29-30 december 2018: Feest van de Heilige Familie

1 Samuël 20-22.24-28 en Lucas 2,41-52, C-jaar

VERKONDIGING

In de tweede klas van de middelbare school had ik Latijn van meneer van Deenen – of pater Pim zoals wij hem ook wel eens noemden – een alleraardigste man met veel geduld en heel erg ‘zen’, zoals we het nu zouden noemen. Op een dag had hij een traktatie mee voor de klas: voor iedereen een wortel. “Want”, zo zei hij, “het is vandaag de trouwdag van mijn ouders, en zij zijn de wortel van mijn bestaan.” Hiermee benadrukte hij voor ons, een groep tieners, het belang van familiebanden.

Zonder familie kunnen we niet, zouden we er niet eens zijn. Je familie kun je niet kiezen, noch je broers of zussen (en of je die al dan niet hebt), noch je ouders. En hoewel die laatsten wel gekozen hebben voor een kind, was het voor hen ook een verrassing dat jíj het was, en wíe jij was. Dat het niet altijd helemaal goed gaat tussen gezins- of familieleden is met regelmaat te zien op televisie bij het programma Het familiediner. Om vaak minder dan niets, een futiliteit, blijken volwassen mensen jaren en jaren ruzie te hebben en broers, zussen, ouders of kinderen rigoreus uit hun leven te hebben verbannen; het is soms tenenkrommend om naar te kijken. Hoe diep familiebanden gaan, blijkt dan echter uit het verdriet dat anderen in de familie hier vaak om hebben. Zíj zijn dan degenen die middels een uitnodiging tot een gezamenlijk diner de kemphanen weer tot elkaar proberen te brengen, vaak met succes. Familie, een bron van vreugde voor velen, maar soms ook van verdriet.

Deze dag staat, zoals ik aan het begin van de viering al zei, in het teken van de Heilige Familie. Als we dat zo zeggen, bedoelen we meestal het gezin van Jozef, Maria en Jezus, die we dan ook tegenkwamen in de evangelielezing van vandaag. Maar ook in de eerste lezing zagen we een gezin dat voldoet aan de omschrijving Heilige Familie. Twee bijzondere verhalen over twee bijzondere kinderen, Samuël en Jezus.

Het ene, Samuël, als door een wonder geboren uit een vrouw, Hanna, die al oud en bijkans onvruchtbaar was. In haar verdriet om haar kinderloosheid, wendt zij zich in gebed tot God. Haar gebed om een kind te mogen ontvangen, vindt genade bij de Eeuwige en die schenkt haar een zoon. Uit dankbaarheid – en omdat zij dat beloofd heeft – schenkt zij haar kind Samuël, ‘de Heer heeft gehoord’ betekent zijn naam, aan God; zij brengt hem naar het heiligdom van Silo, waar de priester Eli zich verder over hem ontfermt. Samuël zal als hij volwassen is een grote rol spelen in het verhaal van Israël: hij is het die Saul tot eerste koning van Israël wijdt. Zo speelt hij, lang vóór de geboorte van Jezus, een belangrijke rol in diens leven. En Hanna? Zij is zielsblij met haar zoon, en zingt uit dankbaarheid een lied, dat later in bijna dezelfde woorden door Maria zal worden herhaald – het Magnificat.

Het tweede kind waar het over gaat vandaag is Jezus. Ook zijn geboorte is met een bijzonder verhaal omgeven. De zeer jonge vrouw Maria wordt, net als Hanna eerder, uitverkoren door God om een bijzonder kind te baren: Jezus – ‘God redt’ betekent dat. Als twaalfjarige is hij met zijn ouders in Jeruzalem om het paasfeest te vieren, en hij blijkt plots zoek. Na lang en vergeefs zoeken onder de groep reizigers, keren Jozef en Maria terug naar Jeruzalem en vinden hem uiteindelijk in de tempel. “Jullie wisten toch dat ik in het huis van mijn Vader zou zijn?”, zegt Jezus dan. Waar anders had hij moeten zijn? Op eigen kracht heeft hij de weg naar zijn Hemelse Vader gevonden, de bron van al wat bestaat.

Twee bijzondere gezinnen, twee bijzondere kinderen ook. De één wordt door zijn moeder opgedragen aan God en naar het belangrijkste heiligdom gebracht, de ander vindt zelf zijn weg naar de tempel. Allebei de gezinnen en kinderen zijn in zekere zin heilig te noemen – zij spelen een belangrijke rol in de heilsgeschiedenis van God en het uitverkoren volk, waartoe ook wij ons door Jezus geboorte en dood mogen rekenen. Samen staan hun namen voor het hele bijbel verhaal: ‘God heeft gehoord’ en ‘God redt’. Als dat geen mooie kerstboodschap is … Het zal goed komen voor ons: God hoort onze nood en zal redding brengen.

Maar dat gaat niet vanzelf en geheel buiten ons om. Door de geboorte van Jezus zijn wij deelgenoten geworden in het verhaal van God, maken wij deel uit van ‘de Heilige Familie’ van Gods volk. Van ons wordt gevraagd om broers en zussen voor elkaar te zijn, in de goede betekenis van het woord. Wij moeten, gevraagd en ongevraagd, omzien naar elkaar en elkaar in godsnaam behoeden. Want als ik niet mijn broeders of zusters hoeder ben, wie dan wel?
Laat dan, op de valreep van het jaar 2018, dit ons toekomstvisioen zijn: wij allen te samen één grote ‘Heilige’ Familie, waar ieder welkom is en zichzelf mag zijn, en niemand zich meer eenzaam voelt.
Moge het zo zijn!

Arthur van Tongeren, gastpredikant