3 april 2021: Paaswake

Genesis 1 en Marcus 16,1-8, B-Jaar

VERKONDIGING

De heer is waarlijk opgestaan. De Heer is waarlijk opgestaan. Ik kan het wel schreeuwen. Dit is het moment in het jaar dat we deze zin mogen en kunnen zeggen. De Heer is waarlijk opgestaan. Heerlijk om dat te doen. En ja, ik weet dat vele mensen dan naar mij kijken en denken, niet helemaal fris die man. Hoe kun je nou dit zeggen, dit uitroepen over iets waar je niets van weet. Wat je nooit gezien hebt, nooit aangeraakt, nooit iemand gesproken die zei: ik heb hem gezien. “Het was een vrouw van ongeveer 50. Niet al te groot, goed op gewicht en een prettig stem”. Nooit heeft iemand dat tegen ons kunnen vertellen. En toch …

Enkele jaren geleden hebben wij met de vieringen van Groot en Klein een jaar stil gestaan bij Godsbeelden. Prachtig om dit te mogen doen met kinderen. Zij gaven aan ons hun beelden en wij mochten beelden van God aan hun laten zien. Wij hebben mannen en vrouwen gezien, zittend op een stoel met een grote baard of gelijkend op een reus. Alles was mogelijk. En wij, wij gaven mensen uit onze wereld van onze wereld. Mensen bij wie je God kunt zien. Mensen die gingen staan in hun tijd. Mensen die gingen staan voor vrede en gerechtigheid. Mensen die straalden door verdriet en pijn heen. Mensen die getuige waren.

Getuige van het leven. En dat leven is niet altijd rechtvaardig.
Soms worden wij aangedaan, overkomt ons het grote lijden. Verliezen wij mensen, is afscheid onontkomelijk. Is die eerst geborene, een kind met ernstige problemen, lijkt op voorhand te groot om te dragen en dan vindt het plaats. Het leven wordt genomen. Letterlijk nemen wij het kind in ons armen en snuiven het helemaal op. We omhullen dit kind met onze lucht en het is ons kind.

Ik denk dat onze God dat ook met ons doet. Wij worden al in de moederschoot genomen en omhuld door zijn liefde. Wij zijn rijke kinderen als wij geboren worden. Het is aan ons om in ons leven dat te ontdekken en dat aan te nemen. Die God van mensen: “Niet jij hebt Mij, maar Ik heb jou gekozen” staat ergens bij Johannes geschreven.

Jezus sterft aan het kruis. Geeft zich over aan zijn vader, “Hier ben ik”, gaat de weg van mensen. Wordt afgenomen en neergelegd in een grot. In een doodskleed ligt hij daar. Dan het verhaal van de vrouwen. Zoals vrouwen zijn. Ze gaan, geen getreuzel, zij gaan naar het graf. Willen dat gepijnigde lichaam verzorgen. Hem helemaal inwrijven, een balsem aanbrengen en dan is het graf leeg en krijgen ze een opdracht. Om stil van te worden.

Je hebt even tijd nodig om dit binnen te laten komen. Proberen te beseffen wat dit nu is. Je moet een super stap maken. Bijna het menselijke loslaten en overgaan naar het Goddelijke.
Toelaten in jouw hoofd dat die oude verhalen echt plaats vinden. Dat jouw vriend Jezus een zoon van God is!

Dan moet je van goede huizen komen om die stap te kunnen zetten en deze vrouwen waren van goede huizen. Zij maakten de stap en konden de mannen vertellen van wat ze gezien hadden en wat er had plaats gevonden. Ik kan mij voorstellen dat wanneer je in alle rust bent en het allemaal overdenkt, je heel zachtjes voor de eerste keer kunt zeggen: “de Heer is waarlijk opgestaan”. Ik zou huilen.

En dat is wat wij mensen soms kunnen beleven. Zo’n teken van Gods zijn. Bijna verborgen in iets onbelangrijks, iets wat we duizend maal gedaan of gezien hebben. Maar dan opeens is het er.
Waar zit het in? Dat kan ik niet zeggen maar ik weet dat het af en toe gebeurt omdat mijn hoofd, mijn lijf er voor openstaat.

En dan denk ik aan de vrouwen van het eerste uur. “Hij is waarlijk opgestaan”.
Wij zijn allemaal kinderen waarvan de namen geschreven staan in Godshand. Hij heeft ons al lang geleden genomen, wij mogen hem nemen. Zijn zoon was als een voorbeeld voor ons. Hij ging als een mens en kwam thuis bij zijn Vader.

In dat Licht mogen wij staan.

Daarom: “de Heer is waarlijk opgestaan”, Zalig Pasen!

Jan Claassen, participant Norbertijnen