen waarbij onschuldige burgers om het leven komen. En het gebeurt eigenlijk in de hele wereld. Nog steeds strijd om de macht van de sterkste. Als ik dan mijn zin niet krijg dan dwing ik het wel af, zo gaat openlijk de Amerikaanse president te keer.

Het zijn wat voorbeelden uit de grote wereld van vandaag. Maar hoe is het eigenlijk gesteld met die kleine wereld: Ook in de kleine kring kunnen relaties tussen mensen en beloften rond eeuwige trouw omslaan in afkeer en haat. Het oogt allemaal minder spectaculair maar het is niet minder dramatisch.

En dan die boodschap van Lukas, hoe wereldvreemd of levensecht is zijn boodschap. Het gaat in de kleine gemeente waar Lucas zich toe richt om de strijd van het bestaan. Woorden van troost spreekt hij om duidelijk te maken wat uiteindelijk telt. Een hart onder de riem voor wie onzeker is, bang en klein. De tweedeling welke Lukas gebruikt is misschien toch ook wel wat gemakkelijk. Rijkdom bestrijkt immers een breder terrein dan alleen het puur materiële en het lijkt me evenmin een garantie voor geluk. We weten toch al lang dat onze gemeenschappelijke rijkdom slachtoffers maakt.

De krachtpatsers van onze tijd zijn mensen die het gemaakt hebben: topmanagers; sporthelden, die producten lijken van een vorm van moderne slavenhandel; Idolen uit de muziek- en filmwereld met fabelachtige bedragen achter hun naam en op hun bankrekening.
Voor Lucas is gemaakte carrière met daarmee verbonden rijkdom veel minder een garantie voor het Rijk Gods. Zijn helden zijn eerder arm, gebrekkig, hongerig, vervuld van hoop op een betere toekomst, een nieuwe tijd.

De bedoeling achter de woorden van Lucas lijken pas echt herkenbaar te worden en te zijn als er scheurtjes komen in het zo gemakkelijk lijkende leven. Als er brokken gemaakt worden in relaties. Als je werk wordt bedreigd, je toekomst aangetast, je hoop vervlogen. Als er onherstelbare schade wordt aangericht in families, gebroken gezinnen, als er sprake is van een fatale ziekte. Als je moet leven met een ernstig lichamelijk letsel. Als je moedeloos bent of wanhopig, afgewerkt of uitbehandeld.

Met de woorden en beelden van Lucas wordt duidelijk dat arm en rijk dwars door alle lagen heen gaan, niet gehinderd door status of materiële welstand. Van boven naar beneden, van links naar rechts zijn we beurtelings arm en rijk, hongerig of verzadigd, uitgesloten en gevierd.

Oer-Christelijk wordt het volgens mij pas echt als we vol vertrouwen geloven in een gave toekomst. Als de grond onder je voeten verdwijnt, als de bodem wordt weggeslagen. De woorden van Lucas zijn zeker geen vage belofte voor later, voor ooit. Het Rijk van God is er, nu en hier, waar mensen zich arm maken omwille van de armen, waar mensen niet spotten met het lot van anderen, waar mensen zich druk maken omwille van gerechtigheid, waar goedbedoelde gele hesjesdragers de straat op gaan, waar scholieren lessen verzuimen / spijbelen om echte en ruime aandacht te vragen voor het klimaat.

Tegen deze achtergrond zijn de woorden van Jeremia en Lucas geen doem en verderfenis, maar geluks kaarten voor onszelf en voor anderen.

Denis Hendrickx o. praem
Abt van Berne