6 december 2020: 2e Zondag van de Advent

Jesaja 40, 1-11 en Marcus 1,1-8, B-Jaar

VERKONDIGING

Als ik woorden van verkondiging – een preek – voorbereid dan ontkom ik er niet aan om steeds weer opnieuw de wereld erbij te halen waarin die woorden mogen klinken. Een opdracht die ook nadrukkelijk gedeeld wordt door die inspirerende bisschop van Rome, Paus Franciscus. Ga er op uit, ga de samenleving in, en als je bevuild wordt, als je vuile handen krijgt moet je daar niet voor terugschrikken.

De wereld erbij halen. Ik denk dat iedereen zal beamen dat die wereld er een is waar goed en kwaad nadrukkelijk voorkomen. En als je – zeker in deze tijd – om je heen kijkt bekruipt je het gevoel dat het helemaal niet goed gaat in onze wereld. Wereldwijd houdt Corona ons in de tang: een pandemie mede veroorzaakt door menselijk gedrag in ons omgaan met elkaar, in de aantasting van het leefklimaat. We proberen de natuur naar onze hand te zetten en krijgen de deksel op onze neus. En natuurlijk gebeuren er ook goede dingen die we misschien in deze dagen rond Sint Nikolaas mogen ervaren, al moeten we ook dat feest heel anders vieren dan we misschien graag zouden willen.
Gevoelens van goedheid en rust, gevoelens van onrust en onbehagen.

Donderdag 10 december is het de dag van de rechten van de mens. Meer dan welke andere dag misschien moeten we op en rond zo’n speciale dag beseffen hoe op veel plaatsen in de wereld – en met een grote regelmaat – nog steeds de meest elementaire menselijke rechten niet worden gerespecteerd, maar voortdurend worden verkracht. Brandhaarden op allerlei plaatsen van de wereld waar bevolkingsgroepen elkaar bestrijden, waar religieuze groeperingen van christenen en moslims elkaar in de haren vliegen.

We zitten midden in de adventsactie waarin speciale aandacht gevraagd wordt voor ons solidariteitsproject in Zsámbék: een beetje warmte bieden op afstand om Kerstmis ook daar letterlijk mogelijk te maken.

We vieren a.s. dinsdag een verjaardagsfeest van het hoofdgebouw van onze parochie, terwijl we volop zorgen hebben om diezelfde parochie als gemeenschap met allerlei voorzieningen ook in stand te kunnen houden.

Het zijn enkele voorbeelden die ieder nog wel kan aanvullen en als ik er zo bij stil sta dan heeft het veel weg van een woestijn, een woestijn van ingewikkelde problemen, die je de weg versperren als hoge bergen en diepe dalen. De weg naar een samenleving waar het goed leven is voor iedere mens. Het is om je machteloos bij te voelen en om moedeloos van te worden.

In de beide lezingen van vandaag worden we opgeroepen de komst van de Messias voor te bereiden. De tekst van de profeet Jesaja mag model staan. De woorden ‘Troost, troost toch mijn volk’ staan aan het begin van wat wel het ‘troostboek’ wordt genoemd. Een boek ter bemoediging voor wie in ballingschap leven. De terugkeer uit ballingschap mogen we als hoofdthema zien van het troostboek van Jesaja. Als een tweede uittocht wordt die terugkeer beschreven. Het is God zelf die voor zijn volk uittrekt. Als een koning die zijn zegetocht maakt. Als een herder die zijn kudde weidt en behoedt. Maar … zo’n belofte vraagt om wegbereiders. ‘Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht.’

En dan de tweede lezing: het was in de woestijn dat het woord van God over Johannes de Doper kwam, een woord dat krachtige uitwerking had. Johannes ging een nieuwe weg en deelde wat hij ontdekt had mee aan wie het maar wilde horen.
Zou het dan toch waar zijn? Als de nood het hoogste is? Want is het niet zo dat God soms en misschien wel al te gemakkelijk te hulp wordt geroepen bij menselijke tekortkomingen, of dat het hiernamaals er bij wordt gehaald om de werkelijkheid van vandaag te ontvluchten. Dan hoef je je eigen verantwoordelijkheid niet onder ogen te zien.

De woorden van vandaag zijn als een vroeg kerstgevoel, onvoorstelbaar, een droom, een visioen. Maar hou je hieraan vast om niet te verharden, om niet te verwilderen, om te blijven dromen van een omgekeerde wereld. Zie uit naar Kerstmis. Dat het aan ons mag gebeuren: mensenkinderen worden sterren. Droom erover, verlang er naar en bidt er voor. De woestijn is niet het einde.

Laten we ons zo in elkaar richting bewegen dat we tegen elkaar kunnen zeggen: laat het nieuwe maar geboren worden, laat het nieuwe maar een kans krijgen.
Laten we met het oog daarop waakzaam zijn, kijken met visie op toekomst, laten we luisteren, laten we horen of een stem al opklinkt.
Dat lijkt me bij uitstek advent te zijn.
En houwe zo.
Amen.

SLOTGEDACHTE

Woorden hebben we weer gehoord
En hopelijk heeft het ons bekoord
Wat is er nodig om te leven
Dat wordt ons vandaag meegegeven
Een woestijnverhaal van Matteüs dat klinkt
Het daagt ons uit en het dwingt
Een uitdagende vraag voor ons allemaal
Ga toch anders leven zo klonk het verhaal
En aan het einde nog een vraag aan u als klant
Zorg in deze dagen toch voor voldoende afstand
Want dan pas kunnen we geven
Aan ieder een beschermd leven
Als wij voor zo’n boodschap willen staan
Dan kunnen we met een gerust hart van hier gaan
En laat ons eindigen zoals altijd is geweest
In naam van vader, Zoon en H. Geest.

Denis Hendrickx o. praem.
Abt van Berne