4 oktober 2020: 27e Zondag door het jaar, H. Franciscus

Jesaja 5,1-7 en Matteüs 21,33-43, A-Jaar

VERKONDIGING

Die man uit Israël die vandaag weer aan het woord komt en die Jezus heet, vertelt graag gelijkenissen. Zo heeft hij het ook over een wijngaard. En zijn toehoorders weten onmiddellijk waar hij het over heeft. Ze kennen het lied van de wijngaard dat de profeet al zong.
De beide lezingen van vandaag gaan over een wijngaard … mooie ranken met grote trossen druiven waaruit de wijn geperst zal worden. De mensen daar in Israël groeien er mee op, ze hebben er dagelijks mee te maken. Het is dus een heel bekend beeld dat Jesaja en Jezus gebruiken. Beiden zijn wel geen boeren, geen wijnbouwers, maar ze gebruiken de wijngaard o zo graag als beeld, als gelijkenis voor de boodschap die ze de mensen willen overbrengen.

Jesaja zingt op de hoeken van de straten zijn protestsong over die wijngaard, over de mensen van Juda, dat ze goede druiven moesten voortbrengen, maar dat ze in plaats daarvan wilde druiven voortbrachten. En Jezus vertelt: ‘Er was eens een man die een wijngaard plantte. Deze stuurt zijn zoon om te zien wat de pachters ervan gemaakt hebben. En wat doen ze? Ze brengen die zoon om het leven.’

De wijngaard is de schepping die God liefheeft. Die gedachte zit achter de parabel over de trouweloze pachters. De wijngaard is zorgvuldig aangelegd op geschikte grond, naar de zon gekeerd, de stokken één voor één geplant, de ranken opgebonden, het onkruid rond de stam verwijderd, de uitlopers gesnoeid en de trossen gedund. Dat alles klinkt mee in de aanhef van de gelijkenis: ‘Er was eens een landeigenaar die een wijngaard aanlegde.’

Dat het misgaat, komt niet door luizen, schimmel of nachtvorst, maar door de pachters aan wie de landeigenaar de wijngaard heeft toevertrouwd. Ze willen meer zijn dan pachters. Ze willen eigenaar zijn en claimen de hele opbrengst voor zich. Waarschuwingen worden in de wind geslagen, boodschappers mishandeld en uit de weg geruimd, tot en met de zoon van de baas: ‘Vooruit laten we hem vermoorden en ons zijn erfenis toe eigenen’. De wortels van het bestaan worden doorgesneden. De Zoon, ‘de Bron van het leven’ wordt gedood.

De lezingen van deze zondag zijn actueler dan we denken. Zij stellen het geloof in God als Schepper van hemel en aarde aan de orde en daarmee de positie van de mens. Zijn wij autonoom of zijn wij iemand verantwoording schuldig? Woorden die wel heel erg passen op deze herdenkingsdag van Franciscus, want ook hij stelde voortdurend vragen bij het omgaan van mensen met natuur en milieu, kortom met de schepping.
En uitgerekend dit weekend komt Paus Franciscus met een nieuw beleidsplan over toekomst voor mensen: ‘Fratelli Tutti’ zo heet zijn encycliek. De centrale vraag luidt: mogen wij met ons leven doen wat wij willen of hebben wij ons aan een opdracht van Boven te houden?

De gelijkenis van vandaag doet veel denken aan het milieu. Astronauten hebben ons laten weten dat hun kijk op de aarde ingrijpend veranderd is. Pas vanuit de ruimte hebben zij gezien hoe fantastisch onze aarde is met haar ozonlaag, oceanen en regenwouden. Maar tegelijk ook hoe kwetsbaar, bedreigd en uitgebuit. Net als de pachters in de parabel willen veel mensen van nu meer dan pachters zijn. Ze willen heersen over de aarde en plegen roofbouw alsof ze niemand verantwoording schuldig zijn.

Als sommige mensen horen, dat ze het leven met zijn talenten in pacht hebben gekregen van de Schepper en dat ze dit eens met rente aan Hem moeten teruggeven is hun reactie radicaal: ‘Wie zegt mij, dat ik het leven van een Schepper heb gekregen? Ik ben gewoon een vrucht van een natuurlijk voortplantingsproces. Daarom ben ik eigenaar van mijn leven. Ik ben geen pachter, ik ben autonoom. Het leven is mijn eigendom: daar beschik ik zelf over. Als ik het in de waagschaal stel, het verwoest door drank of drugs, alle coronamaatregelen aan mijn laars lap, dan is dat mijn zaak. En als ik er geen zin meer in heb, maak ik er zelf een einde aan’.

En wat betekent dat verhaal eigenlijk voor ons. Zou het verhaal toch ook niet voor ons verteld zijn? Wij, die God wel als Schepper van hemel en aarde erkennen. Wij geloven dat wij het leven, met al wat wij daarin aan talenten en genadegaven ontvangen, in pacht hebben gekregen. Wij geloven dat wij eens antwoord moeten geven op de vraag, wat wij met deze pacht hebben gedaan. Ja, hoe staat het met onze wijngaard. Hoe staat het met het gedeelte waarover ik pachter ben?

Ja, waar staan wij? Zijn wij zoals die pachters en laten we Hem achter ons? Zo van: jou hebben we niet nodig om te geloven? Nee, laten wij niet zo met de zoon omgaan.
Eerbied, dankbaarheid en bescheidenheid vormen de levensweg van Franciscus. Met niets begonnen werd hij vriend van heel de schepping. Laten wij er voor zorgen dat bij ons het sprookje van de wijngaard niet afloopt zoals in het evangelie, maar dat het mede door ons een Happy End krijgt.
Amen.

Denis Hendrickx o. praem.
Abt van Berne