28 en 29 december 2019: Feest van de Heilige Familie

Sirach 3,2-6.12-14 en Matteüs 2,13-15.19-20, A-jaar

VERKONDIGING                                            

Hoe kan het anders dan dat op deze dag, die in het teken staat van de Heilige Familie, beide lezingen ons vandaag vertellen over vaders, moeders en kinderen? De eerste lezing herhaalt als het ware nog eens de woorden uit de tien geboden: je zult je vader en je moeder eren of hooghouden. ‘Als je je vader en moeder eert, zal het je goed gaan en worden je gebeden verhoord’, zegt Sirach ons. Wie dat doet, is al op de goede weg naar dat Koninkrijk van God, dat eens komen zal.

In de tweede lezing gaat het over misschien wel het bekendste gezin dat we kennen: Jozef, Maria en hun pasgeboren zoon Jezus. En meer in het bijzonder over Jozef, waarvan we in de Bijbel zelden of nooit iets vernemen. Maar op belangrijke momenten is hij er, dus het is goed als we hem vandaag eens wat meer in de spotlights zetten. Jozef speelt een belangrijke rol in het leven van Jezus en zijn moeder Maria. Als hij hoort dat Maria, zijn verloofde, zwanger is, wil hij haar eerst in alle stilte verlaten, zodat haar een schandaal bespaard blijft. Maar in een droom verschijnt hem een Engel die hem zegt bij Maria te blijven, en Jozef uitlegt dat het kind dat zij draagt verwekt is uit de Heilige Geest.

En Jozef gehoorzaamt de Engel. Deze Jozef is ‘een speciale’ zouden wij nu zeggen; hij is een dromer, net als zijn naamgenoot lang vóór hem, die aan het hof van Farao dromen verklaarde en uiteindelijk zijn volk van de hongerdood redde. Net als die Jozef van toen, moet ook onze Jozef redding brengen door bij Maria te blijven. Jezus zal niet anoniem, in het geheim geboren worden, maar in het huis van David, waaruit Jozef stamt.

Naar aanleiding van deze eerste droom van Jozef, merkte een voorganger in Ekklesia Tilburg op dat hij Jozef altijd een beetje een sneue figuur had gevonden. Omdat hij vooral bekend was om wat hij niet had gedaan: hij had niet Jezus verwekt, en hij was niet bij Maria weggegaan. Maar ik ben het daar niet mee eens. Het gaat juist om wat hij wél doet: hij luistert naar de stem van God die in een droom tot hem spreekt, en bespaart daardoor ook Maria een moeilijk en zwaar leven met een kind zonder vader. Waar het in de eerste lezing ging over het eren van de Vader, is het hier dus de vader die zijn vrouw en kind eert en hooghoudt. Jozef vat zijn taak als verloofde en hoeder van Maria zeer serieus op, zoals het een goede man en aanstaande vader betaamt.

Vandaag horen we dat Jozef opnieuw droomt. Weer spreekt God tot hem en draagt hem op om samen met Maria en Jezus weg te gaan naar Egypte, omdat het kind gevaar loopt. Egypte, dat land waar zijn volk ooit in slavernij leefde. Weer gehoorzaamt Jozef zonder vragen te stellen en kiest voor een zware lange reis. Daarmee redt hij inderdaad het leven van Jezus, die zo aan de door Herodes bevolen kindermoord ontkomt. Pas als Herodes van het toneel verdwenen is, zal Jozef, na weer een droom, terugkeren naar het land Israël. Heb je ooit zo’n goede vader gekend? Wie zou zich niet zo’n vader wensen? Jozef is nou echt een man naar Gods hart. Van mij mag je hem gerust Heilig noemen.

Het is oud, dat verhaal over de eerste levensdagen van Jezus, dat we elkaar jaar-in-jaar-uit vertellen. Niet enkel omdat Jezus zo belangrijk is voor ons Christenen, maar ook omdat het zo herkenbaar is. Die zorg en bezorgdheid van Jozef en Maria om hun kind, zal elke vader en moeder aanspreken. En daarmee dringt zich bij mij de vraag op: hoeveel Jozefs zwerven er vandaag de dag over de wereld, al dan niet met vrouw en kind, op zoek naar een veilige plek om te wonen met hun gezin? Welke ontberingen moeten zij op hun tocht doorstaan en hoe blijven zij overeind in de storm die hun leven omringt? Wat zijn hun dromen, wat verwachten zij van het leven? Misschien wel heel eenvoudig: een plek om te wonen, met een dak boven hun hoofd en … heel misschien … wat mensen die hen liefdevol opnemen en naar hen omzien. Zomaar mensen die zich ontfermen over enkelen van deze meest kwetsbaren in onze wereld, gewoon omdat het kan, omdat het goed is om te doen.
Dat zou een droom zijn …

Zou dat, zo op de valreep van Oud en Nieuw, ook onze droom kunnen zijn? Dat we zomaar, om niet, omdat het kan, er zullen zijn voor elkaar … Dat we oog en oor en aandacht hebben voor de eenzame en kwetsbare mensen om ons heen, of ze nu oud of jong, bekenden of vreemden zijn. Dat we ze behandelen alsof we allemaal familie zijn. Zou dat geen mooi voornemen kunnen zijn: die droom wáár te gaan maken? En het mooie is: dat kán. Als we, net als Jozef, gehoor geven aan onze dromen en het goede doen, dan steken we anderen daarmee als het ware aan en wordt de wereld vanzelf een stukje mooier en beter. Dan komt dat visioen van vrede weer een stapje dichterbij.

Moge het zo zijn.

Arthur van Tongeren, gastpredikant