25 december 2018: Eerste Kerstdag

Jesaja 52,7-10 en Johannes 1,1-18, C-Jaar

VERKONDIGING

Zomaar, het lijkt uit het niets te komen, de belangstelling voor zingeving neemt weer toe in onze wereld en berichten daarover bereiken ons zo rond het kerstfeest van dit jaar.
Dagelijks een programma over christendom in de lage landen bij Nieuwsuur en op Kerstavond de eerste aflevering over de persoon van Jezus van Nazareth, gemaakt door een islamitische filmmaker.

In tegenstelling tot alle sombere berichten over onze kerk mag het Kind van wie wij in deze dagen de geboorte vieren weer volop in de schijnwerpers.
We mogen het zien, erover praten en, het belangrijkst van alles, we mogen weer geloven in de geweldige boodschap die ons met het kerstfeest wordt verteld.

Een kind is ons geboren, het woord van God, ons verteld in oude boeken en verhalen, is vlees, is mens geworden!
En dat woord waarvan wij spreken is vol van goedheid en waarheid!
De zoon van God, die zelf God is, heeft ons God doen kennen.
Het licht schijnt in de duisternis.
Prachtige grote woorden, woorden om stil van te worden. Maar misschien zijn die woorden ons wel wat té groot geworden, verstaan wij de taal van toen niet meer helemaal.
Ze komen dan ook uit een wereld die ver achter ons ligt in de tijd: in een land waar een volk ernstig wordt onderdrukt, zien mensen uit naar verlossing en bevrijding.

Niet een zogenaamde sterke man die met grove retoriek, leugens en het verketteren van hele bevolkingsgroepen, probeert de mensen aan zijn kant te krijgen.
Nee, zegt de profeet Jesaja tegen het volk dat leeft in de ballingschap van Babel:
Er komt een vreugdebode aangesneld over de heuvels naar Jeruzalem dat in puin ligt:
Koning JHWH, de enige en Eeuwige God is in aantocht. Er komt een einde aan alle afgoderij!

De ballingen kunnen terugkeren om Jeruzalem te herbouwen en alle volken kunnen zien wat God doet voor zijn volk. Johannes vertelt ons zijn evangelie, zijn goede nieuws, in dubbelzinnige, mystieke taal:
Hij spreekt over Jezus als het vleesgeworden Woord, Jezus is daarmee communicatie met God, Jezus een mens, voor ons bereikbaar, helpt ons om met God in contact te komen.
Woorden van toen, gesproken voor ons, mensen van nu.

Of zullen wij onze toevlucht nemen tot mensen uit onze tijd, uit onze wereld, die met nieuwe woorden het Kerstfeest duiden?
De kersteditie van de landelijke krant Trouw heeft op de voorpagina een indrukwekkend gedicht van onze liedschrijfster, cabaretière en zangeres: Claudia de Breij afgedrukt.
Deze vrouw schreef een gedicht met woorden van onze tijd en het heeft de titel LIEFDE en een pagina verder legt zij uit hoe zij erop kwam.

Ik ben dol op kerst, zegt zij. Deze dagen ontroeren mij, want zij zeggen zoveel over de mens.
Met kerst gaat het er niet om wat we geloven, het draait om wat wij willen geloven.
Die boom, dat plastic kindje in zijn kribbe, die liedjes of je nu gelovig bent of niet,
die symbolen zijn voor iedereen relevant, ze ademen dezelfde sfeer.
Uiteindelijk draait het altijd over liefde, over licht.

Op dit moment draait alles in deze wereld om geld, macht of seks, heel armoedig eigenlijk.
Daar kun je cynisch van worden, maar dan zijn we helemaal verloren.
Daarom moeten we tegen de klippen op een beter verhaal vertellen, met Kerstmis bijvoorbeeld.
Want het maakt mij niets uit vanuit welke gedachtegang je liefdevol of beschaafd de wereld ingaat, als het maar liefdevol en beschaafd is.

En dan vervolgt zij een stukje verder:
De geschiedenis is niet iets wat mensen overkomt. Nee, de geschiedenis is wat mensen doen.
Daar heb je als individu een rol in te vervullen.
Zwemmend tegen de stroom in wil ik hoopvol zijn.

Woorden van Claudia de Breij.

Ik wil ze graag met u delen op deze Eerste Kerstdag. Haar oproep om liefdevol en beschaafd met elkaar om te gaan, sluit aan bij de kerstbrief die bisschop De Korte dit jaar rondstuurt.
Ook hij doet een oproep, een oproep tot hoffelijkheid.
In een tijd waarin racistische spreekkoren en geweld de overhand lijken te hebben, waarin iedereen vindt te mogen zeggen wat in het hoofd opkomt.
In een tijd waarin in onze Tweede Kamer politici zich met grove taal tot elkaar richten, mag je je de vraag stellen of het bot, respectloos benaderen van mensen, een invloed heeft op het morele weefsel van onze samenleving, die ons brengt waar wij willen zijn.

Of zou het ons verder helpen als wij elkaar hoffelijk, zegt de bisschop, of liefdevol en beschaafd, aldus Claudia de Breij tegemoet treden?
Het kerstfeest van dit jaar vieren wij in een wereld waarin mensen opnieuw op zoek zijn naar elkaar, elkaar opzoeken en gezelligheid organiseren.
Een tijd waarin mensen weer open willen staan voor de boodschap van dat kind in een voederbak:
Hem achterna … door een leven van menslievendheid, vergevingsgezindheid en dienstbaarheid.
Zwemmend tegen de stroom in hoopvol zijn!
Omdat wij het kunnen: licht en liefde in onze wereld verspreiden.
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen