29 november 2020: 1e Zondag van de Advent

Jesaja 63,16b-17.19b;64,3b-8 en Marcus 13,33-37, B-Jaar

VERKONDIGING

Kijk!

Vandaag zijn we weer letterlijk samen in deze kerk. Met maximaal 30 personen mogen wij samen vieren. Het is daarom dat wij besloten hebben om onze vieringen uit te bereiden zodat er per week 90 mensen samen kunnen vieren en weer kunnen delen van het gezegende brood.

Fijn om dat op de eerste zondag van de Advent te kunnen doen. Wij zongen vandaag “Sla uw ogen op naar het licht, daar is de Heer,” terwijl mijn eerste herinnering aan deze zondag is het liedje: ”tis weer zover, tis weer advent zie hoe het eerste kaarsje brand.” Het maakt niet zoveel uit maar het zijn de herinneringen die boven komen.

Advent, een periode van 4 weken, van Rorate: “Laat komen hij die komen zal.” Een periode waarin wij, gelovige mensen, opgeroepen worden om ons klaar te maken. Een kind gaat ons geboren worden. Ach we weten het al zo lang. Ieder jaar opnieuw. De spullen staan klaar in een kast of op zolder. Misschien kunnen er een paar nieuwe dingen bij en dan kan het Kerstfeest beginnen.

Maar de Advent periode gaat verder. Kerstboom – Kerststal – het diner, natuurlijk belangrijke elementen. Voor ons is er, denk ik, meer. Daarom die lezingen van vandaag. Die oude woorden van Jesaja. Het volk is terug gekeerd uit ballingschap. Ze zijn terug in eigen land maar alles is nog een puinhoop. Het Godshuis van die tijd is grof klaar maar de voor de rest is alles nog een puinhoop.

En dan, dan heb je jouw God. Jesaja smeekt bijna aan die God van zijn mensen. Help ons, wees ons nabij. Zijn geloof is groot. De profeet weet dat zijn God nabij kan zijn en dat zijn volk een andere weg heeft afgelegd. Zijn volk is bijna los komen staan van die God van hun voorvaderen. Maar Jesaja weet beter. Als een mens bidt hij: Scheurde u maar de hemel open om af te dalen! Ja, dan zou iedereen het zien en begrijpen, dan was iedereen direct terug in het spoor. Maar dat gebeurt ogenschijnlijk niet. De profeet eindigt met: “Toch, HEER, bent u onze vader, wij zijn de klei, door u gevormd, wij zijn het werk van uw handen.”
Dat geloof dat wij onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Groots.

Marcus spreekt ons aan dat wij waakzaam moeten zijn en blijven. Woorden van Jezus, wees waakzaam want je weet nooit wanneer de Heer komt. Zijn positieve woorden, geen bevel of negatieve opdracht. Nee, een oproep om er te zijn en te blijven. Om open te staan voor dat wat komen gaat.

Bij een zwangerschap is dat zo duidelijk. Wij weten het duurt negen maanden. We rekenen uit wanneer de tijd officieel voorbij is. We zijn uitgeteld! We hebben 9 maanden de tijd om ons voor te bereiden op wat komen gaat. Weten we dan wat gaat komen? We denken van wel maar weten doen we het echt niet. Hoe ziet ons kind eruit? Daar kunnen we over dromen maar van die ervaringen van de eerste maanden na de geboorte hebben wij nog geen weet.

In deze Adventstijd is het ook zo. Hoe moeilijk het door het jaar ook is om dit te voelen. Nu zijn wij in verwachting. We leven naar de geboorte toe. Met Kerst zal ons een kind geboren worden. We kunnen ons klaarmaken hiervoor.
Die God van mensen, die is er, zal er altijd zijn. Wij zijn zijn kinderen. Aan ons om het te nemen.

Advent 2020, kom naar de kerk, zet de kerststal, denk na over het diner van Kerst. Maar nog belangrijker, sta stil bij het goede. Sta stil bij de liefde, het eerste gebod van onze God. Wees waakzaam en zorg voor die ander want nooit zullen wij weten wanneer Hij aan de deur staat.

4 weken van extra bezinning. Stil staan vanuit het vertrouwen en luisteren naar zijn woord. 4 kaarsen om ons door deze vier weken te begeleiden. Kaarsen van Licht en Warmte. Door het licht kunnen wij de duisternis zien. Geen zwart gat of geen toekomst nee, een lichtpunt van hoop, van nieuw leven.

Hoe zullen wij onze pasgeborene eigenlijk noemen?

Amen.

Jan Claassen, participant Norbertijnen