7 maart 2021: 3e Zondag in de Veertigdagentijd

Exodus 20,1-17 en Johannes 2,13-25, B-Jaar

VERKONDIGING

Als wij ons zowel in het openbaar verkeer als in het intermenselijke verkeer niet houden aan de aanwijzingen (geboden en verboden) dan komen we in de kortste keren in een chaos terecht, die uitloopt op ruzie. Het is dan ook goed en fijn aanwijzingen te hebben in het verkeer en voor het voeren van een goed gesprek.

Zoals we al hoorden in de Schriftlezingen zijn er door God ook aanwijzingen gegeven: Tien woorden aan het volk van Israël, zodat dit volk behouden door de woestijn kon komen om in vrijheid te kunnen leven in het Beloofde Land. Wij hebben altijd gesproken over Tien Geboden. Eigenlijk gaat het niet om geboden, maar om tien bevrijdende woorden. Woorden die richting wijzen. Woorden die wijzen in de richting van vrede, vrijheid en ruimte om te leven voor iedereen.
Met deze tien woorden nodigt God ons uit ze te doen en na te leven.

De tien woorden zijn er niet zomaar gekomen. Mozes is ze tijdens de woestijntocht op het spoor gekomen. Met andere woorden: Mozes heeft in gesprek met zijn volk en in gesprek met God ontdekt dat er basisvoorwaarden zijn die bij naleving ervoor zorgen dat wij mensen gelukkig worden met en aan elkaar. En we leren dan alle ballast overboord te gooien die in de weg staat tussen ons en God.
Er is nog iets met die tien woorden: iedere samenleving die op die tien woorden is gebaseerd, is geordend. Met andere woorden de tien woorden die God Mozes gaf helpen om chaos, die altijd dreigt in ieders leven en in iedere samenleving, te ordenen.

De tien geboden hebben in de loop van de geschiedenis vertalingen en hertalingen gekregen. Zo werd bijna 70 jaar geleden een poging gedaan door de Verenigde Naties in New York met de verklaring van de rechten van de mens. Het ging en gaat er om fundamentele rechten van de mens te ontdekken en te omschrijven om een samenleving en een wereld te beogen waar geluk en welzijn voorop staan. Zo’n zelfde rechten horen we trouwens ook doorklinken in de principes van de Franse revolutie: ‘Liberté, egalité en fraternité (vrijheid, gelijkheid en broederschap).
Zo’n zelfde rechten vormen zeker ook de oerprincipes van het socialisme, maar ook daar hebben we moeten constateren wat er allemaal van gemaakt kan worden.

De tien woorden zijn tot ons gekomen in de vorm van geboden. Zo konden we horen in de tekst: ‘Gij zult niet stelen’ en dat klinkt anders dan een directe vertaling uit de grondtekst. Dan klinkt dit gebod aldus: ‘Je steelt niet’, vandaag niet, morgen niet, nooit. De geboden in gebodsvorm zoals ‘Gij zult niet stelen’, komen van buiten af. Dan wordt er tegen ons gezegd wat we mogen en niet mogen. Bij de weergave ‘Je steelt niet’, komt de aanwijzing van binnenuit, vanuit je hart. En het hart is de plek waar God ons wil ontmoeten.

De bijbelverhalen van deze dag roepen ons op om goed bij onszelf na te gaan wat ons tot vrijheid voert en wat ons gevangen houdt. Gelukkig hebben we de tien woorden als iets kostbaars meegekregen. Ze staan niet alleen in steen gegrift, maar ook in het hart van iedere mens. Als we goed luisteren naar ons hart, zullen we in vrijheid kunnen leven. En uitgerekend in deze tijd van noodzakelijke bewegingsbeperkingen vanwege Corona en vanwege de komende parlementsverkiezingen wordt voortdurend om vrijheid geroepen.

En is het daarom niet goed en noodzakelijk dat we ons vooral bewust zijn van het gegeven dat echte vrijheid niet hetzelfde is als alles moet maar kunnen en mogen. Ik heb de vrijheid om te doen en te laten wat ik wil. Deze vrijheid houdt mensen gevangen in de willekeur van de ander. Vrijheid zit echter van binnen. Etty Hillesum, Nelson Mandela, Peerke Donders en nog vele anderen leefden in de meest onvrije omstandigheden die je je maar kunt indenken, maar juist zij lieten zien wat echte vrijheid is. Zij vonden de vrijheid in het diepst van hun wezen, in de eenheid met God. Hun vrijheid kwam tot stand na een lange moeizame weg. Echte vrijheid vraagt om inspanningen en openheid.
Het gaat om vrijheid / bevrijding uit alles en van alles wat het geluk van mensen in de weg staat.

Mensen helpen om te genezen, mensen nabij zijn om hun lijden te verzachten. Eenzaamheid van mensen verminderen. Een eindje met mensen meelopen, en is dat ook niet juist de diepere achtergrond van ons hulpproject in deze veertigdagentijd voor India: een eindje met mensen meelopen en hun kansen bieden op een redelijk bestaan. Een hand op de schouder van iemand leggen.

Rondlopen met een blik van verstandhouding in de ogen … zolang deze dingen nog niet voldoende gebeuren, moet de vloer nog schoongeveegd worden van al het onrechte gedoe en zou juist dit niet de betekenis zijn van het evangelie van de tempelreiniging?
Amen.

Denis Hendrickx o. praem.
Abt van Berne