5 januari 2020: Openbaring van de Heer. Driekoningen

Jesaja 60,1-6 en Matteüs 2,1-12, A-Jaar

VERKONDIGING

Als er grote ongelukken zijn gebeurd komt er meestal een commissie die een onderzoek gaat instellen naar de ware toedracht, en vooral ook om te kijken of er menselijke fouten zijn gemaakt. Het drama van nieuwjaarsnacht in Arnhem is er een recent voorbeeld van. Van fouten kun je immers leren, zo is de redenering. En als dan blijkt dat er inderdaad fouten zijn gemaakt dan zeggen we vaak … nu snap ik wel waardoor het komt, maar dat is wijsheid achteraf.

Als we bereid zijn van onze fouten te leren, zijn we wijze mensen, en de meeste wijsheid komt achteraf. Niet door geboorte zijn we wijs, maar door schade en schande worden we wijs. Als er dus wijzen uit het oosten komen, zit daar een flinke hoeveelheid schade en schande op die kamelen. En zo wijs zijn ze nu ook weer niet, want ze hebben de vuile plannetjes van Herodes niet eens door. Ook in dit verhaal leren die wijzen hun wijsheid achteraf.

Een bijzonder verhaal over de wijzen van vandaag. In de kerststal dragen zij niet het kleed van bescheidenheid. Ze zijn prachtig uitgebeeld, met rijke gewaden, en vooral de kameel maakt grote indruk. Wat komen zij eigenlijk doen in dat armoedige stalletje?

Ze hadden een ster gezien die hun vertelde dat er een nieuwe koning geboren was. Daarom worden ze wel Driekoningen genoemd, want koningen komen bij koningen op bezoek. Toen ze het kind zagen, vielen ze op hun knieën. Koningen gaan doorgaans niet door de knieën voor collega –staatshoofden, niet voor oliebaronnen of generaals. Blijkbaar is het Kind machtiger dan al die wereldse machten. De drie wijzen staan oog in oog met een nieuwe waarheid. Een nieuwe wijsheid wordt hun aangeboden.

Wijsheid is niet alleen gezond verstand en een flinke dosis levenservaring. Wijsheid is ook een geschenk van God. Deze wijsheid geeft hun het inzicht dat de wereld er voortaan anders uit zal zien. Zij gaan door de knieën voor een kind, voor een ander soort koning. Een koning die geen macht wil, geen paleizen en geen goud. Daarom geven zij hun goud weg. Zij hebben het net meer nodig.
Knielen voor iemand die machtiger is dan jij komt voort uit angst en eigenbelang. Knielen voor een kind is hetzelfde als eerbied hebben voor alles wat kwetsbaar is, het machteloze, de onschuld. De wijze koningen willen niet meer bewierookt worden door lakeien en lobbyisten. Zij zijn dienaars geworden van het licht. Daarom geven ze hun wierook weg.

Nu zien zij met eigen ogen dat God het noodlot kan keren. Niet de duisternis van de wereld en de zwarte nacht van de dood hebben het laatste woord. Als dit nieuwe licht bezit neemt van de harten van de mensen, zal de dood niet meer regeren. Daarom geven zij hun doodskruit Mirre weg. Zij hebben het niet meer nodig.

Wij geven graag iets aan een kind. Niet allen omdat we het fijn vinden om gelukkige kinderen te zien, maar ook omdat een kind niet van gelijke waarde kan teruggeven. Wat dat betreft past de stedelijke activiteit van het Vierde geschenk welke vanavond voor de 2e maal in onze stad wordt gehouden helemaal bij dit feest van Driekoningen. Kinderen voor kinderen.

De lichtende ogen van een kind deden de harten van herders en wijzen opengaan. Zoals herders trouw zijn aan hun schapen, zo kunnen wij elkaar behoeden en beschermen. Zoals de wijzen tot inzicht komen, zo kunnen wij, net als zij, kiezen voor een andere weg. Niet terug naar Herodes, niet knielen voor de macht die mensen van hun waardigheid berooft. Wie wijs is kiest de weg van het goddelijke kind. Dat kind brengt licht in de donkerste hoeken van de mensenwereld. Overal waar mensen zich over elkaar ontfermen en elkaar levensmoed geven, schijnt dat licht. Dat is echte levenswijsheid.

Kunnen wij dan bij het begin van het nieuwe jaar een beter voornemen maken dat dan wij voor ieder mens op onze weg willen zijn als de wijzen uit het Oosten, dat wij hem hulde brengen, en onze schatten voor hem of haar tevoorschijn halen.

Want op het einde van hetzelfde Matteüs evangelie, dat ons vandaag is voorgehouden, zal staan: “wat je voor de minste van de mijnen doet, heb je voor mij gedaan.”
Amen.

Denis Hendrickx o. praem
Abt van Berne