19 en 20 januari 2019: 2e Zondag door het jaar

Jesaja 62,1-5 en Johannes 2,1-12, C-Jaar

VERKONDIGING

In onze hedendaagse geschiedenis lijkt God een randfiguur geworden. Alles lijkt zich steeds meer af te spelen zonder Hem, buiten Hem om. Je vindt hem nauwelijks nog ergens vermeld en hoogstens enkel op de pagina met kerkberichten. Waarom zou Hij ook worden vermeld?
Dat God in onze samenleving een van de meebepalende krachten zou kunnen zijn, wordt nauwelijks aangenomen.

Verhalen van het Joodse volk vertellen ons dat hij zich veilig wist bij God, bij zijn God. Tenminste zo werd er gedacht als men leefde volgens zijn richtlijnen. Ontrouw aan God leidde immers tot de meest verschrikkelijke rampen. Niet omdat God niet trouw bleef of hen in de steek liet. Nee, God bleef wel trouw. Maar zijzelf waren het, die Gods beschermende hand tegenhielden.

In de eerste lezing van vandaag hoorden we de profeet Jesaja. Een profeet is altijd begiftigd met een sterke visie. Hij ziet als het ware door de feiten, door de gebeurtenissen heen. Zo ziet Jesaja het einde van de ballingschap als een teken, dat God zich weer bij hen gaat voegen. Als God in je midden leeft dan kan er niets anders zijn dan vreugde, vreugde zoals op een bruiloft, een eeuwige bruiloft.

In het evangelie van vandaag grijpt Johannes het beeld van de bruiloft aan om de omgang van God met zijn volk te beklemtonen en te omschrijven. Jesaja hoorden we zeggen: ‘zoals een bruidegom zich verheugt in zijn bruid, zo zal ik mij verheugen in u.’ God die zich verheugt in mensen. God die, de namen spreken voor zich, de ‘Verlatene en woestenij’ nu ‘welbehagen en gehuwde’ noemt. Dat klinkt als muziek in de oren.

Op de bruiloft te Kana – en die naam mag je ook doen denken aan Kanaän, het beloofde land van melk en honing, waarnaar in de woestijn door het volk Israël werd uitgezien als een visioen in de verte – op deze bruiloft waar overigens geen sprake is van een bruid, wordt duidelijk dat Jezus de bruidegom is. Het water van de fletsheid, van de lange duur, van de verveling van het uitgekeken zijn, wordt door zijn toedoen veranderd in de wijn van vrolijkheid, de warmte en het vuur.

De tekentaal van Johannes maakt het voor ons wat moeilijk om de vreugde die uit het verhaal spreekt, mee te voelen. En misschien zijn we daarom eerder geneigd om het verhaal als een ontroerend wonderverhaal te verstaan, waarbij Jezus een minderdraagkrachtig bruidspaar uit de problemen helpt. Maar dan doen we de evangelist Johannes wel tekort. Want Johannes wil ons er toch op wijzen hoe God wel degelijk bezig is in onze mensengeschiedenis. Het is gewoon niet waar – zo lijkt hij ons te willen zeggen – dat onze geschiedenis zich volstrekt buiten God om voltrekt.

In die zin is Johannes eigenlijk een late echo van de profeten. Zij hebben ons voortdurend op Gods hand in onze geschiedenis gewezen. Niet omdat ze nu eenmaal geen zicht hadden op de ijzeren wetten van de geschiedenis, maar omdat ze dieper zagen en daarbij God letterlijk tegenkwamen.
En daarop willen de schriftlezingen ons wijzen: ook in mijn, in uw levensgeschiedenis is Gods hand werkzaam, is Gods geest nabij, of we willen of niet. Maar dat kun je pas echt gaan zien als je daarop vertrouwt, als je daarin gelooft. Dan worden feiten en gebeurtenissen transparant. Dan kan er in de krapte zelfs overvloed ontstaan. Dan wordt wat er gebeurt tot teken van een andere werkelijkheid, die werkelijkheid die verborgen ligt onder de dagelijkse berichten. Johannes wil ons helpen om voor dat inzicht open te staan.

Zo kan het ook zijn met de onderlinge relatie tussen de diverse kerkgenootschappen. Wat er gebeurt aan goeds tussen de kerken onderling mag ook tot teken worden van die werkelijkheid achter de dagelijkse gang van zaken. Ook als we met elkaar van mening verschillen, opdat verschillen niet tot geschillen worden. En helemaal als we punten van gezamenlijkheid ontdekken, dan juist des te meer. Dat smaakt goed, dat smaakt naar meer, overvloed.

De bruiloft van Kana wordt telkens daar gevierd waar mensen, in navolging van Jezus, voor elkaar water in wijn weten te veranderen. Deze bruiloft bevat een belofte: de belofte dat God zich met ons verbindt. Het gaat om dat heilige verbond van vreugde en overvloed. Een teken van dat verbond is het water dat in wijn verandert. Geen tovertruc maar een gave. Wie smaak ontwikkelt voor die gave zal proeven van die wijn. In Kana wordt water tot wijn, tekort wordt overvloed. En uit de verdere verhalen weten we dat er nog een overvloed van tekenen zullen volgen ter inspiratie, ter aansporing opdat niemand in deze wereld te kort zou komen, maar dat allen zouden kunnen leven en wel in overvloed.

Wie gelooft in het teken van Jezus, zal zich blijven inzetten om het water in wijn te veranderen, om het leven tot een feest te maken. Mag de bruiloft van Kana ons dat voorhouden. Mogen wij zulke gasten zijn voor elkaar.

Denis Hendrickx o. praem
Abt van Berne