21 maart 2021: 5e zondag in de Veertigdagentijd

Jeremia 31,31-34 en Johannes 12,20-33, B-Jaar

VERKONDIGING

Elke dag dat wij mogen leven is een geschenk. Dat kunnen wij ervaren, maar wij staan er natuurlijk niet elke dag bij stil. Toch is er minstens een dag in het jaar dat we vieren dat we bestaan en meestal is onze geboortedag zo’n jaarlijks moment. Af en toe worden werknemers of vrijwilligers in het zonnetje gezet, omdat ze elke dag trouw hun werk doen. Het lijkt zo gewoon en vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Wat jarenlang in stilte gedaan wordt, kan opgemerkt worden. Wat in een klein kamertje geoefend wordt, kan op een dag gespeeld worden. Wijsheid groeit met de jaren en op een dag spreek je wijze woorden op het goede moment. Alles komt en groeit met het ritme van het leven. Veranderingen begonnen al een tijd geleden en de gevolgen smeren zich uit over een lange tijd.

Zo is het ook met geloven. Het groeit en gaat op en neer met ons leven. Het is langzaam vertrouwen winnen, oefenen in het verkrijgen van een zacht gemoed zonder geweld, eindeloos proberen om elkaar te verdragen, eerbied opbrengen voor alles wat zorg en aandacht nodig heeft. God zoeken: dan hier, dan daar. Geloven is niet iets van de ene op de andere dag. Het is geen hemelse flits die alles opeens doet veranderen. Geloven doe je dag in, dag uit en af en toe is het feest, net als bij een verjaardag of een herdenking waar je jaarlijks bij stil staat. Zo geloven is deel hebben aan de eeuwigheid. En eeuwigheid groeit tussen de dagen en de uren dat wij leven mogen. Het is sterven en afsterven zoals de graankorrel. ‘Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen, maar als hij sterft, brengt hij rijke vruchten voort’.

Een prachtig beeld dat wordt gebruikt en door de alledaagsheid niet zo moeilijk te pakken lijkt. Als de graankorrel in de aarde wordt begraven, begint er een langzaam proces van afsterven. In dat stervensproces ontkiemt nieuw leven. Juist in deze tijd van het seizoen wordt er veel grond bewerkt, veel graanzaad in de grond gestopt. Van dat zaad blijft niets meer over dan de aar, dan de vrucht die begint te groeien. Een wonderlijk proces: sterven om te leven.

En de vergelijking heeft in het evangelie een diepere betekenis. Wil je Jezus volgen, dan is dat je weg. Je leven afgeven, je leven delen zodat het vruchtbaar kan zijn. Met andere woorden gezegd: als je leven je lief is houd je het niet enkel en alleen voor jezelf maar je zet het in met de gekregen en ontwikkelde mogelijkheden.
En wat dat in de praktijk allemaal kan betekenen laat ons het leven zien. Als we het verhaal van vandaag wat nadrukkelijker tot ons laten doordringen dan komen we denk ik allemaal wel tot van die voorbeelden van mensen die zich als een graankorrel willen prijsgeven, maar ook de keerzijde zal in voorbeelden aan ons voorbij trekken: mensen die zich per se willen handhaven. De ene manier leidt tot geluk, de andere waarschijnlijk tot isolement en verbittering. Je kunt leven met open handen of met dichtgeknepen vuisten. Alleen met open handen kun je goedheid zaaien en alleen met open handen kunnen we Gods handlangers zijn.

Wat open handen aan goedheid kunnen zaaien wordt ons in deze veertigdagentijd ook voorgehouden met het vastenactieproject. We worden uitgenodigd om bij te dragen aan de verbetering van inkomen in de dorpen rondom de dochterabdij van Berne in Jamtara, dichtbij de grote stad Jabalpur. Ondersteuning bieden zodat het mogelijk wordt een eigen bestaan op te bouwen. Financiële hulp geven om daarmee te investeren zodat structureel aan inkomsten gewerkt kan worden. Zo kun je met verhoudingsgewijs bescheiden financiële hulp veel – ontzettend veel – betekenen.

Als we eerlijk zijn zullen we allemaal – u en ik – momenten ontdekken dat onze liefde voor anderen te afgemeten is, dat we de bonus eigenlijk allemaal wel binnen willen halen en willen houden, hoezeer anderen daar ook voor krom zullen moeten liggen.
Als een graankorrel weigert om te sterven, heeft hij geen toekomst. Alleen als hij de durf heeft om open te komen en zijn leven prijs te geven, kan er nieuw leven groeien. Onze diepste roeping als christen bestaat erin diezelfde weg van de graankorrel te gaan, in de hoop en met de rotsvaste overtuiging dat die weg ons naar het leven zal leiden.

Loslaten is moeilijk, en dan betreft het niet alleen de spulletjes van de vliering, uit de berging of een volgepropte kast, maar ook de eigen gedachten en denkbeelden die je je in vroeger tijden hebt eigen gemaakt terwijl de tijd intussen heel anders is geworden. Je wilt het maar vasthouden en vasthouden. Maar nee, zegt Jezus, je zult het moeten loslaten. Het zal erom gaan je van binnen helemaal leeg te maken. Je moet net als de graankorrel afsterven om vruchten voort te brengen. Mag het ons lukken om als een graankorrel te zijn om het naderende Pasen een plaats te geven.
Amen.

Denis Hendrickx o. praem.
Abt van Berne