27 en 28 april 2019: 2e Zondag van Pasen, Beloken Pasen

Handelingen 5,12-16 en Johannes 20,19-31, C-Jaar

Verkondiging

Het is feest! Het is nog altijd Pasen, ons leven gaat verder. Wij gaan door. Zo wordt ook in onze kerken aan toekomst gewerkt.
Vandaag wordt hier Toby gedoopt en vanmiddag vieren de kinderen van de Poolse parochie hun Eerste Communie. Volgende week zullen hier weer de foto’s hangen van onze eigen communicanten die in de maand mei hun Eerste Communie doen in de viering van Groot en Klein.
De Poolse parochie doet dat op de manier die bij haar past, zoals wij dat doen op de manier die past bij onze wereld en onze traditie.
Christenen: katholiek, protestant, orthodox of hoe dan ook komen overal in onze wereld samen vieren de Opstanding en luisteren in deze dagen naar verhalen over het leven van de eerste Christenen.

Vandaag vertellen de Handelingen van de Apostelen ons hoe steeds meer mannen én vrouwen, kort na de opstanding van Jezus Messias samenkwamen. Van kerken was nog geen sprake, maar zij ontmoetten elkaar op de meest openbare plaats van de stad: de Zuilengang van Salomo.
Zoiets als voor ons de Heuvel of het Wagnerplein. De apostelen verrichtten daar wondertekenen, genazen zieken en wonden en brachten mensen die radeloos waren tot rust.
Daar ligt het prille begin van de kerken die wij nu kennen, kerken die uitgroeiden tot vele vormen, in vele landen en talen, in alle culturen.
Overal komen Christenen samen en lezen hoe Johannes vertelt dat Jezus verschijnt aan zijn leerlingen, mannen en vrouwen en hen vrede wenst … Gods vrede.

Maar daar is geloof voor nodig. Het geloof in de Opgestane Messias groeide immers in een vijandige wereld. De consequenties daarvan waren immens en groot.
Uit angst voor de mensen bleven de leerlingen binnen en sloten de leerlingen zich op.
Geloof dat de mens Jezus van Nazareth werkelijk Gods zoon was, kon immers vreselijke gevolgen hebben.
Zij waren bang, doodsbang.
Hoe zou de wereld, hoe zouden zij over elkaar oordelen, pijnlijk kunnen de antwoorden zijn, liever spreek je er maar niet over.

Het verdriet om het verlies van een dierbare nestelt zich immers in je lijf en ieder gaat daar op een eigen manier mee om. Sommigen spreken daarover in alle openheid. Andere achterblijvers hebben de neiging zich terug te trekken.
Je komt iemand tegen op straat, bukt en rent snel door; bang om de vraag te horen: “Hoe gaat het met je?” Maar als er niets wordt gevraagd, dan doet het ook pijn.
Soms ook een knagend schuldgevoel: heb ik wel genoeg gedaan? Genoeg aandacht gehad? Ben ik ver genoeg mee gegaan met de dierbare die is overleden?
Konden de vragen die gesteld moesten worden ook echt worden gesteld?

Zo zaten ook de leerlingen van Jezus bij elkaar, ook bij hen leefden vragen: “Hebben wij Hem niet alleen gelaten in zijn doodsstrijd?” Waarom zijn wij weggevlucht? Waarom hebben wij niet gevochten toen hij werd opgepakt?
Vragen die zij ook niet aan elkaar wilden stellen, bang om verwijten te horen. Zo zaten zij bij elkaar, met ramen en deuren gesloten, ook het hart gesloten, uit schuldgevoel en angst.
Tot zij plots, samen, beleefden hoe Hij daar stond en enkele woorden sprak: ‘Ik wens jullie vrede!’
Tot drie keer toe die woorden: ‘Ik wens jullie vrede’!
Hij blies over hen en vroeg hen elkaar te vergeven en precies dat vergeven maakte nieuwe ruimte en beweging mogelijk: de ramen, de deuren en de harten gingen open.
Zij konden weer verder! Een tweede Paasverhaal!
Na de ervaring van de opstanding van Jezus, staan nu de apostelen op en trekken de wereld in, gaan door met alles waar zij in geloofden.

En dan is daar Thomas, hij was er niet bij. Is het een wonder dat hij twijfelt aan de verhalen die hem worden verteld? Dat moet toch wel een bijzonder sterk verhaal zijn immers!
Thomas is er niet zo een die zonder meer alles aanneemt wat hem wordt voorgehouden.
Kennelijk bepaald geen romanticus … daar was immers geen reden toe na alles wat er was gebeurd.
Flauwekul- en hysterische verhalen over iets wat hem zó intens dierbaar is, waar hij ook zo kwetsbaar is en radeloos van verdriet en ellende. Het is aan hem niet besteed.
Maar Thomas spreekt alle moed die in hem leeft aan en staat op, zet alle zingtuigen in om te kunnen geloven: Oren, ogen en handen …
Dáár werd voor Thomas de verrijzenis een gegeven: er is een nieuwe toekomst met God die zichzelf in Jezus heeft laten kennen.
Wat een geloof!

Een man die eerst maar eens wil openstaan voor de wonden die mensen hebben opgelopen in het leven. Eerst aandacht geven om te kunnen zien en erkennen … dan pas ontstaan er mogelijkheden om te kunnen genezen en verder te leven.
Je handen durven leggen op de pijn die jouw medemens moet lijden, om verdriet en tegenslag in het leven. En zo een weg vinden om verder te kunnen met ons leven.
Bij Thomas staat geloven heel dicht bij vertrouwen, vertrouwen … dat er toekomst is, dat akelige ervaringen in het verleden verleden niet het laatste woord hebben.
En daarvoor moet je dus in beweging komen, ramen en deuren opengooien, alle geestkracht die in je is aanspreken en bewegen.

Zo probeerde Thomas dat … hij wílde geloven, dwars door de pijn en het verdriet heen, dat er toekomst is en kracht tot leven. De leerlingen trokken de wereld in, ook Thomas en met hart en ziel konden zij getuigen van Gods Vrede: “Ik wens jullie vrede. De vrede van Christus, Vrede en alle goeds.”
Overal stichtten zij kerken, vele vormen en kleuren, waar deze liefdeswoorden van God gesproken worden. Tot op de dag van vandaag.
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen