25 en 26 mei 2019: 6e Zondag van Pasen

Handelingen 15,1-2.22-29 en Johannes 14,23-29, C-Jaar

VERKONDIGING

Jesus spreekt over zijn naderende einde, we zijn dus nog even terug in de tijd, in de periode voor Pasen en hij zegt zoals u gehoord heeft: ‘als iemand mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden’. En ook: ‘wie mij niet liefheeft, onderhoudt mijn woorden niet’. Hij zegt wat hij op zijn hart heeft en hij vraagt iets aan zijn leerlingen: Hebben jullie mij lief en onderhouden jullie mijn woorden?

Hebben u en ik Jesus lief? Dat klinkt toch heel apart. Wij zijn niet gewend dat zo te zeggen. Wel tegenover elkaar: “ik hou van jou”, maar “ik houd van Jesus, I love Jesus,” … We zien het wel eens op een sticker van een auto of op een reclamezuil, maar binnen onze samenkomsten zouden wij het anders zeggen. Toch vraagt Jesus het aan zijn leerlingen en met name aan Petrus heeft hij het tot 3x toe uitdrukkelijk gevraagd, toen hij sprak over de sleutels van het Koninkrijk.

Als wij van iemand houden dan drukken wij dat soms liever uit met een gebaar dan met woorden. Zoals een kaart op Valentijnsdag, een innige kus of omhelzing; of we reserveren een tafel in een restaurant, gaan naar de bioscoop, vroeger deed de film er niet toe, en was het voldoende om elkaars hand vast te houden in het donker, want dan zagen je ouders en evt. aanwezige spionnen dat toch niet, we geven misschien een sieraad en natuurlijk … bloemen. Met name een roos is symbool van de liefde.

Welnu, ik heb er daarom maar eentje meegenomen. Sommige rozen ruiken lekker, andere minder, maar naast de schoonheid in kleur en geur hebben ze de nare eigenschap, dat er doorns aanzitten. Ik prik me nogal eens …

En dat is met de liefde, die Jesus van zijn leerlingen toen en van ons – zijn leerlingen nu – vraagt ook het geval. Daar zitten nogal wat haken en ogen aan. Jesus liefhebben is: zijn Woord onderhouden. Dat wil zeggen, aan de gang gaan, er is werk aan de winkel om als christen te leven. Dat is: in het voetspoor van Jesus gaan, maar ik merk bij mezelf, dat het gepaard gaat met vallen en opstaan. Dit zijn de doorns.

Want de liefde voor God en voor Jesus van Nazareth botst weleens met mijn eigenliefde: … ikke … ikke … en de rest kan … Of: met de barmhartigheid, het geduld, en al die andere deugden. Ik laat ze voor wat het is. Mijn geloof is ook niet onwankelbaar, is soms rotsvast dan weer los zand. Vertrouwen en twijfel, discipline en ‘laat maar even waaien’, wisselen elkaar af. Het gebed en mijn daden van geloof zijn niet altijd in overeenstemming met het leven van Jesus en diens vraag om Hem te volgen en onvoorwaardelijk lief te hebben. Dat zijn de doorns, het prikt, het is pijnlijk. Je moet sterk in je schoenen staan en het is een leerproces.

Zoals verliefdheid uitgroeit in liefde, en zoals mijn liefde groeit tussen mijn woord van trouw en onze inmiddels 40-jarige trouwdag, zo is ook de liefde tot God en tot Jesus, waarin God aan het Licht is gekomen een continu groeiproces.

Het is als de roos: heerlijk, mooi en toch ook oppassen voor de doorns en je moet ze goed verzorgen. Dat vraagt tijd en aandacht. Jesus spreekt ook over de vrede. Maar de liefde en ook de vrede van Jesus zijn niet gewoon. Vrede in de wereld is vaak gebaseerd op het recht van de sterkste of op politiek gewin. De vrede in de wereld lijkt mij vaak een schijn vrede, waar we met name op Kerstmis aan denken en waar vaak de problemen verdoezeld worden. De vrede van de Heer, van Jesus is niet gebouwd op het recht van de sterkste, maar op de eerbied voor het leven, op gerechtigheid voor met name de zwakken, op dialoog en samenwerking en onderling respect en – zo mogelijk – liefde voor medemensen.

Ik citeer in dit verband nu de Franse journalist, Antoine Leiris. Hij verloor bij de aanlag in de Parijse concertzaal Bataclan in november 2015 zijn 35-jarige vrouw Hélène. Terroristen schoten daar in het wilde weg en maakten tientallen onschuldige slachtoffers. De journalist bleef achter met zijn zoontje van 17 maanden en hij publiceerde 2 dagen na dit drama op facebook zijn diepste gevoelens in een brief gericht aan de terroristen. Hij weigerde hun gruwelijke daden te beantwoorden met haat. Later bewerkte hij deze brief in een klein boekje dat ook in het Nederlands is verschenen: “Mijn haat krijgen jullie niet”.

Hij schrijft:
‘Vrijdagavond hebben jullie het leven weggenomen van een uitzonderlijk mens, de liefde van mijn leven, de moeder van mijn zoon, maar mijn haat krijgen jullie niet. Ik weet niet wie jullie zijn en ik wil het ook niet weten, jullie zijn dode zielen. Als die God voor wie jullie blindelings doden ons naar zijn evenbeeld heeft gemaakt, zal elke kogel in het lichaam van mijn vrouw een wond in zijn hart zijn geweest. Dus nee, ik zal jullie niet het plezier doen jullie te haten. Al waren jullie daar wel op uit, maar door haat te beantwoorden met woede zou ik zwichten voor dezelfde onwetendheid die jullie heeft gemaakt tot wie jullie zijn. Jullie willen dat ik bang ben, dat ik mijn medeburgers argwanend bekijk, dat ik mijn vrijheid opoffer voor veiligheid. Tevergeefs. Zelfde speler, extra beurt. Vanochtend heb ik haar gezien. Eindelijk, na nachten en dagen wachten. Ze was even mooi als toen ze afgelopen vrijdagavond vertrok, even mooi als toen ik ruim twaalf jaar geleden hopeloos verliefd op haar werd. Natuurlijk word ik verscheurd door verdriet, die kleine overwinning gun ik jullie maar die zal van korte duur zijn. Ik weet dat ze elke dag bij ons zal zijn en dat we elkaar zullen terugzien in het paradijs van vrije zielen waar jullie nooit toegang toe zullen krijgen. We zijn met z’n tweeën, mijn zoon en ik, maar we zijn sterker dan alle legers ter wereld. Ik heb trouwens geen tijd meer voor jullie, ik moet naar Melvin toe, die wakker wordt uit zijn middagslaapje. Hij is net zeventien maanden, straks gaat hij zoals elke dag zijn tussendoortje eten, daarna gaan we zoals elke dag spelen, en zijn leven lang zal dit jongetje jullie beledigen door gelukkig en vrij te zijn. Want nee, zijn haat krijgen jullie ook niet’.
Uit: Leo Fijen en Gerard de Korte “Loslaten en thuiskomen”, Uitgeverij Adveniat, 2016.

Ik werd er stil van … ’Nee, mijn haat krijgen jullie niet’. Dan moet je toch sterk in je schoenen staan.

Ik herken in de woorden van die journalist en vader, de woorden van Jesus vandaag in het evangelie. Innerlijke vrede en gerechtigheid voor de kleine kwetsbare medemens. Meer nog in zijn daden heeft Jesus laten zien, dat hij mensen onvoorwaardelijk liefheeft. Vanuit het ideaal van die liefde in God, die hij ‘mijn Vader’ noemt, is hij opgekomen voor mensen, de zwakken, de zieken, de armen, degenen die niet in tel zijn. Hij heeft laten zien, dat Liefde sterker is dan haat en dat leven sterker is dan de dood.

In het voetspoor van Jesus hebben vrouwen en mannen geleefd en liefde gesteld tegenover haat, verrijzenis tegenover kruisdood. Grote namen van Petrus en de apostelen, zoveel heiligen in onze Kerk, en in onze dagen een Oscar Romero als martelaar. Maar ook een moeder Theresa en Nelson Mandela als bakens van hoop, en zovele zelden genoemde mensen uit onze eigen kring, die de liefde hebben voorgeleefd en mij en u inspireren.

De wapenspreuk van bisschop Bekkers is: ‘liefde als wapen’, en de wapenspreuk van Mgr. Muskens luidt: ‘Shalom’, vrede …

Dat is in navolging van het evangelie van vandaag, dat bijna met de andere indringende woorden van Jesus eindigt: ‘vrede laat ik u na; mijn vrede geef ik u’

De roos als teken van liefde, het tegendeel van haat, want die mensen die je haat geef je geen roos, maar sla je om de oren met zwaar geschut. De liefde als wapen. Zo versta ik de woorden van Jesus in dit evangelie en ik besef, dat het niet gemakkelijk is, dat er doorns zijn, valkuilen, eigenbelangen.

Maar toch … liefde en vrede met woorden alleen … dat telt niet. Je partner, je dierbare wil ook voelen en ervaren, dat je van ze houdt in daden. “Ik hou van je” en dan verder niets … is karig. Een boeket rozen verricht al wonderen.

We staan er niet alleen voor: We mogen geloven en ervaren dat de Heer zelf in ons midden is om te bemoedigen en te steunen in taal en teken. En vanuit de eucharistie en andere momenten van samenkomen en gebed, kunnen we elkaar daarin helpen. Want de diaconie en caritas zijn als een roos: teken en uiting van liefde. Liefde voor God en zijn Zoon, en daarmee onlosmakelijk verbonden: liefde voor mensen.
Daartoe nodigt Jesus ons vandaag uit.

Shalom, Vrede …

Amen.

Jan Joosten, emeritus diaken