30 mei 2019: Hemelvaart

Handelingen 1,1-11 en Lucas24,46-53, C-Jaar

VERKONDIGING

Het is wonderlijk hoe wij vandaag, op Hemelvaartsdag, twee verhalen horen over de Hemelvaart van Jezus. En dan niet, zoals we vaak gewend zijn, door twee schrijvers, die leven in een andere tijd en op een andere plaats. De verhalen over de Hemelvaart van Jezus, uit de Handelingen en het Evangelie komen beiden uit de pen van Lucas.
En ook al lijkt het of het hier gaat om verhalen die getuigen van een historische werkelijkheid, gaat het toch om heel andere teksten, om geloofsverhalen die vertellen over mannen en vrouwen die getuige waren van het optreden en de dood en verrijzenis van een man uit Nazareth.

Hun verhaal is ook voor ons bedoeld.
Hoe vaak vragen wij ons niet af waar de hemel is? Jezus van Nazareth brak hem voor ons open en haalde de hemel dichterbij. Hij liet mensen de hemel zien, hier op aarde.
Iedereen was bij hem in tel, de minsten het eerste. Wie door het leven stom geslagen werd, gaf hij stem; wie door verdriet niets meer kon zien, gaf hij licht in de ogen.
Gaf kracht aan mensen lamgeslagen door verdriet.
Hij respecteerde ieder mens, preekte liefde, maar dééd het ook.
Hij wist te luisteren zonder oordeel vooraf.
De mensen hingen aan zijn lippen, hij bracht immers goed nieuws.

Deze Jezus, deze mens, het is onmogelijk dat hij na zijn dood zomaar uit hun midden weg zou zijn.
De leerlingen konden daarmee niet verder. Je zou van hen verwachten dat zij meteen na zijn dood aan de slag gaan en zijn boodschap voortzetten.
Maar er gebeurt iets heel anders; zij sluiten deuren en ramen en trekken zich terug uit de wereld.
Angstig voor wat komen gaat, in verwarring over alles wat hen is overkomen, sluiten zij zich op in een bovenkamer en wachten daar, op de komst van de Geest die Jezus hen heeft beloofd.

De allereerste regels, de eerste perikoop uit de Handelingen van de Apostelen, verhaalt al over de Hemelvaart van Jezus daar valt dat magische woord hemel voor het eerst:
In mijn eerste boek, Theofilus, heb ik de daden
en het onderricht van Jezus beschreven, vanaf het begin
tot aan de dag waarop hij in de hemel werd opgenomen.
Nadat hij de apostelen die hij door de heilige Geest had uitgekozen,
had gezegd wat hun opdracht was.

Jezus belooft de leerlingen de komst van de Geest die hun enthousiasme zal brengen om te doen wat gedaan moet worden, gaf hen de opdracht, om zijn levenswerk op aarde voort te zetten; een hemel op aarde te maken.

Een hemel op aarde, hoe is dat mogelijk? Wat betekent die hemel dan voor ons?
Ver weg, hoog in de wolken, of toch hier, heel dichtbij onder ons?
Kijk maar eens wat er gebeurt als het goed met ons gaat: We krijgen een hemels gevoel bij een prachtige ervaring, we zijn in de wolken. Een kind dat je hand vastpakt, een merel die zingt en antwoord krijgt, een bloem die opengaat met een dauwdruppel, een man of vrouw die zegt dat jij alle moeite waard bent.

Zo gezien is de hemel een bondgenoot van de aarde. Hemel en aarde werken samen immers en in onze belevenis is de hemel ergens boven ons, hoe moeten wij ons er anders een voorstelling van maken. De hemel is een belofte, voor een goede toekomst en een leven in verbondenheid met andere mensen. Zo is ook de hemelvaart van Jezus geen afscheid maar veel meer een opening naar alles wat ons te wachten staat.
Jezus gaat ons voor naar Gods Koninkrijk, hij wijst als het ware de weg naar Gods belofte van vrede en gerechtigheid.
Naar al die momenten dat wij in staat zijn om boven ons eigen ik uit te stijgen, ook al doet het pijn, ook al word je geraakt tot in de kern van wie je ten diepste bent, ook al proberen mensen je ergens te plaatsen waar je niet thuis bent. Er is de belofte van die andere werkelijkheid als je jezelf onder handen neemt.

Zó steeg Jezus op naar de hemel en laat ons zien dat de veertig dagen tussen Pasen en Hemelvaart, dagen zijn van beloftevol toeleven naar alles wat komen gaat.
Het zijn prachtige bespiegelingen van Lucas en van ons, maar wat kan onze wereld er nog mee?
Hebben wij nog genoeg enthousiasme om daarvan te getuigen? Hebben wij niet ook wat spirit, wat geestkracht nodig?
Daarom wachten wij nog even op de vijftigste dag, op Pinksteren als de Geest komt die ons is beloofd.

We kunnen immers niet naar de hemel en de sterren blijven staren. Hier, op onze plek waar wij wonen en leven, daar moet het gebeuren, daar moet het hemels vuur neerdalen. Daar moeten mensen goed zijn voor elkaar, daar zijn wij het die mogen laten zien dat de hemel en aarde juist met elkaar verbonden zijn.
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen