19 april 2020: 2e Zondag van Pasen, Beloken Pasen

Handelingen 2,42-47 en Johannes 20,19-31, A-Jaar

VERKONDIGING

In de bijbel gebeuren belangrijke, mooie en bevrijdende dingen altijd op ‘de derde dag’, of bij een derde keer. Zo’n soort uitdrukkingen moeten we volgens mij niet al te letterlijk nemen. Het is een Bijbelse manier van spreken om iets bijzonders, iets bevrijdends mee uit te drukken. Enkele dagen geleden – met Pasen – hebben we het nog nadrukkelijk gehoord: Jezus verrezen op de derde dag. Dat getal drie duikt op in heel wat Bijbelse verbanden: De afgebroken tempel zou Jezus in drie dagen weer opbouwen; drie dagen na de begrafenis van Lazarus komt Jezus bij zijn graf en dan gebeuren er wonderlijke dingen; Jona wordt na drie dagen uit de buik van de walvis bevrijd en vandaag maakt het evangelie duidelijk dat Thomas pas tot geloof in Jezus komt nadat deze drie keer gezegd heeft: ik wens je vrede.

Deze Bijbelse manier van zeggen, dit Bijbels spelen met het woord drie, kennen wij in ons gewone spraakgebruik ook. Als we iemand in korte tijd drie keer achter elkaar tegenkomen, dan zeggen we: en nu moet je trakteren. ‘Alle goede dingen in drieën’, vinden we. En om er nog een te noemen: ‘driemaal is scheepsrecht’. Deze laatste uitdrukking gebruiken we om er mee aan te geven dat het nu onderhand genoeg is omdat we het al drie keer daarover gehad hebben.

Die gedachte van driemaal is scheepsrecht en de evangeliewoorden met de drie uitdrukkelijke vredeswensen van Jezus voor zijn leerlingen geven een nadrukkelijke bedoeling weer. Dat het er ook echt van komt.
We hebben Jezus al meerdere keren zijn leerlingen vrede horen wensen. En met die ‘leerlingen’ zijn ook wij bedoeld, zoals nu weliswaar niet onder eenzelfde dak bij elkaar gekomen, maar wel met elkaar verbonden zijn. ‘Ik wens jullie vrede’, zegt Jezus ook tegen ons. En dan niet een soort loze kreet, zo van: ‘ja dat hoort er nu eenmaal bij, ik sluit me maar aan in de rij, even een rondje doen om te feliciteren, om geluk en vrede te wensen’. Nee, echt gemeend en uit volle overtuiging.

Die vredeswens van Jezus lijkt een wens uit het diepst van zijn hart, welgemeend en doordacht. Maak er echt werk van want het is duidelijk dat er nog ontzettend veel vredeswerk verricht moet worden. In het teken van gemeenschappelijkheid, betrokkenheid en afhankelijkheid van elkaar zien we in deze dagen geweldige voorbeelden, welke laten zien dat het kan. En het is nu maar te hopen dat na verloop van tijd – als het ergste van de crisis achter de rug is – dat zo’n houding dan ook blijft bestaan en we niet terugvallen in de sfeer van ‘ik voor mij persoonlijk’, maar vasthouden aan dat gevoelen van ‘wij samen’.

Stap voor stap, woord voor woord, beetje bij beetje wat meer vrede in de dagelijkse verhoudingen op het persoonlijke vlak en in het brede nationale en internationale verband. En natuurlijk we zullen altijd realistisch moeten blijven: hoe hartelijk we elkaar ook de vrede toewensen, het zal tegelijkertijd ook steeds en beetje een ideaal blijven.

Zo ligt het ook ten aanzien van wat we vanuit de handelingen van de apostelen beluisterden. Daar staat heel nadrukkelijk beschreven: ‘ze bezaten alles gemeenschappelijk’. Dat klinkt geweldig, en het is ook goed dat het er staat … maar ook daar – toen – in die jonge kerk van de eerste eeuw was dat ‘alles gemeenschappelijk hebben’ natuurlijk ook meer ideaal dan werkelijkheid, net zoals dat ook bij ons het geval is. Voor mij en mijn medebroeders norbertijnen gelden deze woorden van de handelingen als een belangrijk programma, niet voor een enkel moment maar voor ons hele religieuze leven. Het is de spiegel waar we met grote regelmaat in moeten kijken om het allemaal niet te vergeten.
En wat te denken van onze nationale opstelling in deze dagen van internationale verantwoordelijkheid en hulp. Wat stelt dat ene Europa nu bijvoorbeeld voor? Paus Franciscus riep een paar dagen geleden terecht op om niet in het eigen nationale kot te blijven zitten, want dan is verbondenheid alleen maar een loze kreet.

Naast de wens tot waarachtige vrede gaat het in het evangelie over nog iets anders. Steeds als Jezus zijn paasboodschap afgeeft, heeft Hij het over het vergeven van de zonden. Hij wil hiermee zeggen: zorg dat je in het reine komt met jezelf en met anderen. Vergeeft elkaar, dat wil zeggen: pin elkaar niet vast op welke onvolkomenheid dan ook. Ook die ander wordt door God bemind, ook die ander heeft mogelijkheden in zich tot liefde. Laten we dat in elkaar bewaken, meer nog laten we dat in elkaar wekken.

De eerste week van Pasen hebben we gehad. Hebben we nu voldoende stof om in deze wat onwerkelijke tijd een tweede week van Pasen in te gaan.

Denis Hendrickx o. praem
Abt van Berne