30 augustus 2020: 22e Zondag door het jaar

Jeremia 20,7-9 en Matteüs 16,21-27, A-Jaar

OVERWEGING

Elke zaterdag is op NPO Radio 1 het programma De Taalstaat te beluisteren. Hoewel ik een taalliefhebber ben, en dus tot de doelgroep behoor, moet ik toegeven dat ik geen vaste luisteraar ben. Ik weet wel dat ze een mooie rubriek hebben, waarvoor luisteraars woorden mogen aandragen die vergeten dreigen te raken. Mijn woord van vandaag zou jeremiëren zijn: weeklagen, jammeren over van alles en nog wat. Afgeleid van de naam van de profeet Jeremia, aan wie de Bijbelboeken Jeremia – waaruit de eerste lezing kwam – en Klaagzangen worden toegeschreven.

Het waren rare tijden toen Jeremia leefde … hij waarschuwt voor het naderend onheil van de ballingschap waarin het volk Israëls zal worden weggevoerd. Hij ziet deze ramp ook gebeuren en droomt er vervolgens van dat het volk ooit weer zal terugkeren naar het beloofde land en naar Jeruzalem. Jeremia was in zijn tijd een roepende in de woestijn: niemand wilde naar hem luisteren, als hij uit naam van God tot de mensen sprak en ze de rechte weg wilde wijzen. Reden genoeg tot klagen dus. Maar dat het volk niet wil luisteren, dat hoort er als het ware bij – een profeet wordt immers niet geëerd in eigen stad, zo zegt men. Jeremia klaagt, jeremieert, tegen God die hem geroepen heeft, ‘verleid heeft’ in zijn eigen woorden. En nu lachen de mensen hem uit en moet hij ondanks alles, door een innerlijk vuur gedreven, blijven spreken in Gods naam. Het is vechten tegen de bierkaai, en hij voelt zich ernstig in de steek gelaten door God.

Het waren rare tijden toen Jezus leefde … het land was bezet en werd geregeerd door de Romeinen. Het volk zuchtte onder een vreemde mogendheid en hoopte op vrijheid, verlossing, ooit. In die tijd stonden weer allerlei profeten op en ook Jezus was een van de mensen die probeerde Israël weer hoop te geven. Door ze te wijzen op de weg van God zoals ze die ooit geleerd was, gegeven in de Thora, de Tien Geboden. En het volk kreeg hoop en liep in steeds grotere getale achter Jezus aan. Degenen die de macht hadden over het land en de tempel daarentegen, waren wat minder enthousiast. Zij sponnen garen bij de situatie zoals die was en vonden Jezus maar een opruier. In die situatie gaat Jezus met zijn leerlingen op weg naar Jeruzalem, en is zich zeer wel bewust van het gevaar dat hij daar zal lopen. Hij zegt dat ook tegen de leerlingen. In tegenstelling tot Jeremia beklaagt Jezus zich niet, niet tegenover mensen om hem heen en niet tegenover God. Hij heeft zijn opdracht aanvaard en wil deze koste wat kost volbrengen.

Het is een rare tijd voor Petrus … die zijn Heer en meester het liefst veilig bij zich wil houden. Dat komt hem op een scherpe terechtwijzing te staan: ‘Ga terug, achter mij, satan!’, voegt Jezus hem toe. Hij die gisteren noch Rots heette, wordt nu satan genoemd. Petrus moet kiezen: niet het behoud van zijn leven is wat ertoe doet, maar zijn leven geven, in het teken stellen van Gods koninkrijk. Dat leidt tot een betere wereld – precies zoals Jezus in zijn eigen leven voorleeft – en een eeuwig leven bij God. Je wordt op de laatste dag beloond naar je daden, zegt Jezus.

Het zijn rare tijden waarin wij leven … ons normale leven wordt van allerlei kanten bedreigd. We hebben te maken met opwarming van de aarde, stijging van de zeespiegel, broeikasgassen, stikstof, boze boeren, noem maar op. En sinds een half jaar worden we geregeerd door een macht buiten ons: een dodelijk virus houdt het leven zoals we dat gewend zijn, in een ijzeren greep gevangen. Het dwingt ons leefregels op die we maar moeilijk kunnen accepteren en volhouden. De profeten van onze tijd zijn scholier, viroloog, of weerkundige en heten Greta Thunberg, Jaap van Dissel of Peter Kuipers Munneke. Ze praten, net als Jeremia en Jezus in hun tijd, soms tegen dovemansoren, zijn roependen in de woestijn. Het volk wil liever niet horen dat hun gerieflijke leven wordt verstoord, dat alles anders moet, het komt in verzet, en uit zich in demonstraties of in anonieme bedreigingen via sociale media. Probeer dan maar eens overeind te blijven …

Het is een rare tijd … maar het is onze tijd, we moeten het ermee doen. De vraag is: waar staan wij? Wat doen we, welke rol willen we spelen? Aan ons de keus. We kunnen gaan lopen jeremiëren over wat ons allemaal ontnomen wordt – en misschien soms terecht – hoewel we weten dat het nodig is, en er nog steeds heel veel wél kan. We kunnen ervoor kiezen de boodschappers de schuld te geven en boze brieven, mailtjes of tweets te schrijven – soms lucht dat op.
Of we kunnen ons lot aanvaarden en doorzetten, ook al is het soms moeilijk en moeten we tegenkrachten trotseren. Wie hiervoor kiest staat niet alleen. Je mag steun verwachten van mensen om je heen, van God zelf misschien, wiens naam is ‘Ik-zal-er-zijn-voor-jou’. Standvastig samen op weg naar een betere wereld: zo houden we het nog wel even uit.

Dat het zo mag zijn.

Arthur van Tongeren, gastpredikant