29 maart 2020: 5e Zondag in de Veertigdagentijd

Ezechiël 37,12-14 en Johannes 11,1-45, A-Jaar

VERKONDIGING

Opnieuw staan wij hier, voor een kerk met maar een paar mensen om ons heen, en verder leegte.
Het went niet, is merkwaardig, voelt heel vreemd. Immers, Gods aanwezigheid ervaren wij toch altijd in zijn mensen, Gods volk onderweg, dat zijn wij samen.
Deze tijd voelt zo onwennig en het went niet en wij willen ook niet dat het gaat wennen.
Een lege kerk, de straten zijn leeg, vertrouwde gezichten komen wij nauwelijks meer tegen, of het moet in de supermarkt zijn.
Maar niet bij de koffie in de keuken op de pastorie, niet aan de maaltijd in het Ronde Tafelhuis, geen lange rijen bij het Verwijsspreekuur. Wij zien elkaar bij een rondje op straat of in de supermarkt.
Het is stil deze lente, de wereld houdt haar adem in.

Toen wij het liturgieboekje maakten voor deze periode, voor carnaval nog, was de wereld zich nog niet bewust van waar wij nu, een goede maand later, zouden staan.
Dat onze kranten vol staan met coronanieuws, dat cijfers van nieuwe besmettingen overal ter wereld ons bezig houden.

Vandaag hoorden wij de lezing van de profeet Ezechiël. Hij spreekt woorden van troost tot het volk van Israël, dat werd weggevoerd uit hun land en leeft, ver van huis. Hun wereld, het vertrouwde leven, is volledig veranderd. Ezechiël houdt hen voor om te blijven vertrouwen op de Eeuwige God: “Ik zal jullie uit je graven laten komen, ik zal jullie mijn adem geven zodat jullie weer tot leven komen.”

God zal ons adem geven, daar mag je op vertrouwen. Laten we maar niet teveel spelen met die belofte … die woorden niet té letterlijk nemen nu een longziekte mensen letterlijk de adem beneemt.

De oproep van vertrouwen bij Ezechiël zal voor ieder anders zijn, toch kunnen we ze niet anders verstaan dan woorden die verwijzen naar een toekomst waar nieuw leven is.

Vertrouwen … kunnen wij dat nog in deze dagen? Is vertrouwen niet dat wij weten dat wij op goede grond staan, dat de adem die God over onze aarde, ons water, onze grond zal blazen en haar steeds opnieuw tot leven wekt?

Mooie, belofte volle woorden. Waar anders moet je op hopen, waar anders kun je op vertrouwen?
Waar kun je nog in geloven in deze tijd?
Maar wat moet je ermee als je het gevoel hebt dat je leven helemaal op zijn kop staat, als je je gevangen weet in gedwongen isolement, als je het niet meer uithoudt met kleine kinderen een hele dag om je heen, als partners elkaar niet meer kunnen dulden …
Wat moet je ermee als je in angst leeft om je gezondheid, om je ouders en familie die leven in onzekerheid, ver van hier.
Wat moet je met die woorden als een dierbare, een partner, een vriend, een vader of moeder vecht voor het leven aan beademingsapparatuur?

Ons leven staat helemaal op zijn kop en tussen alle geluiden die wij horen zijn er ook die God aanwijzen als zondebok.
God is zo’n zondebok, God zal het wel zo gewild hebben, God wil ons straffen voor alles wat wij mensen verkeerd doen. Een nieuwe zondvloed hoorde ik iemand deze week zeggen.

Is dát de God waar de Schrift ons over vertelt? Woorden van mensen die ons vertellen over een man uit Nazareth, zo goed als God, die mensen tot leven wekt, die graven opent.
Vandaag, de week voor de intocht van Jezus in Jeruzalem, de week voor Palmpasen, horen wij het verhaal van twee zussen, Marta en Maria, die huilen om een broer die is overleden en zij halen er zijn beste vriend bij, de man uit Nazareth, Jezus is zijn naam.
Hij gaat met hen mee naar het graf waarin Lazarus al vier dagen rust, hij bidt tot God de Vader.
Jezus laat ons ervaren hoe je in gebed verbonden kunt zijn met God, met de energiebron waaruit alle leven voortkomt de bron van Leven en Liefde.
Zó bidden, betekent verbonden blijven met de bron van ons leven.
Na zijn gebed laat Jezus de steen voor het graf wegnemen opdat Lazarus naar buiten kan komen, tot leven gewekt. Dit indrukwekkende verhaal vertelt ons over vrouwen die vertrouwen dat het mogelijk is, dat de dood het einde niet zal zijn, dat onze dierbaren verder leven bij God, onder ons.

Wij leven toe naar het Paasfeest, wij leven toe naar het lege graf. Ook al hebben wij nu soms het gevoel dat wij in ballingschap zijn, zoals het volk van Israël in de dagen van Ezechiël …
Kijk dan maar eens goed om je heen … al die overwegingen van mensen die zoeken naar een nieuwe betekenis van het verstaan van ons leven.
Luister naar al die oproepen om met elkaar na te denken over nieuwe inzichten die deze situatie ons biedt. Mensen die met elkaar nadenken over wat dit gedwongen isolement met ons doet, die proberen om lessen te leren van deze tijd om te waarderen wat écht van belang is, wie echt van belang zijn in deze dagen.
Al die mensen die zich inspannen om zorg te bieden die nodig is, die troost bieden waar mensen vechten voor hun leven.

Kijk maar goed, en dan zie en voel je hoe God onze wereld nieuwe adem geeft, opdat wij in vertrouwen verder kunnen bouwen aan onze toekomst.
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen