8 November 2020: 32e Zondag door het jaar

Wijsheid 6,12-16 en Matteüs 25,1-13, A-Jaar

VERKONDIGING

‘Hij kwam goed nieuws brengen’ zo luidt vooral de herinnering aan Willibrord. Dat gold toen en dat blijft gelden tot op de dag van vandaag. De heilige van dit weekend is mij als het ware met de paplepel ingegeven. In mijn geboortedorp Alphen: Een Willibrord- putje met kapel, een Willibrord kerk, een Willibrordschool, een Willibrordgilde. Mij werd van jongs af aan voorgehouden dat Hij iemand was waar je naar uitzag: iemand die met vuur en verve, vol geestdrift en enthousiasme een boodschap had waar je als mens om verlegen zit, naar uitziet, van droomt.

Goed nieuws kunnen wij mensen immers wel gebruiken, het andere is er meer dan genoeg. Eigenlijk is het zo dramatisch hoe ‘in’ het slechte nieuws lijkt te zijn. Iedere dag opnieuw worden we, als we niet uitkijken, er mee overspoeld via media: radio/TV en vooral niet te vergeten al die mogelijkheden van internet en de sociale media.
Het moorddadige geweld tijdens de afgelopen weken in Frankrijk en Oostenrijk en zeker niet de walgelijke vertoningen rond de verkiezingen in Amerika. Onbegrijpelijk hoe mensen binnen democratische verhoudingen tegen elkaar te keer kunnen gaan en ogenschijnlijk het licht in elkaars ogen niet gunnen.

Naar welk goed nieuws wordt uitgezien ligt nogal verschillend. Voor de ene optie is het gewoon afwachten of geluk hebben. Enkele invullingen van ‘goed nieuws’ vragen om een open houding naar elkaar, om respect en vertrouwen of om zelf te geven waar je naar verlangt. Soms moet je lang wachten of blijft het helemaal uit. Of er fietst van alles doorheen waar je geen vat op hebt of krijgt maar wat wel gebeurt. Wanneer is er sprake van goed nieuws en wanneer kun je het eindelijk vertellen? Uitzien naar het goede nieuws en het goede nieuws willen vertellen en ervan getuigen is van alle tijden.

Onze huidige tijd is erg onzeker. Het voelt allemaal zo onwezenlijk aan. Wat gebeurt er toch dat we zelfs over het instellen van een avondklok nadenken. Het valt niet te voorzien hoe het er in onze wereld – dichtbij en verder weg – na de huidige crisis uit zal zien, laat staan wat voor wereld we zullen hebben over 50 jaar.
De Bijbelteksten die we vandaag gelezen hebben, bieden houvast in de omgang met de tijden. Christenen van alle kerken leven vanuit de hoop en de verwachting dat Jezus Christus opnieuw zal komen. Maar met zo’n troostvolle belofte kunnen en mogen we ons niet laten verleiden tot passiviteit en stille berusting. Dat kan niet de bedoeling zijn. Het zou afbreuk doen aan zin en betekenis van het leven zelf.

In onzekere tijden, zoals we op dit moment zo nadrukkelijk meemaken, beseffen we meer dan ooit hoe belangrijk wijsheid in besturen is. Een wijs bestuurder is een zegen voor zijn volk. En de actuele Amerikaanse situatie laat ons allerlei typen van bestuurders zien en soms slaat de schrik je om het hart. Volgens de bijbel is het niet moeilijk om wijsheid te ontdekken, zolang je haar liefhebt en zolang je alert bent. Sterker nog: de wijsheid zelf is op zoek naar hen die haar waardig zijn. De wijsheid straalt en is onvergankelijk, zoals we konden horen in de eerste lezing.

Jezus verkondigt de komst van het Rijk Gods. Wanneer dat precies zal zijn, zegt de Schrift niet. Wel dat het onverwachts zal zijn en mensen op verschillende manieren zal treffen. Trouw, waakzaamheid en wijsheid zijn geboden. De gelijkenis over de slimme en dwaze bruidsmeisjes vertelt plastisch hoe het bij de komst van het Koninkrijk Gods zal toegaan. Sommigen zijn voorbereid en voorzien, anderen niet en komen te laat.

De vergelijking met de olie is een prachtig beeld. We weten het allemaal: als er paniek in de wereld uitbreekt, stijgt de olieprijs. Als in ons eigen leven de wanhoop toeslaat, grijpen we naar houvast, naar een overtuiging die ons zekerheid biedt. Je wilt licht aansteken, maar waar haal je de brandstof vandaan? Je zoekt antwoorden, je wilt helderheid in allerlei duistere gedachten of vermoedens. Je zoekt een uitweg als het leven een doolhof geworden is. Een sterk geloof, een diepgeworteld vertrouwen, een overtuigend besef dat God ons vasthoudt, is brandstof voor die lamp.

Niet de koersen van de olie bepalen de gang van ons leven, maar de hoop die in ons leeft. Niet de over elkaar buitelende nieuwsfeiten die ons dagelijks overspoelen, bepalen de zin van ons leven, maar het werk dat wij uit liefde voor onze naaste doen. Niet de overwinning op anderen geeft glans aan ons leven maar de gastvrijheid die wij kunnen bieden aan een mens die radeloos naar veilig onderdak zoekt.
Want er zijn tegenslagen in ons leven. Mensen kunnen ons laten vallen. Soms moet je, net als die bruidsmeisjes, lang wachten totdat er weer wat vreugde in je leven komt. Dan heb je extra olie nodig om je lamp brandend te houden, om te blijven geloven dat er ooit bevrijding komt. Jezus noemt dat de bruidegom. Hij zal komen, dat is zeker, maar altijd onverwachts. Opeens gaat er een deur open, en het licht valt binnen. Dan mag je je lamp uitdoen, want je wordt omarmd door troost of geluk.
Amen.

Denis Hendrickx o. praem.
Abt van Berne