23 en 24 maart 2019: 3e Zondag in de Veertigdagentijd

Exodus 3,1-8a.13-15 en Lucas 13,1-9, C-Jaar

VERKONDIGING

Het evangelie van vandaag … zo op het eerste gehoor lijken het twee totaal verschillende teksten. En toch horen zij sterker bij elkaar dan wij zouden denken.
Jezus houdt zijn luisteraars enkele heel actuele gebeurtenissen voor, vertelt over twee zaken die midden in het nieuws van die dagen staan, om dan de stap te zetten naar de vijgenboom die rust nodig heeft om groeikansen te hebben.

Twee actuele gebeurtenissen uit die dagen, een bloedbad aangericht door Pilatus en de mensen die omkomen onder de toren van Siloam. Nieuws in die tijd, het brengt ons naar het nieuws bij ons in de afgelopen dagen. Nieuws dat ons vertontrust, waar wij ons zorgen over maken.

Afgelopen donderdagavond vertelde Stefan Jongerius, een journalist van het Brabants Dagblad, hoe kranten keuzes maken in het nieuws dat zij ons brengen.
Het ging die avond over beelden die mensen hebben over onze wijk, over Tilburg-Noord.
Er werd gesproken over de rol die de media daarin spelen.
Wat vertellen journalisten? Welk deel van de werkelijkheid brengen zij in beeld?
En nieuws, zei Jongerius, dat zijn nu eenmaal niet verhalen over mensen die in een rijtje wonen, en iedere dag naar hun werk of hun school gaan, of goed voor hun moeder zorgen.
Pas als er een brand is, dan wordt dat rijtje huizen echt interessant en gaat er een journalist naar toe.

Zó worden wij geïnformeerd over dat wat in onze stad, in ons land, in de wereld speelt. Er moet eerst iets uitzonderlijkst gebeuren en kennelijk is het niet uitzonderlijk als mensen goed voor elkaar zorgen, en doen wat gedaan moet worden.

Uitzonderlijk is het nieuws van de afgelopen week zeker, nog afgezien van de politieke verschuiving bij de verkiezingen. Nieuws uit Mozambique en Malawi, waar hele dorpen zijn weggevaagd omdat er een vloedgolf over het land trok. Duizenden vermisten worden geteld en inmiddels honderden doden.
Afgelopen week ander verontrustend nieuws een aanslag op een tram in Utrecht door een zeer verwarde man en een paar dagen eerder die afgrijselijke aanslag op biddende mensen in Nieuw- Zeeland, ouderen en kinderen onder de doden.

Veel verwoeste levens van gewonden en nabestaanden, gezinnen die achterblijven, reddeloos en radeloos.
Afgelopen vrijdag sprak ik met een vriendin in het Ronde Tafelhuis, een moslima. Zij vertelt mij hoe zij huivert onder de gewelddaden van mensen die hun godsdienst als wapen inzetten, zoals ik huiver onder berichten van individuen en staten die de westerse waarden met geweld op willen leggen aan de rest van de wereld.

Wij huiveren … en in de lezingen van vandaag horen we hoe ook God huivert als hij ziet hoe mensen elkaar misbruiken in slavernij of elkaar willen vernietigen zoals onder die toren van Siloam.

Maar ook horen wij hoe Jezus in opstand komt als mensen suggereren dat de slachtoffers het over zichzelf hebben afgeroepen. Alsof slachtoffers van terrorisme, van natuurgeweld, of mensen die lijden aan een vernietigende ziekte, door God gestraft zouden worden.

Opvattingen waar God over huivert … Ik schrik altijd heel erg als dit woorden als zonde en straf worden gebruikt om God erbij te halen. Zó kan het toch niet zijn?
God is immers de hele geschiedenis door een God van barmhartigheid, een God die Mozes roept om zijn volk te bevrijden uit slavernij en zich laten kennen als “Ik ben die er zal zijn”, zoals wij vandaag hoorden in de eerste lezing.
“Ik ben die er zal zijn”, zijn dat geen geweldige woorden? Woorden die getuigen van een God die mét ons is, die met ons meetrekt door de dorre woestijn. Geen straffende God, of God die oordeelt, maar een God vol erbarmen en mededogen.

Vandaag bidden of zingen wij tussen de lezingen door Psalm 103. Prachtige woorden, lazen wij de tekst op bladzijde 4 of in het lied op pagina 17.

Barmhartige Heer, genadige God …
De Heer is barmhartig en welgezind.
Ja, wat de hemel is voor de aarde,
dat is zijn liefde voor allen die geloven …

en dan staat daar een jubelzang die je best dagelijks voor ogen kunt houden als leidraad nemen voor het leven:
God zal ons niet vergeten … hij is met ons …

Wij zijn maar mensen, maar God stuurde ons zijn Zoon Jezus, die ons met woorden, maar vooral ook met zijn hele manier van leven liet zien hoe het kan zijn. Hoe God bij ons is op onze weg door het leven en in de dood.
Onder de indruk, diep geroerd kunnen wij zijn als iemand zich in vertrouwen overgeeft aan de dood, aan het einde van het leven.

Mensen die dat durven omdat zij vertrouwd zijn met deze psalmwoorden:
Zover als het oosten van het westen vandaan is,
Zover van ons af werpt hij al onze zonden.

Andere woorden, maar met dezelfde diepe betekenis. Wat ons dwarszit wat zwaar op ons drukt, neemt God van ons weg.
En dat is mogelijk, zolang wij bereid zijn om Gods verbond met ons te bewaren …
Nergens in de Schrift vinden wij dat God belooft dat Hij alle ellende zal oplossen, hij geeft ons handvatten om het zelf te doen. God lost geen ellende op, niet toen en niet nu.
Wat God wel wil is er bij blijven: “Ik zal er zijn!”
In Jezus neemt God ons aan de hand en leert ons om elkaar nabij te blijven, ons aan de hand om elkaar trouw te blijven en heel nabij.

Even met rust laten als het moeilijk is, zegt Jezus, als de vijgenboom blijft sputteren, water geven en goed verzorgen, wie weet komt het goed … en dan mogen wij het opnieuw zingen:
Zo wijd als de hemel de aarde omspant
Zo alomvattend is zijn erbarmen.

Wat heerlijk dat ons deze psalm, deze lezingen zijn gegeven op weg naar Pasen.
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen