3 mei 2020: 4e Zondag van Pasen, Roepingenzondag

Dodenherdenking, 75 jaar bevrijding, Mariamaand.

Handelingen 2,14a.36-41 en Johannes 10,1-10, A-Jaar

VERKONDIGING

Het is in deze dagen 80 jaar geleden dat Nederland ruw de Tweede Wereldoorlog werd ingetrokken en 75 jaar geleden dat we werden bevrijd. Er waren heel wat speciale activiteiten voorbereid maar Corona heeft er een stokje voor gestoken. In deze dagen wordt veel teruggegrepen op de oorlogservaringen uit de Tweede Wereldoorlog. Ik geloof dat de essentie van bezetting en onderdrukking is, dat mensen geïsoleerd worden van elkaar. Onderdrukking maakt mensen onzeker en angstig, ze weten niet waar ze aan toe zijn, ze weten ook niet wie ze kunnen vertrouwen en wie niet.

Mensen leven snel en schichtig langs elkaar heen, wagen zich alleen buiten als het echt nodig is, glippen snel weer hun huis binnen in de veiligheid van hun eigen thuis, waar ze weten wat ze kunnen doen en wie ze kunnen vertrouwen. Het bijzondere van de Bevrijdingsdagen van mei 1945 was dat mensen weer in grote getale op straat durfden te komen, de publieke ruimte niet langer als onveilig hoefden te beschouwen, ze durfden weer gezien worden, ze konden elkaar weer aanspreken en omarmen zonder angst.

Vrijheid gaat in de eerste plaats over vertrouwen in mensen om je heen, dat je niet bang hoeft te zijn, dat je in de ruimte om je heen anderen in goed geloof kunt ontmoeten en met hun hart delen wat je bezig houdt. En natuurlijk betekent het vervolgens dat je in die ruimte die je met anderen deelt, kunt zeggen wat je op je hart hebt, wat je bezig houdt. Vrijheid gaat, als het er op aan komt, eerder over het collectief dan over het individu.

In de Christelijke traditie is vrijheid een centraal begrip. We spreken over Christus als de deur zonder belemmering, als onze verlosser, onze bevrijder, degene die ons heeft vrijgemaakt van zonde en dood. In de christelijke betekenis van verlossing gaat het niet om het opheffen van alle begrenzingen, maar om het loslaten van angst. Vrijheid is in de christelijke traditie eerder vrijmoedigheid dan onbelemmerd zijn: zij stelt ons in staat om zonder angst de ander tegemoet te treden, ons te verbinden met elkaar, een open oor te hebben en in vrijmoedigheid te vertellen wat je op je hart hebt.
We spreken dus niet van het eindpunt wat we kunnen bereiken als we alle belemmeringen hebben opgeruimd, maar het is het beginpunt: we kunnen met een vrijmoedige geest het leven en onze samenleving tegemoet treden. Vrijheid is niet mijn individuele ruimte, maar onze gemeenschappelijke ruimte. En dat maakt ook dat we in die ruimte alleen kunnen leven als we anderen in het oog houden, weten wat hen bezighoudt en daar respectvol mee omgaan.

De Schriftwoorden van deze ochtend hebben alles met ware vrijheidsbeleving van doen en zetten ons ook aan het denken in deze onze zo verwarde tijd. Petrus tracht in de Handelingen van de Apostelen het doel van Jezus onder woorden te brengen: verzameling, vernieuwing en toerusting. Petrus gaat verder in het voetspoor van Jezus om uit velen een gemeenschap te vormen, om zorg te dragen voor elk lid van de gemeenschap. Dat geldt zeker in deze crisistijd en kan volgens mij ook een aardig aanknopingspunt zijn voor de dienst van de leiding in onze kerk en geloofsgemeenschappen, want hebben we zulke vrouwen en mannen niet nodig die aan zo’n invulling van vrijheid en gemeenschappelijke verantwoordelijkheid inhoud geven.
Op Roepingenzondag – vandaag dus – schreeuwen we toch juist om hen die in woord en daad vrijheid bepleiten en die voorleven.

Terwijl Petrus vandaag de nadruk legt op de inhoud van de boodschap, daagt Johannes in het evangelie de leiding uit. Hoe ga je met zoekende en vragende mensen om? Het verhaal van de Goede Herder schildert duidelijkheid, helderheid en voorgaan. Door de deur gaat hij naar binnen, met vertrouwen stelt hij hen gerust en hij gaat voor ze uit. ’Ik ben de deur’. Hij is ook de verbinding tussen mijn hoogstpersoonlijke ik en de anderen. Want ik heb geen leven als ik het niet op de en of andere manier kan delen met anderen. Als Jezus voor mij ‘de deur’ is , leef ik geen eilandbestaan. Dan is er volop in- en uitgaan. Van daaruit kan een mens zich geroepen voelen een eigen steentje bij te dragen aan de samenleving.

Roepingenzondag vraagt om vrouwen en mannen die de dienst van de leiding op de schouders kunnen en willen nemen: als religieus, als priester pastor, als pastoraal werkster of werker maar ook als lid van een geloofsgemeenschap om met elkaar voortdurend te beseffen dat vrijheid ons gegeven is om met elkaar in vrijheid te leven.

Denis Hendrickx o. praem
Abt van Berne