2-3 maart 2019: Carnaval, 8e Zondag door het jaar

Jezus Sirach 27,4-7 en Lucas 6,39-45, C-Jaar

VERKONDIGING

‘Ongelooge waor, 55 Jaor!?’
Het thema van de Carnaval in Tilburg. Wat hebben onze lezingen toch in Godsnaam hiermee te maken. Ogenschijnlijk niets.
Deze dagen onderzoeken we geen balken in eigen ogen, laat staan splinters in die van anderen. Tis winter dus druk maken over vruchten van de bomen kunnen we ook echt wel vergeten. We vieren carnaval, kruikenconcert, de optocht, boeren bruiloft, we zingen en we hossen. En ook dit jaar mogen we dat weer doen met een Heikaantse jongen als Prins. Prins Etienne d’n Irste.

Bijzonder is dat. De prins die gewoon misdienaar is geweest in onze parochie, die al onze verhalen kent, die weet waar wij wonen. Die prins is nu de baas van de stad. 5 Dagen is hij regerend in Tilburg. 5 Dagen waarin door veel mensen veel alcohol gedronken zal worden. Of dan het gesproken woord het beste is wat je kunt horen? Het lijkt mij moeilijk om 5 dagen zo te regeren als prins van de stad. Want welke overweging die ik hoor is een nuchtere overweging, welk woord is er gesproken vrij van welke bedwelming dan ook. Ik ben blij dat ik geen prins ben.

Want dat is wat wij in de lezing van Jezus Sirach horen: aan de overwegingen van een mens ken je zijn bedoelingen. Weet je wat die mens te zeggen heeft. Kun je hem echt herkennen. Waar het hart vol van is, loopt de mond van over zegt Jezus tegen zijn vrienden. Uit het goede komt het goede. En hij geeft een les. Kijk naar jezelf voordat je naar een ander kijkt. Weer zo’n eenvoudige uitspraak. “Kek naor ou eige vur ge naor un aander kekt.” Zou een uitspraak voor volgend jaar carnaval kunnen zijn.

Maar kunnen we dat wel, doen we dat ook?

Is die oproep van Jezus aan zijn vrienden ook aan ons gericht? Wanneer leg ik de maatlat van het leven naast mijzelf neer en meet ik. Zomaar op een stil moment dat ik alleen ben. Dat ik echt kritisch naar mij zelf kijk en mij bevraag. Of ben ik meer van de splinters zoeken bij de ander? Schreeuwend door het leven gaan en zeker niet kijken naar jezelf.

De vastentijd staat voor de deur. Nog een paar dagen en we krijgen een kruis op ons voorhoofd, gemaakt met as. Een merkteken, een teken van inkeer en een teken van leven. We markeren een periode van 40 dagen. 40 Dagen om de maatlat te leggen. 40 Dagen om te kijken naar de balk in ons eigen oog. 40 Dagen om te zwijgen.
Een heel modern vastentrommeltje. In plaats van het bewaren van koekjes en snoepjes, of van geen sigaretten en alcohol zouden we een opschrijfblokje kunnen meenemen om daar onze eigen woorden in op te schrijven. Woorden die naar boven komen als wij ons zelf de maat nemen.

Woorden die we mogen onthouden, die misschien ooit uitgesproken mogen worden, woorden vanuit ons diepste ik.

Dat is denk ik wat Jezus bedoelt te zeggen: “waar het hart vol van is, loopt de mond van over”. Het beste wat wij hebben kunnen wij dan spreken, mijn woorden voor jou. Goede woorden want andere ken ik niet.

‘Ongelooge waor!’

Amen.

Jan Claassen, participant Norbertijnen