7 februari 2021: 5e Zondag door het jaar

Job 7,1-7 en Marcus 1,29-39, B-Jaar

VERKONDIGING

Zoals reeds bij de inleiding van dit samenzijn gememoreerd, Marcus laat ons ‘een dag uit het leven van Jezus’ meemaken, een drukke dag, ook al is het sabbat.
Het verhaal begint vandaag als Jezus de synagoge – de Joodse parochiekerk – verlaat. Op die plek heeft hij het woord voorgelezen en van uitleg voorzien. De Catecheet Jezus. Maar het zou Jezus niet zijn als hij het daar bij zou laten. Het woord moet immers niet alleen maar binnen de kerkmuren klinken, het moet ook metterdaad verkondigd worden buiten de muren van de synagoge, in het leven van alledag.

Als tweede onderdeel neemt Jezus ons mee naar het huis waar Petrus is ingetrouwd. De schoonmoeder van Petrus ligt ziek op bed. “Hij pakte haar hand vast en hielp haar overeind”, zo staat er geschreven. In de synagoge heeft hij het woord onderwezen, nu moet het worden gedaan, zonder uitstel en wel onmiddellijk. De catecheet Jezus is en wil ook diaconaal actief zijn. En dat laat hij op de allereerste plaats zien in de kring van hen die het meest nabij zijn. Want wie in die binnenwereld de dienst van mensenzorg niet wil beoefenen, is ongeloofwaardig als het gaat om de dienst aan de buitenwereld.

Dan wordt het nacht en na een korte nachtrust zoekt Jezus plaats en ruimte voor gebed en overdenking. Hij wil zich niet helemaal laten inpalmen door de mensen. Hij wil niet ten onder gaan in de noden van alle dag. Jezus trekt zich terug om zich te bezinnen op zijn plaats en mogelijkheden.
Er zit duidelijk tempo in het gebeuren van de dag. Het is een komen en gaan van jewelste, van buiten naar binnen en van binnen naar buiten, van de stilte naar het Woord en van het Woord naar de stilte, van de synagoge naar de markt en van de markt naar de synagoge, van samen naar alleen en van alleen naar samen, van het bidden naar de hulpverlening en van de hulpverlening naar het bidden, van God naar de mensen en van de mensen naar God.

Het verhaal van Marcus doet me denken aan heel wat verhalen van religieuzen – vrouwen en mannen. Ik ben ze tegengekomen, ik heb hun verhalen gehoord of ik heb er over gelezen. Van die eenvoudige mensen die in hun doen en laten wel wat leken op Jezus. Van die mensen onophoudelijk onderweg in de thuiszorg, aanvankelijk met de fiets later met een autootje; Van die mensen overdag voor de klas en voor en na de officiële lesuren leerlingen en hun naasten opzoeken als bekend was dat er extra aandacht nodig was; Van die missionarissen, veel te voet en later met een motor over onherbergzame paden van kerkje naar kerkje, van familie naar familie.

Al die verhalen wil ik graag juist in deze dagen onder de aandacht brengen omdat a.s. woensdag onze koning officieel het jaar van het Brabants Kloosterleven zal openen, jammer genoeg een digitale opening, waarbij iedereen overigens aanwezig kan zijn. U kunt daar meer over vinden op de website van onze Abdij van Berne.
En als je dan de verschillende levensverhalen verneemt of ze leest en je verneemt en voelt met hoeveel aandacht alles is gebeurd dan komt ook de vraag aan de orde hoe men toch al dat dagelijks werk gedaan kreeg. En vaak volgt dan een ontwapenend antwoord: ‘Elke morgen een half uurtje bidden. Als me dat lukt, heb ik het meeste werk al gedaan.’

Wat levert zo’n inkijk in het dagelijks leven van Jezus nou op. De grote lijn van het levensritme van Jezus zal ons niet ontgaan zijn. Het begon in de synagoge, daarna volgde de genezing van zijn gastvrouw en van de velen die op Hem wachtten. ’s Nachts trok Hij zich terug in gebed en ’s morgens trok hij weer verder.

Marcus laat ons vandaag zien waar Jezus de energie vindt om er helemaal te zijn voor anderen. Het heeft te maken met de stilte op de late avond en in de vroege ochtend. Daar is Jezus één met de Vader en één met elke mens. Daar is de bron van zijn compassie met elke mens die hij tegen komt, de zondaar, maar ook de zieke en niet te vergeten, de mens die gevangen zit in zijn verslavingen en complexen. Zoiets moet het volgens mij ook zijn wat die verhalen van die vrouwen en mannen religieuzen mij voorhouden: ‘Elke avond of elke morgen, een moment van inkeer en gebed.’ En wat geweldig als je dan kunt stellen: ‘Als dat lukt heb ik het meeste werk al gedaan.’
Amen.

Denis Hendrickx o. praem.
Abt van Berne