8 en 9 juni 2019: Pinksteren

Handelingen 2,1-11 en Johannes 14,15-16.23b-26, C-Jaar

VERKONDIGING

Overal waar iets nieuws gebeurt, kunnen mensen heel onrustig worden, spanning stijgt en niet iedereen kan daar goed mee omgaan. Als er iemand overleden is, verandert alles, je mist een dierbare en tegelijkertijd zie je hoe de verhoudingen tussen de achterblijvers, ineens heel scherp worden. Mensen moeten elkaar als het ware een nieuwe plek geven, dat kost tijd en daar moet je aan wennen.

Je kunt het zien in gezinnen die besluiten om met elkaar verder te gaan, een man met twee dochters, een vrouw met twee zonen. Het verlies van het vertrouwde is nog voelbaar als je opnieuw aan elkaar moet wennen.
Kinderen moeten de aandacht van vader, van moeder delen, want de nieuwe broers en zussen hebben ook een plekje nodig.

En thuis? Daar heeft vaak iedereen in huis een vast plekje aan tafel, in de bank of in een lekkere stoel. En als je thuiskomt en er zit iemand op je vaste plekje, dan word je wat onrustig.
Het is even zoeken … zal ik er iets van zeggen, of toch maar ergens anders gaan zitten?

En kijk eens wat er kan gebeuren in een Zorgcentrum. Er komt een nieuwe bewoner op de afdeling, de overgang is heel groot en zij leeft nog met verdriet voor alles wat zij moest achterlaten.
En dan stapt ze de huiskamer in, waar iedereen al een eigen plaats heeft en als je op de vaste plek van een ander gaat zitten … dan zijn de rapen gaar!

Ook in de kerk of in een kapel, het voelt onwennig als er iemand een plek heeft gevonden, op de plaats waar jij gewend bent te zitten.

Niet alleen in het intermenselijk verkeer is dat zo, ook in politiek, in grote en kleine organisaties, zowel landelijk als internationaal …
Nieuwe winden blazen mensen van hun vertrouwde plekje en daar kan niet iedereen even goed mee omgaan.

Het vraagt om begrip, vaders en moeders weten dat als geen ander, ieder is op zoek naar een eigen plaats en jaloerse kinderen; het doet pijn om te zien hoe moeilijk zij het kunnen hebben.

Overal waar nieuwe mensen komen of nieuwe structuren ontstaan, overal waar keuzes worden gemaakt waar je niet goed de vinger achter krijgt, waar veranderingen worden gevraagd, op al die plekken wordt wijsheid en begrip gevraagd, actief meedenken ook, opdat wij verder kunnen.

Er is immers moed voor nodig om een andere weg in te slaan dan je gewend was dan de mensen om je heen gewend waren. Je kunt dat alleen als je geraakt wordt door het gevoel of geloof dat anders misschien juist beter zou kunnen zijn. Dan durf je je eraan over te geven en je ervoor in te zetten.
Zo’n inzicht kan je plotseling overvallen, alsof er een licht opgaat, een vonk overspringt.
Zo’n ervaring kan mensen in beweging zetten, kan nieuw enthousiasme te weeg brengen.

Zouden er parallellen zijn met de Pinkster ervaring van de apostelen? Jezus was niet langer onder zijn vrienden en zij moesten opnieuw zoeken naar hun eigen plaats, moesten opnieuw wennen aan elkaar, nu hij er niet meer was.

Jezus zelf had veel tijd nodig gehad om zijn licht, zijn vuur over te brengen op zijn leerlingen. Zijn sterke geest had de strak ingeslepen patronen van de samenleving en de religieuze tradities in zijn tijd onder kritiek gesteld.
Hij liet zien dat die tradities, gewoonten en gebruiken alleen maar zin hebben als zij dienen tot het geluk van mensen en nooit andersom.

Hij zette alle verhoudingen op hun kop en dat maakte dat mensen woest en angstig; zij spanden samen in angst over hun eigen plek.

Er gebeurde ook iets anders: velen werden enthousiast en wilden met hem mee. De kracht van zijn optreden, het geloof in de juistheid van de ingeslagen weg had de leerlingen overtuigd.
Vanzelfsprekend waren zij teleurgesteld achtergebleven. Na zijn Hemelvaart kropen bij elkaar en wachten op wat komen zou, de belofte van de kracht van de Geest.
Die eerste tijd leek het bij wachten te blijven …

Maar de Geest waait waar zij wil, al vanaf voor het begin van de schepping, zo wordt ons verteld in het allereerste Bijbelboek Genesis, blaast Gods Adem ons toekomst in.
Al eeuwen en eeuwenlang zoekt de Geest mensen op die nieuwe wegen in willen slaan, een nieuwe weg door het leven willen kiezen.
Niet zomaar een nieuwe weg, maar de weg van Gods gerechtigheid.

En dan zie je het gebeuren … de Geest waait waar zij wil, Gods Adem komt ons tegemoet. In onze gezinnen, in onze bijeenkomsten, in het Zorgcentrum, de kerk en in Jeruzalem.
De Geest waait waar mensen bereid zijn om een stapje terug te doen, zodat nieuwe inzichten ruimte krijgen om tot bloei te komen.
Dan zal het gebeuren dan een gesloten raam worden opengezet, opdat straaltjes hoop naar binnen kunnen vallen.
Dan zie je hoe ogen en harten zich openen en monden één taal gaan spreken die ieder verstaat: de taal van de liefde, de taal van een betere toekomst.

Een taal gedragen op Gods adem.
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen