28 juni 2020: 13e Zondag door het jaar

2 Koningen 4,8-11.14-16a en Matteüs 10,37-42, A-Jaar

VERKONDIGING

Om de woorden van deze ochtend – maar dat geldt eigenlijk iedere keer – enigszins te kunnen plaatsen is het goed de achtergrond mee te nemen van waaruit de evangeliewoorden zijn geschreven. Het Jodendom verkeerde in een ernstige crisis en daarmee ook de beginnende christelijke beweging.
In de jaren 70 wordt de tempel verwoest en de tegenstand tegen de romeinse overheerser wordt bloedig neergeslagen. Het betekende in feite het einde van het Jodendom als hechte organisatie. De Joden worden verdreven. De Christenen – veelal van Joodse afkomst – (en met name voor hen schreef Matteüs) krijgen het zwaar te verduren. Je zou kunnen zeggen dat het er nu op aankomt. Nu wordt duidelijk wat het volgen van Jezus betekent.

Ook de meer recente geschiedenis houdt ons van die voorbeelden voor: een roepstem volgen, daaraan gehoor geven, ondanks alles wat je daarmee riskeert. In de afgelopen jaren werden sommige mensen in de politieke wereld bekend als zogeheten ‘klokkenluiders’: mensen die wantoestanden in hun omgeving aan het licht brachten en daar ook aan vasthielden ondanks alle tegenstand, verlies van contacten, zelfs van hun werk. Zij volgden hun geweten. We hebben er allemaal wel van gehoord. De Amerikaanse president zet zo nogal eens iemand buiten. Hij duldt immers geen tegenspraak. En wat te denken van Christenen in bepaalde door andere religies overheerste samenlevingen.

Een klassiek verhaal is dat van Franciscus van Assisië, die door zijn ontmoeting met een melaatse zijn leven zo drastisch veranderde dat hij vervreemd raakte van zijn ouderlijk huis. Gaandeweg ontdekte hij dat zijn keuze de moeite waard was en opwoog tegen het verlies van zijn natuurlijke omgeving.
Keuzes die een radicale inzet vragen en veel op het spel zetten, worden door degenen die deze keuzes maken, nogal eens verstaan als een ‘heilige’ zaak. Ze proeven er iets in dat verder gaat dan hun eigen geweten. Het is alsof de stem van God, de naam van God in het geding is. En hier – zo denk ik – moeten we dan wel heel voorzichtig zijn: je kunt immers niet zo maar de naam van God gebruiken om iets door te drijven. Roepen we maar eens in ons op de fanatieke manieren waarop de naam van Allah wordt gebruikt als dekmantel van terroristische aanslagen te plegen.

Waar vandaag op wordt gedoeld gaat het veeleer en vooral om een grondig weten, om een diep aanvoelen, over bescheidenheid om wat er gezegd kan worden, over een er niet mee te koop lopen, over een bewustzijn dat het riskant is te spreken in de naam van God.
De toespraak van Jezus tot zijn apostelen klinkt vandaag ook voor ons: Jezus vraagt een radicale inzet van zijn volgelingen: het komt er op aan. Is het werkelijk ja of neen? In de tijd van de harde vervolgingen van de Christenen was het een enorme opgave trouw te blijven waarvoor men gekozen had: de navolging van Jezus. En dat had in de praktijk een niet mis te verstane betekenis: elkaar niet verraden, elkaar blijven opzoeken en beschermen, zorgen voor de minsten in de eigen kring, niet ingaan op de verleiding mee te doen met de verering van de keizer als een soort godheid. Die keuze vroeg werkelijk alles. Het kwam nogal eens voor dat daardoor een grote kloof ontstond in de eigen familiekring.

En wat krijgt iemand er voor terug? Matteüs wil vertellen dat ook in zijn tijd mensen die trouw bleven aan hun eerste keuze, er uiteindelijk gelukkig mee zijn geworden, ondanks alles en door alle onderdrukking heen. Het is bijna niet voor te stellen, en toch …

De eerste lezing verhaalt over de profeet Elisa die in Sunem gastvrij onthaal kreeg bij een vrouw die eerst haar hart en toen haar huis voor hem openzette. Profeten die aanbellen en om onderdak vragen. Het komt maar weinig voor … en toch … Een profeet opnemen is je hart openzetten voor mensen met een visioen, mensen met een visie op de toekomt.

Wat een verrassend actueel thema nu wij ons leven moeten gaan ordenen na Corona. En naar wie gaan we luisteren? Welke lijn gaan we mee uitzetten? Of vallen we zonder meer terug op het oude normaal. Wie zich opsluit in het veilige nest van eigen meningen en oude denkpatronen, wie geen oor heeft voor vaak lastige, maar gelovige onruststokers, wie geen gastvrijheid verleent aan gelovige mensen met een visioen, die kan Jezus niet tot zijn leerlingen rekenen.

De deur van huis en hart meer open zetten, gehoor geven aan wat echt gedaan moet worden en dan tot de conclusie komen: Ik heb zegen ontvangen, ik ben meer mens geworden: een durf om te doen …

Amen.

Denis Hendrickx o. praem
Abt van Berne