18 en 19 januari 2020: 2e Zondag door het jaar

Jesaja 49,3.5-6 en Johannes 1,29-34, A-Jaar

VERKONDIGING

“Ik zal je maken”

“Ik zal je maken” heb ik als titel voor deze verkondiging gekozen. Ik zal je maken, uit een mensenmond klinkt het bijna vreemd. Ik, met macht, zal jou, de kleine mens, zo neerzetten dat jij het dan bent. Bijna komen er de verkeerde bedoelingen er doorheen. Ik zal Het doen! Voelt niet goed.

Maar als we het verstaan als wanneer onze God het zegt klinkt het al heel anders. Onze profeet uit de eerste lezing geeft aan wat zijn God tegen hem zegt en zegt wie hij zelf is. Hij staat al klaar, hij Jesaja weet dat zijn God hem heeft geroepen en dan krijgt hij zijn opdracht. Als gezegend mens kan hij op weg.

Vandaag is het in ons bisdom de zondag die toegeschreven is aan Petrus Donders. Voor ons gewoon Peerke en afgelopen dinsdag hebben wij al uitvoerig bij hem stil gestaan. Ons Peerke wist ook dat hij gekend was door onze Heer. Peerke kon het woord verstaan en nam de opdracht aan. Ons Peer, hij ging als priester naar Suriname, liet rijkdom en alles achter en ging werken bij de armste van de armste. De Lepralijders, het uitschot van de maatschappij dat waren de mensen van Peerke Donders. Daar moest hij zijn opdracht volbrengen. Daar volbracht hij Godsopdracht. Was Jezus zijn groot voorbeeld, dienaar van mensen.

Johannes stond met zijn voeten in de rivier en vertelde over dat wat groter was dan mensen zich konden voorstellen. En dan, dan staat Hij daar. Ze staan oog in oog. Daar is het Lam van God, Hij waar ik over vertelde, Hij die zoon van God is. Hij die getekend is door de Geest. Die door God gezonden is. Die mens waar de Vader voor heeft gezorgd, die Zoon van God, die de weg moet gaan. En Jezus ging, verzamelde vrienden om zich heen en ging op weg. Met een opdracht van zijn Vader “Ik zal je maken”.
De eerste actie ligt dus bij een ander.

Heel lang geleden, ik was een jongeman van zestig kilo, weinig baardgroei, blonde haren en een grote mond. En ik kreeg van een vriend een miniatuur. Geschilderd door de zusters Norbertinessen uit Oosterhout. Op deze miniatuur de tekst: “Niet jij hebt Mij maar ik heb jou uitgekozen” Johannes 15,16.
Ik las het, begreep er niets van en zette het weg in mijn huis. Jaren heeft het ergens in een kast gestaan, kwam het soms tegen, las de tekst opnieuw en zette het weer weg. Geen boodschap had ik eraan tot dat éne moment. Dat moment dat ik de miniatuur opzocht in mijn kast hardop de tekst las: “Niet jij hebt Mij maar ik heb jou uitgekozen”. Eindelijk verstond ik wat er geschreven stond. Nu was ik aanzet. Nu pas kon ik aan de bak. Er was werk te doen, woorden mochten er gesproken worden. Het was aan mij om te luisteren, om te doen.

Jezus, het Lam van God, de mensenzoon die het voorbeeld zou kunnen zijn voor de mensen van zijn tijd. Die het voorbeeld kan zijn voor de mensen van onze tijd. Dit weekend komen kinderen zich laten zien in de Mariakerk. Het zijn de communicanten van dit jaar, kinderen die een keuze gemaakt hebben samen met hun ouders om mee te doen. Mee te doen met U en ik. Ze willen ook delen aan die tafel van de Heer.

Prachtige jongens en meisjes. De foto’s hangen hier in de kerk en blijven daar voorlopig ook hangen. Het zijn vertegenwoordigers van die fakkels die blijven branden. Het zijn die kinderen die ooit zullen ontdekken dat zij al uitgekozen waren voordat ze mensenkinderen waren. Laten wij ervoor zorgen dat ze bij ons thuiszijn, wij Godsmensen onderweg.
Amen.

Jan Claassen, participant Norbertijnen