30 november en 1 december 2019: 1e Zondag van de Advent

Jesaja 2,1-5 en Matteüs 24,37-44

VERKONDIGING

In afwachting van?

De eerste zondag van de Advent staat er op onze kalender. Ik vrees dat de wereld om ons heen hier niet onrustig van zal worden. De meesten hebben geen idee meer wat Advent is, hoe lang het duurt en wat er daarna komt. Een gemis? Ja, een gemis!

Advent 2019, 4 weken waarbij wij tot inkeer kunnen komen. 4 Weken waarin we stil kunnen bij ons leven. Hoe doen we? Wat doen we? Willen wij een ander wel echt verstaan of ram ik maar door? 4 Weken om na te denken, om de dagen te tellen. De Adventskalender kan ons daarbij helpen. Elke dag een luikje open, niet voor het snoepje maar voor de vraag van die dag zodat je geladen de dag kunt beginnen. Want over 4 weken is het kerst.

De dag dat wij de geboorte van het kleine kind vieren. Een kind is ons gegeven zingen wij dan. Wij moeten dan klaarstaan om, als nieuwe mensen, dat nieuwe leven te omgeven en op te nemen in ons leven.

Daar hebben wij de periode van de Advent voor nodig. Elke dag opnieuw stilstaan bij die vragen van het leven. De mooie woorden van de profeet Jesaja worden vandaag weer gelezen. Die oproep aan iedereen om te komen naar het huis van onze Heer. We hebben ploegijzers, speren worden snoeimessen, geen mens zal meer weten wat oorlog is. We mogen thuis zijn in het Licht van de Heer.

Matteüs vertelt over een verhaal van Jezus aan zijn vrienden waarin Hij vertelt over de verwachting. Jezus zegt ons: sta klaar want de dag zal onbekend zijn.

Een opdracht van hen, een opdracht voor ons.

Klaar staan voor als Hij komt, klaar zijn als de Kerst is aangebroken.

Advent 2019 betekent dus voor de meeste onder ons, werk. Gewoon werk. We kunnen niet in de achteruit rustig zitten in de stoel. Nee, een actieve houding is noodzakelijk. We moeten omhoog, in beweging. Uitkijken naar die ander, die naaste.

Vragen aan onszelf of wij al klaar zijn om het Goddelijke te ontvangen? Zijn wij al die nieuwe mens die klaar staat als Hij komt?
Lijkt weer zo groot, zo van een andere tijd, zo niet van ons. Want wij zijn nadenkende mensen, geen zwevers, geen geitenwollensokkenfiguren. Wij zijn mensen van hier en nu. Mensen die van tastbare dingen houden, mensen van het leven.

En dan is er de vraag om onszelf klaar te maken voor de komst van de Heer. Mijzelf kleinmaken, door de knieën gaan, de schouders gebogen. Zwijgen.
Elke dag van de Advent gebruiken om antwoord te geven op de vragen die wij onszelf stellen zodat we op die Kerstochtend groot mogen zijn om dat kind in de armen te nemen. Dat Kind van het nieuwe leven.

Ieder van ons kent dat gevoel. Het vasthouden van een pasgeborene. Ingewikkeld in een luier zo warmvoelend zo nog gesloten in het leven. En dan die vader of die moeder die zachtjes zegt: dit is ze. Onze dochter, onze zoon. In alle teerheid zijn we dan getuigen van een beeld dat een leven lang zal duren. Niets in mij is dan afwijzend, alles staat open voor dit nieuwe kind. Dat bijzondere gevoel is het gevoel dat op ons wacht in deze tijd. Advent, in verwachting van.

Stel de vraag, open de deurtjes van uw eigen adventskalender, wees klaar als de tijd is aangebroken.

Amen.

Jan Claassen, participant Norbertijnen