26 en 27 januari 2019: 3e Zondag door het jaar

Nehemia 8,2-4a.5-6.8-10 en Lucas 1,1-4;4,14-21, c-Jaar

VERKONDIGING

Het valt misschien niet direct op als je de woorden van de evangelielezing van deze dag hoort, maar er is iets heel merkwaardigs aan de hand …
Het gaat om twee verschillende tekstgedeelten …
Wij horen de eerste vier verzen van het Lucasevangelie en dan ineens slaat de lezing zomaar een flink gedeelte over om vier hoofdstukken verder te vervolgen.

Lucas vertelt ons eerst dat hij er behoefte aan heeft om met eigen woorden verslag te doen van het leven van Jezus van Nazareth. Kennelijk wilde hij een eigen versie vertellen om nog eens te benadrukken hoe Gods Woord met deze Jezus in de onze wereld is gekomen.
Immers … Lucas was een zogenaamde tweede of misschien wel derde generatie christenen.
Hij moest het hebben van getuigenissen die door anderen waren opgetekend of doorverteld.
Daaraan voegde Lucas zijn eigen verhaal toe.

Waar en voor wie hij precies schreef is niet meer te achterhalen, maar het lijkt er op dat hij schreef voor mensen die buiten Palestina leefden, mensen die niet direct een joodse achtergrond hadden.
Hij moest heel veel uitleggen aan de mensen die leefden in de Griekse en Romeinse wereld.
Hén wilde hij vertellen hoe zeer hij geloofde in De Ene en Eeuwige God, in een wereld waar veelgodendom aan de orde van de dag was.

Lucas begint zijn evangelie alsof het een brief is en richt zich tot de hoog geachte Theofilus. Wie dit is, is ook niet echt bekend, al zijn er vele vermoedens. Maar wat wij wél weten is dat deze naam
Theofilus, ‘Vriend van God’ betekent.
Zou Lucas deze hebben geschreven voor alle mensen die in God willen geloven? Voor u en voor mij, vrienden van God?

Hoe dan ook, na deze eerste vier regels, maakt het evangelie van vandaag een reuzensprong naar het vierde hoofdstuk. Alle teksten over de geboorte van Jezus wat er aan vooraf ging en wat erop volgde, slaat hij over en maakt een reuzensprong naar het moment dat Jezus terugkeert naar Galilea.
Na zijn jeugdjaren trok hij zich veertig dagen terug in de woestijn om zich te bezinnen op de opdracht die hem wacht.
Zijn eerste stappen terug in de wereld brengen hem naar de synagoge. In de stad van zijn Jeugd, Nazareth, opent hij de boekrol en zoekt de plaats waaruit hij wil lezen.

Lucas vertelt ons dit op deze manier, omdat hij wil dat het goed tot ons doordringt dat wij niet zomaar te maken hebben met iemand van de straat, maar met Gods Zoon die de profeten en de Schriften kent.
Hij laat Jezus citeren uit de profeten:
‘De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd,
om aan armen het goede nieuws te brengen,
om gevangenen te bevrijden,
om blinden zicht te geven,
om onderdrukten hun vrijheid te geven’.

Na die woorden gaat hij zitten en we horen hem zeggen: “Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan”.
Jezus spreekt hier zijn levensprogramma uit alsof het een visiestuk is, zijn missie.
Hij neemt die opdracht van Jesaja uiterst serieus …

Dat brengt ook ons bij een van die kernvragen in ons leven. Wat is óns levensprogramma, waar willen wij voor gaan? Welke weg past bij ons?
Leven wij het leven waarvoor wij zijn gemaakt en lukt het ons de mens te worden die wij ten diepste zijn?
Het zijn vragen van alle dagen, van alle tijden.

Soms helpt het ons om een periode naar binnen te keren, een tijd waarin je kunt stil staan bij de vraag wat jouw wortels zijn op welke bron jouw spiritualiteit rust.
Van werkelijk even stil staan en je bezinnen op de vragen die jou bezighouden, in jouw leven.
En soms moeten wij vechten, vechten met dat wat ons afhoudt van ons levensprogramma, vechten met de verleidingen die het leven ook voor ons in petto heeft.
Vechten met krachten die ons zicht op onze levensweg verduisteren.
Ga ik de goede weg? Weet ik nog wat mij te doen staat? Maak ik de goede keus?

Ook Jezus trok zich een tijd terug om zich te bezinnen op het vervolg van zijn levenspad. Hij kwam terug uit de woestijn, ging naar de synagoge en las uit de bronnen waarmee hij was groot geworden.
Als een nieuw en verkwikt mens stond hij op en begon goed nieuws te brengen, voor alle mensen die gebroken zijn, die het leven voor eventjes of voor lange tijd niet zelf kunnen dragen.
Hij neemt het op voor mensen die geknakt zijn door verdriet, brengt goed nieuws en geeft ons nieuwe kracht opdat wij op kunnen staan, rechtop, onze medemens in de ogen kijken en verder gaan op de levensweg die bij ons past.

Altijd een weg die wij samen met de ander mogen gaan, gericht op het welzijn van onze medemensen. Die prachtige oude verhalen houden mensen al 2500 jaren in de ban …
Verhalen die eerbied af dwingen, niet voor niets gaan mensen al sinds de dagen van Ezra en Nehemia staan, buigen of knielen uit eerbied voor die ouden heilige woorden of het gebed.

Met rituelen immers laten wij iets zien van ons respect, onze bewogenheid, eerbied of geraaktheid bij de teksten die wij horen. En laten wij maar eerlijk zijn, de ene keer beleven wij dat sterker dan de andere keer.
Vandaag houdt een tekst mij in de ban, volgende week gaat diezelfde tekst helemaal aan mij voorbij.
Want steeds zal gelden: de ene keer raakt een tekst mij diep, komt op een goed moment mijn leven binnen en een andere keer weet ik er niet goed raad mee.

De tekst van vandaag kan ons raken of niet, maar hoe dan ook … Wij horen hoe Jezus ons zijn levensprogramma in handen geeft, als hij verwijst naar de profeten, naar de bronnen waarop zijn leven rust.
Door zijn Woord mogen wij ons laten raken, het is ons gegeven om ons eigen levensprogramma op verder te bouwen.
Wat een prachtig geschenk aan ons!
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen