7 en 8 maart 2020: 2e Zondag van de Veertigdagentijd

Genesis 12,1-4a en Matteüs 17,1-19

VERKONDIGING

Geroepen zijn!

Geroepen zijn? Het lijkt wel of het RIVM, de krant, de GGD, de minister van volksgezondheid of onze bisschoppen de mensen zijn die deze dagen het hardst roepen. Alsof zij voorspellende gaven hebben als je luistert naar de woorden van vandaag. Corona staat in Hoofdletters geschreven. Een lichtkrans aan de hemel. Het lijkt wel of ze echt de tekst van Matteüs gelezen hebben. Maar helaas het is anders. China, Italië, Tilburg en vele andere plaatsen op aarde stelt men de ziekte Corona vast. Geen lichtkrans aan de hemel nee, een virale infectieziekte die voor sommige mensen een fatale ziekte is. We roepen op om voorzichtig te zijn. Onze bisschoppen geven richtlijnen voor de gebruiken tijdens een kerkelijke viering en het RIVM zegt ons dat wij in Brabant maar binnen moeten blijven als wij wat verschijnselen hebben. Daarom deze improvisatie en aanpassing tijdens deze viering. Wij, mensen van de kerk, willen voor u geen risico lopen.

Aangedane mensen die niet in het ziekenhuis behoeven te zijn gaan in quarantaine. Worden afgezonderd van anderen, van het leven, en gaan 14 dagen letterlijk naar binnen. Geen fysieke contacten met de buitenwereld. Nee alleen, binnen die eigen muren. Een bijzonder gegeven zo in deze vastentijd. Die tijd van inkeer. Die tijd van jezelf iets ontzeggen zodat je stil staat bij dat dagelijkse leven van je. Tijd hebben om kritisch te kijken, om vragen te stellen. Wie ben ik? Wat doe ik? Waarom doe ik dit?

40 dagen Vasten, 40 dagen in Quarantaine, 40 dagen om een Lichtkrans te kunnen zien aan de hemel. Een Uitdaging!

De vrienden van Jezus, lezen wij in het evangelie van Matteüs, zagen ook een Lichtkrans, een Zon. Jezus veranderde van gedaante en had Mozes en Elia aan zijn zijde. Een bijzonder drietal. En dan is er ook nog die stem. Die stem die de vrienden laat verstaan: “Dit is mijn geliefde zoon, in hem vind ik vreugde”.

De mannen zijn bang, hebben angst. Dit is voor gewone mensen te groot. Jouw vriend die van gedaante lijkt te veranderen, Mozes en Elia grootheden uit het oude boek en God die tot je spreekt. Je moet als mens van heel goede huizen komen om dit te verstaan en te begrijpen en rechtop te blijven zitten en gewoon te doen of dit normaal is.

En dan die vriend Jezus. Hij raakt ze aan en zegt: “Sta op, jullie hoeven niet bang te zijn”. Gewoon een menselijk gebaar. Geen hocus pocus, nee, gewoon een aanraking van mens tot mens. Een mens die begrijpt dat dit wat er heeft plaats gevonden niet zomaar begrepen kan worden, dat er tijd nodig is om dit te kunnen begrijpen. Zoals wij mensen opeens een herinnering of een gedachte kunnen hebben lang nadat iemand overleden is. Zo één van: O ja, dat zei ze toen of dat was wat hij bedoelde te zeggen. Zo’n ervaring die te groot was voor het moment maar die tijden later opeens binnenkomt en dan duidelijk is.

Bijzonder.

In deze 40 dagentijd worden wij gevraagd om stil te staan, om te luisteren naar ons hart. Om te overdenken wat het leven is, misschien om vragen te stellen over ons geloof, over die god van mensen. Of die god wel een God met een hoofdletter is. Of die God wel thuis is als ik die god roep. Of ik wel thuis ben als die God mij roept?

Of ik zoals Abraham kan zijn?

Abraham die oude man, gekend door vele gelovigen in deze wereld. Die aartsvader, die verheven vader, die vader van menigte Volken.

Die man die samen was met Sara. Dat echtpaar dat kinderloos was. Die man die geroepen werd.

Hij die moest loslaten alles wat hij had. Die moest gaan, familie, dierbaren achterlatend op weg naar het onbekende. Die man, onze Abraham.
Zijn God, onze God, zei hem, Ga!
En Abraham ging.

Hij ging onder de zegen van zijn God. Die God die hem zegende en zei: “Ik zal je tot een groot volk maken, ik zal je aanzien geven, ik zal altijd naast je staan en bij je zijn, de wereld zal zien dat ik bij jou ben.”
Met die zegen ging hij op weg. Op weg naar een nieuwe wereld een wereld gewezen door die God van mensen.
Een uitdaging aan ons om in deze 40 dagentijd ons hoofd op te heffen naar de hemel en uit te zien naar een Corona. Want onze Heer spreekt altijd tot ons, Hij komt zijn woord na. De zegening van Abraham is onze zegening. Aan ons om het te zien, te verstaan.

Amen.

Jan Claassen, participant Norbertijnen