26 december 2018: Tweede Kerstdag

Handelingen 6,8-10;7,54-60 en Matteüs 10,17-22, C-Jaar

VERKONDIGING

Tweede Kerstdag 2018 het was zo mooi afgelopen dagen. Een kind is ons geboren. We waren zo in verwachting en dan de geboorte van dat nieuwe leven. Puur, zo zacht, we kennen allemaal de geur van zo’n kind. We kwamen met velen, luisteren naar het verhaal, even kijken in de stal hier vooraan in de kerk, elkaar een hand schudden, ik ken u wel, Zalig Kerstfeest.

Telefoons stonden uit even aandacht voor elkaar, Kerstavond 2018. En op Eerste Kerstdag kwamen we weer samen, in de kerk, of bij iemand thuis. De meeste onder ons gingen aan tafel, geen overdaad maar toch wel iets extra, omdat het Kerstmis is. Aan tafel met jezelf, met jouw familie, met je vrienden of met een onbekende. In mijn huis bleef een stoel leeg. Kleine kadootjes lagen klaar, het bord bleef ongebruikt. Een kind kon niet aan tafel zijn en toch vierden wij het Kerstfeest.
En dan vandaag het lijkt de echte wereld wel. We zijn weer van onze roze wolk gekomen. De eerste dode is bekend. Stefanus, iemand gevuld met Gods kracht en genade, aangesteld om de vrienden van Jezus te ondersteunen. Spreekt het Goddelijke woord, legt handen op, laat zien dat het Kruis een teken van leven is. Hij staat en blijft staan. Jezus is de Messias. Het kost hem zijn kop. Door steniging overlijdt hij. De eerste martelaar van de Kerk.

Goede morgen, Kerstmis 2018!

En zo stuurt Jezus zijn vrienden op weg. Weet dat als je over mij en de Vader spreekt je niet altijd vrienden zult vinden onder je toehoorders. Je zult mensen ontmoeten die je van alles willen aandoen maar wees gerust. Als je in mij blijft zul je worden gered.

In de vieringen van Groot en Klein op de Kerstavond hebben wij iets bijzonders gedaan. Alle kinderen en zij die zich nog kind voelen zijn uitgenodigd om op de stoel te gaan staan. Even een handeling die we nooit mogen, thuis niet en in de kerk niet. Op je stoel gaan staan. Ja, misschien als je jarig bent dat je dan op je stoel mag staan. In het Ronde Tafelhuis hebben we het gedaan. Het is kerst, het is bijzonder, wij moeten blijven weten dat we er bij zijn geweest. Kerstmis in de parochie Heikant – Quirijnstok.
Want als wij niet stralen wie straalt dan nog wel van de geboorte van dit kleine kind. Dat kind dat ons is aangezegd, dat kind van Maria en Jozef, dat Kind van God.

Stralen is het eerste wat wij mensen kunnen laten zien aan de wereld. Laten zien dat wij mensen van de kerk zijn. Volgens het laatste rapport is de afname van Rooms-katholieken weer groot. Wij zijn een minderheid geworden maar ons verhaal is niet kleiner geworden. Onze Jezus is nu een pasgeborene maar heeft het leven voor zich. Wij weten nu al waar het naar toe gaat en wij gaan mee. Niet bang van het leven, wij weten dat er leven na de dood is. Het Kruis is omkeerbaar.

En mensen van alledag laten het zien, telkens weer.
“Uw vrouw zie ik al weken in bed liggen, ik kom een bloemetje brengen” een onbekende buurman uit de straat die even aanbelt bij een huis. “Wij willen graag naar de kerk” geen punt zegt een mevrouw, ik kom u halen en brengen. Zo’n “moslimjongen van TV” die zegt, zittend op het muurtje naast de kerk, “Dit is een huis van geloof daar heb ik respect voor” en geeft mij een hand. Een familie in rouw, een dierbare is overleden. “Het instituut kerk is hier niet meer zo thuis maar voor het geloof is alle ruimte”. Onze vrienden in Zsámbék, de zusters Norbertinessen. Ze zijn er, ze staan en blijven staan.
Voorbeelden van het leven om ons heen. Niet wereldschokkend, geen wonderen worden er verricht, maar gewoon mensenwerk. Mensen die gaan staan en blijven staan.

En ik dan? En jij?
Wij kunnen beginnen met stralen en blijven stralen en handen uitreiken. Uitreiken naar elkaar, uitreiken naar anderen die wij niet kennen, uitreiken naar hen die nu geen vriend zijn. Klinkt eenvoudig, ik weet dat het niet zo is. En toch … Dit is onze opdracht anders is Stefanus voor niets gestorven. Hij ging, bleef staan, werd een getuigen voor het leven.
Amen.

Jan Claassen, participant Norbertijnen